Complottheorie of internationaal schandaal? Nieuw document veroorzaakt controverse over gasaanval in Douma

Zo'n 43 Syrische burgers stierven vorig jaar in een gasaanval op Douma. Als antwoord voerde de VS samen met bondgenoten een vergeldingsactie uit. Maar een nieuw lek heeft het deze maand plots over een heel ander verhaal. Volgens het gelekte document zijn de gascilinders die op de locatie gevonden werden, niet gedropt door de Syrische luchtmacht. Volgens sommigen is dit hét bewijs dat rebellen zelf de gasaanval in scène hebben gezet. De Vranckx-redactie sprak met experten die het dossier door en door kennen, op zoek naar de waarheid.   

Wijd opengesperde ogen

7 april 2018. Huiveringwekkende beelden verschijnen ’s avonds op YouTube. Op de spoeddienst in een ziekenhuis worden wenende kinderen met een tuinslang natgespoten om de resten van een gifgasaanval weg te spoelen. Kinderen huilen, mannen roepen, vrouwen bidden. Enkele straten verder liggen meer dan dertig lichamen over en onder elkaar heen in een appartementsgebouw, met schuim op de lippen en neusgaten en wijd opengesperde ogen. Het lijkt wel een scène uit een slechte film. Boven wordt er een gascilinder gevonden. Het bericht is duidelijk: Deze onschuldige burgers zijn het slachtoffer van een gifgasaanval van Assad. 

Het OPCW, de internationale waakhond die toeziet op het verbod op het gebruik van chemische wapens, gaat ter plaatse. De bevindingen worden een jaar later gecommuniceerd in een officieel rapport van 106 bladzijden: in Douma is in april 2018 “naar alle waarschijnlijkheid chloorgas als wapen gebruikt”.

Een nieuw lek

Midden mei 2019 duikt er plots een intern document op: de Engineering Assessment of two cylinders at the Douma incident. Het gelekte document is 16-bladzijden lang, onderdeel van het OPCW-onderzoek en is ondertekend door Ian Henderson, een teamleider bij de organisatie. Klokkenluiders van dienst zijn professors van de Britse Working Group on Syria, Propaganda and Media. Een op het eerste gezicht academische werkgroep met banden met gerenommeerde universiteiten, maar de berichtgeving van de groep bevindt zich louter in de pro-Russische en pro-Assad invloedssfeer.

“Het lijkt erop dat dit document inderdaad authentiek is”, bevestigt expert chemische wapens Jean Pascal Zanders. Het interne document toont een tegenstrijdige visie op het officiële verhaal. Volgens de interpretatie van Henderson is de schade van het gebouw en de positie van de cilinders niet consistent met een luchtaanval. Zijn hypothese? De cilinders werden er neergelegd. 

Het lek past volledig in het plaatje van Russische en Syrische berichten, die al snel na de aanval insinueerden dat rebellen schuldig zouden zijn. Maar hoe betrouwbaar is het document?

De waarheid als slachtoffer

“Het moeilijke in zo’n geval is dat we niet meer ter plekke kunnen komen”, vertelt Rudi Vranckx. Sinds de VRT-reporter in januari 2012 ternauwernood aan een granaataanval wist te ontsnappen, mag Vranckx van de Syrische regering het land niet meer in. “We hebben jarenlang aanvragen ingediend. Soms konden we illegaal in Syrisch Koerdistan of in rebellengebied berichten, maar Assad houdt ons angstvallig buiten. Nochtans willen we àlle kanten belichten.”

Vranckx is niet de enige: slechts weinig onafhankelijke journalisten of onderzoekers kunnen ter plaatse werken. En dat maakt het moeilijk om de waarheid te achterhalen. “In oorlog vieren leugens en propaganda steevast hoogtij. Denk maar aan de desinformatie over massavernietigingswapens in Irak in 2003. Die leugens werden ingezet om de Amerikaanse invasie te verdedigen - iets wat we ook toen al hebben aangeklaagd. We zouden niet liever willen dan ook dit incident grondig en onafhankelijk te kunnen onderzoeken.”

Onze anonieme experten zijn het eens: chloorgas maken, is niet zo moeilijk. De bestanddelen worden voor veel alledaagse dingen ingezet en dus is chloor op zich niet illegaal. Maar het goedje omzetten in een dodelijk wapen is verschrikkelijk moeilijk. Gebruik je te veel chloor in je samenstelling, dan krijg je brand. Gebruik je te weinig, dan gebeurt er helemaal niets. Volgens onze bronnen is het hoge aantal slachtoffers dan ook cruciaal bewijs dat naar Assad wijst.

3D-analyse van de aanval in Douma. Bron: Forensic Architecture

De dood daalt uit de lucht neer

Een week na de vermoedelijke gasaanval komt een onderzoeksteam van de Organisatie voor het Verbod op Chemische Wapens (OPCW) aan in Damascus. Wegens “veiligheidsredenen” krijgen ze van het Syrische en Russische leger eerst een week lang geen toestemming om naar de beruchte locaties in Douma te reizen. Wanneer ze eindelijk de stad binnenkunnen, zijn de slachtoffers al begraven en blijven enkele appartementen op slot.

Ondanks de tegenslagen kan het team 39 getuigen ondervragen, waaronder 11 slachtoffers en 4 dokters. Verschillende getuigen zagen geelgroene rook,  kregen acute ademhalingsproblemen en roken een sterke chloorgeur. Verschillende getuigen praten ook over gele cilinders die op de locatie werden teruggevonden.

Volgens de analyse van het OPCW is de schade aan het appartementsgebouw wél consistent met een luchtaanval met de twee gascilinders. De genomen stalen tonen aan dat er chloorgas werd gebruikt. Maar het onderzoeksteam vindt er ook TNT. En die explosieve stof werkt enkel na een harde knal, zoals bij impact na een luchtaanval. 

Zelfde feiten, andere conclusie

Het officiële verhaal en het gelekte document staan lijnrecht tegenover elkaar. Volgens expert chemische wapens Jean Pascal Zanders is dat niet abnormaal. “Wanneer het onderzoeksteam van het OPCW terugkomt, analyseren experten met diverse specialisaties het ingezamelde bewijsmateriaal. De verschillende teams komen soms met een andere interpretatie. Het subrapport van Henderson was in dit geval het enige dat met tegenstrijdige conclusies kwam.” 

Volgens de procedure vergelijken de experten vervolgens hun ervaringen. Ze zoeken naar overlappende elementen en werken samen een rapport uit waar algemene zekerheid over bestaat. Waar twijfel over blijft bestaan, wordt geschrapt. “Dat is de normale gang van zaken en was in dit geval niet anders”, weet Zanders. Volgens hem komen zulke situaties bovendien ook vaak voor bij inlichtingendiensten. 

Ondertussen mengen het Syrische regime en Rusland zich ook rechtstreeks met het OPCW in een welles-nietes spelletje. Beide landen stuurden de organisatie een lijst met vragen en opmerkingen. In het antwoord van het OPCW lezen we dat drie onafhankelijke ballistische onderzoeken tot de conclusie kwamen dat de gascilinders wel degelijk uit de lucht kwamen. Het OPCW verduidelijkt: de internationale experts kwamen elk uit een ander land, bekeken verschillende scenario's en gebruikten verschillende methodieken om meer omvattende resultaten te produceren.

Opvallend: in het officiële antwoord aan Syrië en Rusland wordt met geen woord gerept over het minderheidsverslag van Henderson.

Een Mi-8/17 helikopter van het Syrische leger dropt een vaatbom. Bron: Qasiun News Agency.

Helikopters met een voorgeschiedenis

Bellingcat, de New York Times en Forensic Architecture maken hun eigen analyses op basis van het aanwezige beeldmateriaal van reddingswerkers ter plaatse. Maar hun grootste bron wordt de Russische staatstelevisie, die enkele dagen na de aanval al verklaarde dat het hele incident in scène is gezet.

In de achtergrond ontdekken onderzoekers tal van elementen die hen op weg helpen. Zo identificeren ze tussen de brokstukken het omhulsel dat wordt gebruikt om cilinders bij luchtaanvallen met helikopters in te zetten. Ze reconstrueren het afgelegde traject van de gevonden cilinders en ontdekken dat de cilinder een afdruk heeft die exact overeenkomt met het vernielde traliewerk op het balkon. Hun analyse: de cilinder werd vanuit de lucht gedropt en kan dus enkel van de hand van het regime zijn.

Op de avond van het incident is de cilinder nog spierwit, de dagen erna toont hij zijn originele gele kleur. Gek? Net niet. Die ijskristallen zijn het resultaat van gas dat uit een tank onder druk weer vrijkomt. Wanneer de ijslaag in contact komt met chloorgas, corrodeert het metaal van de cilinder. Ook dit is duidelijk te zien op beelden die de dagen na de aanval op televisie komen. 

Bellingcat graaft ook dieper in het luchtverkeer van die dag. Vliegtuigspotters meldden 30 minuten voor de chemische aanval het vertrek van twee Mi-8 Hip-helikopters op Dumayr Airbase, in de richting van Douma. Het is al langer bekend dat de Syrische luchtmacht dit type helikopters inzet bij aanvallen met chemische wapens en vatbommen. Vlak voor de aanval worden twee rondcirkelende Hip-helikopters gezien boven Douma. 

Volgende plaats delict: Idlib?

"Dit is geen geïsoleerd incident", weet Rudi Vranckx. Verschillende chemische aanvallen werden al bevestigd en eisten duizenden doden. Bovendien gebruikt het Syrische regime meer controversiële - en illegale - wapens en tactieken. Maar ook IS en jihadistische rebellengroeperingen maakten in de regio al zware inbreuken op het oorlogsrecht. "In het kluwen herkennen we wel een strategie. De slag om Douma woedde al enkele maanden. Net als bij andere veroveringen door het Syrische leger komen er in de eindstrijd plots berichten over chemische wapens."

“Het patroon is duidelijk", vertelt Zanders. "Het Syrische leger omsingelt dorpen en steden die in handen zijn van de rebellen. Ze bestoken de regio met luchtaanvallen en doen een voorstel om het gebied te ontruimen. Eenheden die weigeren, worden bestookt met chloorgas om ze psychologisch te breken. Zo boekt Assad overwinning na overwinning, maar het gebruik van chemische wapens is altijd riskant – en altijd verboden.”

Ondertussen is het al even stil rond het gebruik van chemische wapens in Syrië. Enkele beschuldigingen van kleinere chlooraanvallen hebben nog niet tot nieuwe onderzoeken geleid. Maar die stilte zal volgens onze experten niet lang meer duren. Zij wachten af tot de laatste slag om Idlib. "Idlib is het volgende plaats delict", klinkt het unaniem.  

Conventionele luchtaanvallen op Douma op 7 april 2018

Oorlogsmisdaden, oorlogsmist

Het conflict in Syrië eiste al meer dan een half miljoen mensenlevens. Ze stierven bij bombardementen en beschietingen of aan honger, ziekte en verwondingen. “Maar daar kraait geen haan nog naar”, meent Zanders. “In vergelijking stierven er zo’n 4 à 5.000 burgers bij chemische aanvallen. De reactie daarop is veel heftiger, zowel bij de modale burger als in de internationale politiek.”

Volgens een onderzoek van de Global Public Policy Institute werden er tijdens het Syrisch conflict maar liefst 336 keer chemische wapens ingezet, een grove schending van het oorlogsrecht. 98% van de aanvallen zouden door het regime zijn uitgevoerd. En bij meer dan 90% van die aanvallen werd chloorgas gebruikt. Zowel Zanders als onze bron bij het dossier herkennen een patroon.

Waar het onderzoeksteam van het OPCW tot nu toe slechts analyseert òf en hoe er chemische aanvallen hebben plaatsgevonden, krijgt een nieuw opgericht team ook het wereldwijde mandaat om schuldigen aan te duiden. Die beslissing werd in juni 2018 genomen na een stemming op de internationale conventie over chemische wapens.

In een reactie aan het OPCW zegt Syrië het nieuwe "Investigation and Identification Team" niet te erkennen. Deze week liet het de organisatie dan ook weten geen visum uit te reiken voor het hoofd van het team, Santiago Oñato Laborde. 

Rudi Vranckx vindt het hoog tijd voor actie. "We hebben nood aan een nieuw oorlogstribunaal. We moeten niet alleen op zoek naar de waarheid achter de vele chemische aanvallen. Het is tijd voor een internationale rechtbank die àlle oorlogsmisdaden van de verschillende partijen onderzoekt.”