“Rupsje nooitgenoeg” fascineert al 50 jaar kinderen over de hele wereld

Het kinderboek van Eric Carle over een vraatzuchtige rups die vlinder wordt, is precies een halve eeuw oud. Wat is het geheim van het wereldwijde succes van deze tijdloze klassieker?

“The very hungry caterpillar” van de Amerikaanse auteur en illustrator Eric Carle verscheen op 3 juni 1969. Het verhaal vertelt over een eitje waaruit een rups komt. Die eet en eet en eet elke dag van de week tot hij bijna barst, waarna hij verpopt, van gedaante verandert en een mooie vlinder wordt. 

"Die kleine Raupe Nimmersatt", "La chenille qui fait des trous", "La oruga muy hambrienta", "Il bruco molto affamato": het boek is in 62 landen en in tientallen talen uitgebracht; er zijn wereldwijd een slordige 50 miljoen exemplaren van verkocht. De tekeningen zijn geknipte en geplakte collages, een techniek die Eric Carle ook toepast in zijn tientallen andere kinderboeken.

Lees verder onder de foto:

Hoop is de aantrekkingskracht van dit boek

Eric Carle zegt zelf, naar aanleiding van de 50e verjaardag van zijn beroemde rups, dat het een boek over hoop is: "Jij, klein, onbetekenend rupsje, kunt de wereld invliegen als een mooie vlinder, met al je talenten.”

Gerda Dendooven, zelf auteur en illustratrice van kinderboeken, zegt over “Rupsje nooitgenoeg”: “Het was 1969. Veel vernieuwende kinderboeken waren er toen nog niet. Een boek met kleinere en grotere pagina’s, met gaatjes om je vinger door te steken was bovendien duur om te produceren. Blijkbaar geloofde de uitgever er meteen in." Toen Dendooven Carle voor het eerst ontmoette op de kinderboekenbeurs van Bologna, was hij al een grote ster. 

Eenvoudig, helder, herhalend

“Rupsje nooitgenoeg” heeft nauwelijks decors; alles wordt afgebeeld tegen een witte achtergrond. “Je voelt dat Eric Carle uit de reclamewereld kwam,” zegt Gerda Dendooven. Het boek is “catchy, eenvoudig, duidelijk, superhelder qua vorm en inhoud.” Er zit ook veel herhaling en herkenbaarheid in.

Ondanks die grote eenvoud “gebeurt er veel in dit verhaal”, de metamorfose van rups naar vlinder is “een echt cadeau”. Kinderen "kunnen ook zelf iets doen": tellen, de dagen van de week leren, kleuren en vormen zoeken en herkennen. Geen wonder dat het boek vaak in de klas wordt verteld. Het is didactisch en speels tegelijk. Op het laatst wordt de rups ziek van te veel vet en zoet voedsel...

Lees verder onder de foto:

Je zou bijna zelf een rups willen zijn

Kinderen identificeren zich ook met "Rupsje nooitgenoeg": “Het is een gezellige, schattige rups, vermenselijkt met grote ogen en een neus. Je zou hem bijna willen adopteren, meer nog, je zou bijna zelf een rups willen zijn.”

Heeft Gerda Dendooven iets geleerd van Eric Carle? Ze werkt soms op dezelfde manier, door vellen papier te beschilderen en daaruit vormen te knippen. “Je ziet nog de brute vorm, de penseelstreken van Carle. Het doet wat denken aan Matisse of Picasso. Het is grafisch, niet vlak; er zit volume in.”

Ook de tekst is uiterst sober, helder en kort. “Dat is heel erg moeilijk,” ervaart Gerda Dendooven zelf. "Tekst in een kinderboek moet zo eenvoudig mogelijk zijn, en toch niet banaal."

“Rupsje nooitgenoeg” is onlangs opnieuw gepubliceerd in een luxe-editie, voor de 50e verjaardag. Er zijn veel versies van, van piepkleine over pop-up- tot reusachtige boeken en ook een hoop merchandising, speelgoed en knuffels. 

In België en Nederland loopt er een musical over de beroemde jarige rups; die is nog te zien op 6 november in Gent. Schrijver en tekenaar Eric Carle heeft in Amherst, Massachusetts, ook zijn eigen museum

Bekijk hier een animatiefilmpje van het boek, verteld door actrice Carice van Houten:

Meest gelezen