Imagno/Austrian Archives

Mythes en misvattingen van de Tweede Wereldoorlog : "De landing lukte omdat Hitler sliep"

Een van de hardnekkige mythes over D-day is dat Adolf Hitler sliep toen de geallieerde troepen op de stranden van Normandië landden. Sterker : hij sliep zelfs een groot deel van de ochtend. Niemand durfde hem te wekken. Daardoor ging er kostbare tijd verloren met het sturen van versterkingen en werd de invasie een succes.

In de bekende film The Longest Day (1962) die over D-day werd gemaakt, zegt de Duitse generaal Blumentritt (gespeeld door Curd Jürgens) die ochtend ironisch : “We beleven een historisch moment. We gaan de oorlog verliezen omdat onze glorierijke Führer een slaaptablet genomen heeft en niet gewekt mag worden”. 

Hitler sliep toen inderdaad. Maar verder klopt het verhaal niet. 

Geallieerde propagandaposter uit 1944 die een invasie in dat jaar aankondigt (bron: NAM, Londen).

Om te beginnen had Hitler de gewoonte tot laat in de ochtend te blijven slapen. Hij bleef meestal op tot lang na middernacht. Van een slaaptablet is in serieuze biografieën van Hitler geen sprake.

Ook verhaaltjes dat Hitler die avond te veel gedronken had, kloppen niet: hij was geheelonthouder. Het is evenmin zo dat hij niet mocht worden gewekt.  Elke militaire bevelhebber moet in principe kunnen worden gewekt als daar ernstige redenen voor zijn. 

Hitler aan zijn bureau in het Berghof (bron: Bundesarchiv Bild). Op de beginfoto zit hij op het terras bij het Berghof.

Hitler verbleef rond die tijd op het Berghof, zijn geliefde buitenverblijf in de Beierse Alpen. Daar was ook zijn hoofdkwartier gevestigd, zodat hij constant op de hoogte werd gehouden van de toestand.  Hij had die avond gezellig doorgebracht met zijn propagandaminister Josef Goebbels. Rond die tijd begonnen de eerste berichten over een komende invasie binnen te sijpelen, maar er werd weinig geloof aan gehecht. Er waren al zoveel onjuiste meldingen geweest. Toch was Goebbels, toen hij afscheid van Hitler had genomen, van mening dat “de beslissende dag van de oorlog” was begonnen. 

Goebbels met vrouw en kinderen tijdens een bezoek aan Hitler op het Berghof (bron: Bildesarchiv Bildt).

Hitler ging vermoedelijk rond drie uur naar bed en sliep zeker tot na tien uur. Rond zeven uur begonnen de Duitse kanonnen op de Normandische kust te schieten op een naderende vloot. De eerste landingen begonnen om halfacht (Duitse tijd) en zowat een uur later hadden alle Duitse hoofdkwartieren alarm gegeven.

De Duitse inlichtingendiensten hadden aanwijzingen – onder meer uit gedecodeerde berichten naar het Franse verzet – dat er een landing zou komen. Maar ze hadden ook meermaals gemeld dat de echte invasie zou worden voorafgegaan door een afleidingsmanoeuvre om de Duitse legers weg te lokken van de eigenlijke landingsplaats.  De hele legerleiding, inclusief Hitler, geloofde dat. De geallieerden hadden die twijfel die nacht nog versterkt, onder meer door het droppen van poppen aan valschermen. 

Een Canadese soldaat aan het hoofd van een groep Duitse krijgsgevangenen op Juno ( bron: National Archives of Canada).

Veldmaarschalk Rommel, die het bevel voerde over de legers aan de Kanaalkust, was er die ochtend niet zeker van dat het wel of niet om een valstrik ging. Rommel was toen met verlof in Zuid-Duitsland en communiceerde via telegrammen.  De verwarring was dus groot. Hitlers militaire adjudanten hadden hem kunnen wekken, maar ze durfden dat niet, omdat het misschien loos alarm was.

Maar ook toen Hitler opstond, heeft hij niet meteen ingegrepen. Toen hij om twaalf uur begon met zijn dagelijkse militaire bespreking, was hij er nog van overtuigd dat het om een valstrik ging. Pas tijdens dat overleg gaf hij het order om twee pantserdivisies in te zetten die tussen Parijs en Rouen gereed stonden. 

Veldmaarschalk Erwin Rommel bij een inspectie van de Atlantikwall in Raversijde (bron: Bundesarchiv Bild).

Die pantserdivisies waren essentieel. De Duitse eenheden die de duizenden kilometers bunkers langs de kust van West-Europa bemanden, waren niet in staat om een massale aanval op één punt tegen te houden. Troepen uit het binnenland zouden worden ingezet om de invasiemacht in de pan te hakken. Maar daarvoor moest er zekerheid zijn dat het niet om een valstrik ging.

Toen de pantserdivisies in de namiddag dan toch oprukten, werden ze gehinderd door luchtaanvallen, waarbij ze zware verliezen leden. De geallieerden waren meester in de lucht. Waren ze ’s ochtends opgetreden, dan had dat misschien een verschil kunnen maken. Maar die late inzet kwam door de aarzelingen van de Duitse generaals. Vooral generaal Jodl, Hitlers voornaamste militaire adviseur, bleef aarzelen. Had Jodl een andere mening gehad, dan had hij wellicht Hitler laten wekken. Maar hij had redenen om te aarzelen. 

Vernietigde Duitse Tiger I- en Panzer IV-tanks in de straten van het Normandische Villers-Bocage (bron: Bundesarchiv Bild).

De meeste generaals, in de eerste plaats veldmaarschalk von Rundstedt, de opperbevelhebber in het westen, waren er immers van overtuigd dat de landing aan het Nauw van Calais zou plaatsvinden, waar de afstand tussen Engeland en het continent het kleinst is. Dat versterkte nog hun mening dat de gebeurtenissen in Normandië een schijnmanoeuvre vormden. En ook Hitler was het daar toen blijkbaar mee eens. Het is dus die aarzeling, en niet Hitlers slaap, die voor tijdsverlies zorgde.  

Hitler en zijn voornaamste militaire adviseur generaal Jodl, die uitleg geeft op een kaart.

Merkwaardig genoeg had Hitler eerder al gedacht dat de landing in Normandië zou plaatsvinden. Hij steunde daarbij op de mening van Rommel, maar later neigde hij meer naar de mening van von Rundstedt. In de namiddag van 6 juni pochte hij zelfs dat hij de exacte plaats van de landing had voorspeld. Maar dat heeft hem geen voordeel opgeleverd…   

Amerikaanse soldaten bij een op de Duitsers veroverde bunker (bron: NARA).