Vlaams Belang scoort het best in gemeenten met weinig migranten. Of hoe radicaal stemmen heel gewoon werd

De onderstroom in Vlaanderen is op 26 mei weer een stukje rechtser geworden. Het Vlaams Belang dringt door in alle poriën van Vlaanderen. Ook in kleine gemeenten met weinig inwoners met een migratie-achtergrond. VRT NWS maakte een analyse van de cijfers, en ging op zoek naar de redenen waarom mensen stemmen zoals ze hebben gestemd.  

analyse
Fabian Lefevere
Fabian Lefevere is VRT-journalist en volgt de politieke actualiteit op de voet

Hoe minder mensen van buitenlandse komaf in een gemeente, hoe hoger de score van het Vlaams Belang. Het is een van de meer opmerkelijke vaststellingen van een cijfermatige analyse van de verkiezingsresultaten, en ze gaat helemaal in tegen de intuïtie. VRT NWS legde de uitslagen voor de Kamer per gemeente over gegevens als gemiddeld inkomen, aantal inwoners van die gemeente of de aanwezigheid van mensen van buitenlandse origine.

Hoe onderstaande grafiek lezen? De grillige lijn in geel is het verloop van de scores van het VB. De onderste as geeft de gemeenten weer, geordend naar het percentage inwoners met een migratie-achtergrond.  De rechte blauwe lijn is de trend. Dus hoe minder mensen van buitenlandse origine in een gemeente, hoe hoger de score in procenten voor het Vlaams Belang.

Die resultaten geven niet wat je zou verwachten. Zoals de vaststelling dus dat de percentages voor Vlaams Belang zakken als het aantal allochtonen groeit. De vraag is dan: waarom stemt iemand voor een partij? Omdat hij of zij in de dagelijkse realiteit met een concreet probleem wordt geconfronteerd en daar een oplossing voor wil? Of spelen andere motieven?

De onderstroom is nog rechtser geworden

Maar laat ons eerst even terugkeren naar het algemene resultaat, niet enkel toegespitst op één partij. Ook al kan er eigenlijk maar één ontegensprekelijke analyse zijn: Vlaams Belang is de winnaar. Veel meer dan de hoge score van de PVDA – dat zich ook (met reden) tot winnaar van 26 mei kroonde. De verkiezingen hebben vooral de onderstroom in Vlaanderen bevestigd, en die gaat overduidelijk naar rechts. Al vele jaren, eigenlijk.

Kijk bijvoorbeeld naar de score van het rechtse blok, N-VA en Vlaams Belang opgeteld dus. Dat verkeert in topconditie. Het Vlaams Belang won, maar niet (exclusief) ten koste van Bart De Wever en co. En de cijfers zijn zeker en vast brandstof voor de discussie over het al dan niet doorbreken van het cordon sanitaire: in 80 gemeenten halen N-VA en Vlaams Belang samen de helft, in nog eens 141 andere meer dan veertig procent. In slechts zes gemeenten komen ze samen onder de dertig procent uit.

Hoe onderstaande grafiek te lezen? Tik de score voor 2014 aan, vervolgens die voor 2019, en zie de kleur voor het rechtse blok sterker worden. 

De Antwerpse rand is exemplarisch voor dat fenomeen. Neem nu de top twintig van gemeenten waar dat rechtse blok het sterkst staat. Nagenoeg àl die gemeenten bevinden zich in de Antwerpse rand, en niet zelden piekt de opgetelde score daar boven de zestig procent. N-VA blijft daar de sterkste, ondanks verlies, maar de winst van het Vlaams Belang is dubbel zo groot. Die stemmen worden dus elders weggekaapt.

Die schijnbaar onstuitbare ruk naar rechts contrasteert sterk met de score van het linkse blok, de optelsom dus van Groen, SP.A en PVDA. Bijna nergens – behalve in zeven gemeenten – is dat groter dan rechts, en in 128 gemeenten is het verschil groter dan 25 procent. Om de onderstroom te keren, zou dus een kwart van de kiezers de oversteek van de rechter- naar de linkeroever moeten maken. Zelfs op middellange termijn is dat quasi ondoenbaar.

