© VRT

Tv-makers trekken aan de alarmbel: "Interesse in Vlaamse programma's is groot, maar geld om ze te maken raakt op"

De Vlaamse televisiemakers trekken aan de alarmbel. Veel productiehuizen komen financieel in de problemen, schrijft De Morgen. Het ziet ernaar uit dat er de volgende jaren veel minder Vlaamse programma's zullen gemaakt worden. En dat terwijl programma's van eigen bodem erg gesmaakt worden door het publiek en ook internationaal erkenning krijgen. "Hoe doodjammer is dat", zegt Bruno Wyndaele, de voorzitter van van de beroepsvereniging van Vlaamse Onafhankelijke Film- en Televisiemakers in "De ochtend" op Radio 1.

De Vlaamse productiehuizen zitten in zwaar weer. Ze krijgen minder geld via de taxshelter, het systeem waarbij bedrijven kunnen investeren in films of series in ruil voor een belastingvoordeel. Ook de besparingen en mindere reclame-inkomsten bij de zenders, laten zich voelen. Doordat er minder geld is voor programma's wordt de onderlinge concurrentie tussen de verschillende productiehuizen steeds groter. 

"Normaal gezien worden tv-programma's in de eerste plaats betaald door de zenders", zegt Bruno Wyndaele. "Maar de VRT krijgt al jaren minder geld van de overheid, waardoor de openbare omroep minder televisieprogramma's kan maken. Bij de commerciële zenders lopen de reclame-inkomsten terug, omdat mensen reclame kunnen doorspoelen of blokkeren en omdat bedrijven ook adverteren op andere kanalen, zoals Google en Facebook. Ook de commerciële zenders hebben dus minder geld ter beschikking."

Er is dus drie keer minder geld om programma's te maken.

Bovendien hapert de taxshelter voor fictiereeksen en documentaires. "Dat heeft heel goed gewerkt de voorbije jaren, maar sinds de belastinghervorming is er veel minder geld om in die taxshelter te stoppen. Het is niet meer zo aantrekkelijk voor bedrijven om erin te investeren", zegt hij. "Er is dus drie keer minder geld om programma's te maken."

Down the road © VRT - JOKKO

Gesmaakte programma's

Het is dus niet zo dat er minder vraag is naar programma's van eigen bodem. Integendeel. Programma's als "Down the road" en "Taboe" en series als "Tabula rasa" en "Over water" vallen in de smaak bij het publiek en worden ook internationaal opgemerkt. 

"We zitten nu net op een moment dat we goede dingen aan het maken zijn, die internationaal gewaardeerd worden. Op die manier verbeelden die programma's niet alleen de Vlaamse cultuur, maar ze dragen ze ook uit. Net nu zouden we dat succes niet meer kunnen verlengen en dat hele systeem niet meer kunnen onderhouden. Hoe doodjammer is dat", zegt Wyndaele. 

Over water © VRT - Toon Aerts

Wie gaat dat betalen?

Waar is het dan misgelopen? "Vroeger betaalde de kijker altijd voor zijn inhoud. Ofwel betaalde hij kijk- en luistergeld, ofwel betaalde hij via de dvd die hij kocht of het filmticket. Of hij betaalde door naar reclame te kijken die voor en in het programma zat. Nu betaalt de kijker nog altijd, maar niet meer voor het programma. Hij betaalt nu voor het gemak om overal en altijd naar audiovisuele programma's te kunnen kijken, zoals vrij dure data-abonnementen voor de telefoon."

Volgens Wyndaele verdienen enorm veel spelers geld aan de programma's die zij maken, maar zijn die spelers niet verplicht om bij te dragen aan de programma's. Het gaat hier over mobiele telecomoperatoren, videoplatformen als YouTube en producenten van televisietoestellen en laptops.

Nu zijn enkel Telenet, Proximus en Netflix verplicht om een deel van hun inkomsten te investeren in programma's. Die verplichting zou uitgebreid moeten worden. "Alle spelers die geld verdienen aan de Vlaamse consument die bij hen betaalt om te kijken naar audio-visuele content, zouden moeten verplicht worden om bij te dragen aan de productie van die content. Dat is perfect logisch", besluit Wyndaele.

Beluister het interview met Bruno Wyndaele in "De ochtend" op Radio 1: