Op reis met Vlaamse meesters: de metamorfose van onze kust, in 1 beeld

Elke week leiden Jos Vandervelden en fotograaf Alexander Dumarey je naar een plek in Vlaanderen of Brussel waar onze grootste schilders hun schildersezel opstelden.  Ooit vonden schilders het de volmaakte plekken om verzinnelijkt te worden op het canvas. Vaak zijn ze het nu nog. Soms zijn ze het niet meer. Het schilderij van toen en het beeld van nu.

Vandaag: "Boten op het strand van Heist" van Henri Permeke of het gevecht van een kustdorpje tegen de natuurkracht en de vooruitgang

Zonder het waarschijnlijk beseft te hebben, schilderde Henri Permeke in 1891 in één ruk alle grote omwentelingen van het leven aan de Belgische Noordzeekust. De  bouw van stenen zeedijken, de opmars van strandvilla's, de strijd tegen verwoestende stormvloeden en de omwenteling in de visserij. Op "Boten op het strand van Heist" is het allemaal in één beeld te zien.

De blik van Permeke vertrekt ergens tussen Duinbergen en Heist, ter hoogte van het huidige Directeur-Generaal Willemspark. De plek waar nu duinen en strand gecontroleerd worden beheerd, was toen overgeleverd aan storm en wind. Herhaaldelijk werd de duinengordel tijdens stormvloeden doorbroken en het zandstrand verwoest. De strijd tegen de zee was al eeuwen eerder begonnen. 

Strandhoofden werden gebouwd met rijshout en houten palen, maar werden keer op keer vernield. Niet alleen door de zee, maar ook door de lokale bevolking die de palen bij nood recupereerde als brandhout. De stenen strandhoofden die Henri Permeke schilderde, waren een enorme stap vooruit. De aanvoer van stenen uit het binnenland bracht bescherming, maar nog vaak verzakten de bouwsels terug in het zand of werden weggespoeld. 

Platbodems contra kielboten

Hoofdpersonages van Permekes schilderij zijn de "Heistse schute" op de voorgrond. De twee vissersboten zijn platbodems, open boten met een vlakke bodem van ruim tien meter. Ze waren log en traag en dienden voor de aanvoer van verse vis van dichtbij de kust. De boten kwamen binnen bij hoog water en er moest opnieuw gewacht worden op hoogtij om te kunnen vertrekken. Al was het een vissersdorp, Heist heeft nooit een vissershaven gehad. De schuiten werden gewoon op het strand getrokken.

Henri Permeke schilderde echter het einde van een tijdperk. Mogelijk schiep hij het tafereel uit medeleven voor de kleine Heistse visser die tegen de nieuwe concurrentie moest opboksen. Voor de hard werkende vissers in rode of blauwe "schabbe" die in de verte de zwaarden onder de romp van een oude schuit proberen te herstellen.

De visserij zou geleidelijk verschuiven naar de verderop gelegen haven van Zeebrugge. Daar vertrokken de eerste stoomschuiten of de veel snellere kielboten. Niet dat het oude vissersdorpje Heist zijn toekomst had gemist. Die lag intussen op de nieuw gebouwde stenen zeedijk.

Villa's en hotels

Rond 1860 werd gestart met de aanleg van de metershoge zeedijk. De rijke burgerij uit de steden had de kust ontdekt. In geen tijd werd de boulevard op de dijk volgebouwd met een ketting van villa's en grote hotels. Vanuit het "Grand Hotel de Bain", het "Hotel Lion d'or" of het "Casino Kursaal" zagen de gasten de laatste vissers op het strand van Heist.

Permeke schilderde de Heistse zeedijk en skyline met veel precisie. De majestueuze reeks villa's hield nochtans niet lang stand. Er staat heden geen  steen meer van recht. Een schilder als Permeke zou het niet gemakkelijk hebben vandaag.

Henri, de vader van

De in 1849 geboren Poperingenaar deinde in zijn tijd mee op het succes van de landschapsschilderkunst. Als een bohémien trok de jonge Permeke met potlood en de eerste verftubes door het land, naar steden, langs rivieren en kusten. Hij bezat zelfs een tot atelier ingerichte woonboot. Zijn oeuvre dikte aan met massaal veel haven-, rivier- of strandzichten. Permeke zou uiteindelijk het zwerverschap achter zich laten. Hij settelde zich definitief in Oostende waar hij deel werd van de bloeiende kunstscène, ging lesgeven en conservator werd van het Museum voor Schone Kunsten.

Henri Permeke is desalniettemin de geschiedenis ingegaan als "de vader van". Het was Constant Permeke, zijn enige zoon, die de bakens verzette met zijn eigenzinnig expressionisme. Nochtans had vader Permeke hem helemaal in de schilderkunst ingewijd. Maar al snel was het generatieconflict een feit en verzette Constant zich tegen het behoudsgezinde realisme van zijn vader. De rest is, zoals dat heet, kunstgeschiedenis.

"Boten op het strand van Heist" van Henri Permeke hangt in Sincfala, het Museum van de Zwinstreek in Knokke-Heist

Meest gelezen