Video player inladen ...

Hoe gebeurt de zetelverdeling precies? En wie krijgt een zitje in het parlement?

U heeft gestemd en gekozen. Maar wat gebeurt er nu? Hoe gebeurt de zetelverdeling na de verkiezingen? Hoeveel zetels krijgen de partijen? En wie mag dan uiteindelijk in het parlement zitten? 1 ding is zeker: de zetelverdeling is hogere wiskunde.

Vier dingen die u moet weten over de zetelverdeling

Om te begrijpen hoe de zetelverdeling na de verkiezingen gebeurt, zijn er vier dingen die u moet weten. 

Video player inladen ...
  • Verkiezingen gebeuren per kieskring. Vlaanderen heeft vijf kieskringen (= provincies) en Brussel is de zesde kieskring. Per kieskring dienen de partijen lijsten in waar u op kon stemmen.
  • Per kieskring ligt er vast hoeveel zetels de partijen kunnen verdienen.
  • De kiesdrempel ligt op 5 procent. Als een partij in een kieskring géén 5 procent van de geldige stemmen haalt, dan mag die partij niet meedoen in die kieskring aan de zetelverdeling.
  • Alleen de geldige stemmen worden geteld. Blanco en ongeldige stemmen tellen niet mee en gaan ook niet naar grootste partij. 

Hoe gebeurt die zetelverdeling nu concreet?

Video player inladen ...

Zetelverdeling is hogere wiskunde. Om dat aan te tonen, geven we als voorbeeld de kieskring Antwerpen, voor het Vlaams Parlement, en daar zijn er 33 zetels te verdelen. 

Het aantal geldige stemmen (van de partijen die méér dan 5 procent haalden) wordt eerst door één, dan door twee, door drie enzovoort gedeeld. Dan krijgt u een reeks quotiënten.

De 33 hoogste quotiënten worden eruit gelicht. En het 33e quotiënt is de kiesdeler. Vervolgens wordt het aantal geldige stemmen per partij door die kiesdeler gedeeld. Dat resultaat is het aantal zetels per partij. Een voorbeeld: N-VA haalde 361.403 geldige stemmen. De kiesdeler was 30.117. Dus: N-VA haalt 12 zetels. 

Mochten de resultaten niet mooi uitkomen, zijn er nog een aantal bijkomende regels.

Wie krijgt die zetels?

Video player inladen ...

De zetels zijn nu per partij verdeeld, maar wie krijgt die zetels nu? Daarvoor gaan we opnieuw naar Antwerpen, voor het Vlaams Parlement. 

Opnieuw komen die wiskundelessen goed van pas. Eerst wordt per partij het verkiesbaarheidscijfer berekend, het aantal stemmen dat zeker nodig is voor een zitje in het Parlement. Het verkiesbaarheidscijfer is het aantal geldige stemmen gedeeld door het aantal zetels + 1. Dus in het geval van de N-VA gaat het om 361.403 geldige stemmen gedeeld door 13 = 27.801. 

Sommige kandidaten – denk aan Bart De Wever of Liesbeth Homans – hebben alleen al aan hun voorkeursstemmen genoeg om een zetel binnen te halen. Andere kandidaten niet en zij kunnen dan gebruik maken van de (helft van de) lijststemmen, tot die pot leeg is. De kandidaat met het hoogste aantal stemmen krijgt de eerste zetel en ga zo maar verder.