Hoe onderstaande grafiek lezen? Ze geeft de gezamenlijke score weer van de drie linkse partijen, SP.A, Groen en PVDA, voor zowel 2014 als 2019. 

Het linkse blok is en blijft veel kleiner. Zelfs in Zelzate, Gent en Leuven – de drie meest linkse gemeenten van Vlaanderen – haalt ze niét de helft. En heel vaak gaat de score van Groen, PVDA en SP.A samen er nog op achteruit – in 96 gemeenten zelfs. Wat natuurlijk alles te maken heeft met de historisch slechte score van de SP.A, die de winst van de twee andere linkse partijen tenietdoet.

Ter linkerzijde lijken de partijen veel meer communicerende vaten dan op rechts. Als PVDA en Groen winnen, hakt dat er direct in bij de SP.A, wat bij Vlaams Belang en N-VA minder het geval is. Links slaagt er dus niet in buiten de eigen kring zieltjes te winnen, ze eten elkaar op. Terwijl Vlaams Belang en N-VA hun taart wel groter kunnen maken.

De voorsprong van rechts op links lijkt zelfs op middellange termijn maar moeilijk in te halen

Hoe onderstaande grafiek te lezen? Tik de score voor 2014 aan, vervolgens die voor 2019, en zie de kleur voor het linkse blok minder sterk worden.

Maar, over verliezers gesproken: op dat vlak kan niets wedijveren met de opgetelde score van de klassieke partijen in Vlaanderen, Open VLD, CD&V en SP.A. Open VLD kon de schade nog beperken, maar de implosie van de oude machtspartijen gaat gewoon verder. In slechts 27 gemeenten is de klassieke tripartite nog goed voor de helft van de stemmen. Ze gaan erop achteruit in élke gemeente, in 114 zelfs met meer dan tien procent.

Hoe onderstaande grafiek te lezen? Tik de score voor 2014 aan, vervolgens die voor 2019, en zie de kleur voor de drie klassieke partijen vervagen.

Dan is maar één conclusie nog mogelijk: het is heel gewoon, heel gemiddeld, heel mainstream geworden om radicaal te stemmen.

In alle poriën van Vlaanderen

Wat ons meteen opnieuw bij het Vlaams Belang brengt. Uit de grafieken blijkt dat de partij erin geslaagd is om zich overal door te zetten. Radicaal rechts stemmen gebeurt al lang niet meer in wijken als de Seefhoek, met veel nieuwe Vlamingen en een uitgesproken grootstedelijke problematiek. Ooit was Antwerpen de bakermat van het Vlaams Blok, maar de partij is intussen niet langer (enkel) de partij van de probleemwijken.

Dat was al duidelijk na de gemeenteraadsverkiezingen. Neem nu Ninove, een gemeente waar vooralsnog geen golf van criminaliteit en overlast over de kleine 40.000 inwoners is heengespoeld – en dat is een héél voorzichtig eufemisme. Een gemeente waar mensen van buitenlandse origine een aanzienlijke groep (zo’n 20 procent) van de bevolking uitmaken, maar waar het nog altijd een stuk minder is dan in de centrumsteden.

Vlaams Belang is er in geslaagd om zich tot in elke uithoek van Vlaanderen door te zetten

Maar Ninove, hoe klein het ook is, heeft wel een eigen problematiek. Brussel palmde de voorbije jaren grote happen van de Denderstreek in, en dat vertaalt zich in een erg snelle toename van het aantal buitenlanders of mensen van vreemde origine. Het is een klassiek fenomeen dat Vlaams Belang goed scoort in regio’s die grenzen aan gebieden met veel migranten of mensen van buitenlandse origine.

Ligt het in Ninove, Denderleeuw of Geraardsbergen nog in de lijn van de verwachtingen dat het Vlaams Belang er goed scoort, dan is het veel moeilijker verklaarbaar dat dat nu ook op het platteland gebeurt. Bekijk de scores van het Vlaams Belang in de Westhoek (zonder de kustgemeenten die achter de IJzer liggen).

