Tijdelijke regering van niet-politici legt de eed af in Oostenrijk

In Oostenrijk heeft een nieuwe regering de eed afgelegd, na de val van de regering-Kurz vorige week. De nieuwe bestuursploeg telt twaalf ministers, zes mannen en zes vrouwen. Opvallend is dat zij geen politici zijn, maar technocraten. Ze zullen het land besturen tot september, wanneer er vervroegde verkiezingen worden gehouden.

De interim-regering werd vandaag officieel benoemd door de Oostenrijkse president Alexander Van der Bellen. Aan het hoofd van de bestuursploeg staat Brigitte Bierlein, die tot nu toe voorzitter was van het Grondwettelijk Hof. De 69-jarige Bierlein is de eerste vrouw aan het hoofd van een Oostenrijkse regering. 

AFP or licensors

Bierlein leidt een ploeg van technocraten. Geen politici, maar onder meer bestuurders of professoren. Minister van Binnenlandse Zaken wordt Wolfgang Peschorn. Hij was tot nu toe voorzitter van de Finanzprokuratur, een orgaan binnen het ministerie van Financiën dat de overheid in alle aspecten juridisch vertegenwoordigt.

Sociale Zaken komt in handen van Brigitte Zarfl, een hoge ambtenaar van het ondersteunende ministerie. Ook de ministeries van Economie, Onderwijs, Verkeer, Landbouw en Financiën zullen worden geleid door een hoge ambtenaar van het ondersteunende ministerie. 

Ines Stilling, sinds 2012 aan de slag bij de kanselarij, wordt minister van Vrouwen, generaal-majoor Thomas Starlinger krijgt de post van Defensie.

Clemens Jablons, de gewezen voorzitter van de hoogste administratieve rechtbank, is aangesteld als vicekanselier en minister van Justitie. Diplomaat Alexander Schallenberg is de interim-minister van Buitenlandse en Europese Zaken.

De technocratenregering zal Oostenrijk leiden tot september, wanneer er vervroegde verkiezingen worden gehouden. De vorige Oostenrijkse regering, een coalitie de conservatieve ÖVP van de jonge kanselier Sebastian Kurz en de rechts-radicale FPÖ, was twee weken geleden in de problemen gekomen door een omkoopschandaal bij de FPÖ. De regering viel, en ook de regering in lopende zaken werd via een motie van wantrouwen door het parlement aan de kant gezet.