De partij is in 12 van de 17 gemeenten groter dan N-VA, en in 13 groter dan CD&V. En nog even ter herinnering: we hebben het hier dus wel degelijk over deep West-Vlaanderen, de provincie die N-VA niet kon inpalmen maar waar VB nu schijnbaar achteloos grote successen boekt. In de onderstaande tabel is ook het gemiddelde inkomen vermeld - wat niet bijzonder hoog of bijzonder laag ligt. Het Vlaamse gemiddelde was in 2016 19.102 euro.

Het is één van dé vaststellingen van deze verkiezingen: Vlaams Belang is tot in de diepste poriën van Vlaanderen doorgedrongen. De partij staat het sterkste in gemeenten tussen de 10.000 en 30.000 inwoners. En eigenlijk was dat ook in 2014 al het geval, maar dat viel toen niet op door de veel lagere scores.

Hoe onderstaande grafiek lezen? Naarmate het aantal inwoners van een gemeente stijgt, zakt de score van het Vlaams Belang, al is dat gemiddeld eerder licht. Op bovenstaande grafiek is duidelijker te zien in welk soort gemeenten Vlaams Belang best gedijt. 

Vaak zijn dat ook gemeenten met lagere aantallen mensen van buitenlandse origine. Wat helemaal strookt met de eerder gemaakte vaststelling dat de partij het best scoort in gebieden met weinig mensen van buitenlandse komaf.

Al moet die ook meteen genuanceerd worden. In grotere gemeenten met grotere migrantenpopulaties is het potentieel voor de partij uiteraard kleiner. Mensen van buitenlandse origine stemmen (gemiddeld) veel minder voor het Vlaams Belang, zo mag je aannemen. Maar voor de duidelijkheid: dat kun je uit deze analyse niet aflezen. Die zit op het niveau van de gemeenten, niet op dat van de individuele kiezer. Er is bijkomend onderzoek nodig, waarbij je personen bevraagt, om daar achter te komen. 

Ook asielcentra hebben weinig impact

Als de aanwezigheid van mensen met een migratie-achtergrond een eerder negatieve impact heeft op de score van het VB, dan blijkt ook de inplanting van asielcentra de partij geen bijzondere successen op te leveren. Met uitzondering van een gemeente als Langemark-Poelkapelle en buurgemeente Houthulst in West-Vlaanderen of Stabroek in Antwerpen. Op andere plekken is echter geen piek te zien. 

Hoe onderstaande kaart te lezen? De zwarte stippen zijn asielcentra. De verschillende tinten geel op de kaart verwijzen naar de score van het Vlaams Belang.

Links en stedelijk

Een omgekeerde vaststelling bij PVDA, die andere winnaar van de verkiezingen. Die heeft net een groot potentieel bij de migrantenpopulatie, en zal daar zeker ook (voor een stuk) zijn succes in de steden aan te danken hebben. Want dat is de plek waar de partij sterk staat, op plekken met meer inwoners.

Uit alles blijkt dat de partij heel erg urban is: sterk in gemeenten met een jongere populatie, op plekken waar meer kansarmoede en meer inwijking is. En tegelijkertijd laat de partij ook betere scores optekenen als het gemiddelde inkomen in die gemeenten stijgt.

kansarmoede

inkomen

migratie-achtergrond

leeftijd

Hier is echter veel nuance op zijn plaats. Ja, de PVDA is in Vlaanderen een stedelijke partij, maar wie precies haar kiezers zijn, valt hier maar moeilijk uit af te leiden. Scoren Peter Mertens en co bijvoorbeeld goed bij kansarme kiezers, of scoren ze gewoon goed in stedelijk gebied, waar dan toevallig ook meer kansarmen wonen? Of meer migranten? Alleen onderzoek naar de wensen van de individuele kiezer kan hier een antwoord op geven, en het is nog wachten op een deugdelijke studie daarover. 

Het raakvlak tussen de uitersten

Zeker is wel dat PVDA een duidelijk sociaal programma heeft, waarmee ze kansarmoede en inkomensongelijkheid willen aanpakken. En hier is er een duidelijk raakvlak met het Vlaams Belang. Zonder ze met elkaar te willen vergelijken, is het duidelijk dat ze allebei een linkse tot uitgesproken linkse koers varen op socio-economisch vlak.

Vlaams Belang is er goed in geslaagd om die boodschap over te brengen. Kijk naar de grafieken over het gemiddelde inkomen en de kansarmoede per gemeente. Hoe (kans)armer een gemeente, hoe hoger de procenten die de partij op haar conto mag bijschrijven. Voor N-VA is dat overigens net omgekeerd. Daar is de "regel": hoe rijker de gemeente, hoe meer stemmen voor N-VA. Dat doet vermoeden dat een deel van de kiezers N-VA heeft ingeruild voor Vlaams Belang uit onvrede met het socio-economische beleid van de Vlaamse en federale regeringen. 

Hoe de grafiek lezen? De grillige lijn in geel is het verloop van de VB-scores per gemeente, van klein naar groot. De rechte blauwe lijn is de trend daarin. Dus hoe meer armen, hoe hoger de VB-score. De tweede grafiek in de carrousel doet hetzelfde voor kansarmoede, de derde voor leeftijd, wat minder impact heeft.

kansarmoede

inkomen

migratie-achtergrond

leeftijd

De ware inzet van de verkiezingen

Het stelt de discussie over de ware inzet van deze verkiezingen meteen op scherp. De twee winnaars, Vlaams Belang en PVDA, hebben elk op hun eigen manier een sociale agenda. En die trend is bij het Belang zelfs uitgesprokener dan de trend over migratie. Met welke bedoeling heeft de kiezer dan gestemd zoals hij of zij gestemd heeft? Met de hoop om meer financiële armslag te krijgen, of om een dam tegen migratie op te werpen?

In het geval van het Vlaams Belang wellicht een combinatie van beide. Dat veel van die kiezers niet noodzakelijk met veel mensen met een kleurtje geconfronteerd worden, maakt daarbij niet veel uit. De angst dat het probleem overslaat, is wellicht net zo reëel, daarbij aangevuurd door een partij die het thema heel assertief in de campagne zette.  En heel vaak zijn hun socio-economische verzuchtingen net zo reëel. 

Uit een onderzoek deze week van een consortium van Vlaamse en Waalse universiteiten blijkt dat de eerste prioriteit voor de Vlaming migratie is, gevolgd door sociale zekerheid. Het lijkt erop dat het Vlaams Belang erin is geslaagd om te doen wat N-VA in 2014 klaarspeelde: de migratiekwestie aan een socio-economische agenda koppelen, zoals De Wever het communautaire aan zijn economische plannen wist te koppelen. Dat was toen én nu een succesnummer.

Vlaams Belang is er net zoals N-VA in 2014 in geslaagd om identiteit aan de economische situatie te koppelen

Hoe onderstaande kaarten gebruiken? Klik met de muis op de cirkel en trek de ene kaart over de andere. Zo ziet u het verband tussen de scores van PVDA en VB, en het percentage mensen met een migratie-achtergrond, de gemiddelde leeftijd, het gemiddelde inkomen, gemiddelde aantal inwoners en de kansarmoede in de Vlaamse gemeenten.   

Noot: een aantal gegevens zijn niet opgenomen in de kaarten en de grafieken. Het gaat om de verkiezingsresultaten in de nieuwe fusiegemeenten, omdat die geen vergelijking tussen 2014 en 2019 toelaten. Ook de Brusselse gemeenten en de faciliteitengemeenten in de Brusselse rand zijn buiten het verhaal gegeven, omdat de politieke realiteit daar helemaal anders - lees: veel Franstaliger - is. De andere faciliteitengemeenten, zoals Voeren, zitten wel in de cijfers. 

Kaarten PVDA:
Kaarten VB: