De 'Castello-kaart' van Nieuw-Amsterdam in het zuiden van het eiland Manhattan, met links Fort Amsterdam.

Enige kaart van New York uit de tijd dat het nog 'Nieuw Amsterdam' was, opnieuw in belangstelling

Zowat iedereen weet wel dat de kleine Nederlandse kolonie Nieuw Amsterdam  op het eiland Manhattan uitgegroeid is tot een van de beroemdste metropolen ter wereld, New York. Wat begon als een kleine handelspost om pelzen van de indianen te kopen, groeide door de komst van kolonisten, onder meer uit Wallonië, uit tot de grootste Nederlandse kolonie in  Noord-Amerika. Op wat plaatsnamen na, is daar nu niets meer van overgebleven, en ook kaarten uit die tijd van Nieuw Amsterdam zijn er niet veel. Sterker nog, er is er maar een bewaard gebleven.   

De kaart in kwestie, die de Castello-kaart genoemd wordt, staat nu opnieuw in de belangstelling omdat er in Nederland een boek is verschenen 'De Geschiedenis van Nederland in 100 oude kaarten', van de hand van Marieke van Delft en Reinder Storm. 

De 'ontdekking' van Manhattan, door de Europeanen dan toch, begint in 1524 toen de Italiaan  - in feite een Florentijn - Giovanni da Verrazzano de baai aandeed waarin het eiland Manhattan ligt. De Verrazzano was een ontdekkingsreiziger die in opdracht van de Fransen de noordoostkust van Noord-Amerika verkende. 

Ruim een halve eeuw later, in 1609, was het dan weer een Engelsman die in opdracht van de Nederlandse Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC) het gebied bereikte. Hudson was op zoek naar een noordelijke doorvaart naar China en Tartarije, het gebied tussen de Oeral en de Kaspische Zee en de Stille Oceaan. Die doorvaart vond hij niet, wel voer hij de rivier op ten westen van Manhatten die nu nog zijn naam draagt. 

Bij zijn terugkeer vermeldde Hudson de mogelijkheid om in het gebied op walvissen te jagen, en om met de indianen handel te drijven in bont en tabak. Hudson had zelf op kleine schaal beverhuiden geruild voor kralen en metalen voorwerpen met de indianen. Vooral de zeer lucratieve handel in beverpelzen wekte belangstelling bij ondernemers in Amsterdam, en daarnaast  ook die in pelzen van otters, minks en ratten, waarschijnlijk muskusratten. Dat leidde tot een aantal nieuwe expedities, en verschillende maatschappijen uit Amsterdam stichtten handelsposten in wat 'Nieuw-Nederland' genoemd werd, om huiden te ruilen met de indianen. Gedurende die eerste 15 jaar, van 1609 tot 1624, werd Manhattan echter maar zelden gebruikt door de Nederlanders. 

Om al de initiatieven te stroomlijnen en het nationaal Nederlands belang te waarborgen, werd in 1621 de West-Indische Compagnie gesticht, naar het voorbeeld van de VOC.

Maar intussen waren de Nederlanders al lang niet meer de enigen met belangstelling voor de regio: de Fransen hadden al sinds het einde van de 16e eeuw verschillende dorpen gevestigd in wat nu de Canadese provincie Nova Scotia is, ten noorden van New York, en de Engelsen stichtten in 1607 het meer zuidelijk gelegen Jamestown - bekend van Pocahontas -,  in wat nu de staat Virginia is.   

Een kaart van 'Nova Belgica' (de Latijnse naam Belgica slaat op de Lage Landen), 'Nieuw Nederlandt" of 'Nieuw Jorck', met onderaan  'Nieuw Amsterdam onlangs Nieuw Jorck genamt'. In het midden tussen het roze en het groen gedeelte ligt de Hudson met Manhattan, naast 't Lange Eylandt' (met groen omringd).  De kaart dateert uit 1725 maar is gemaakt naar een voorbeeld uit 1662. Public domain

De eerste kolonisten

Tot dan toe waren de Nederlanders alleen geïnteresseerd in de lucratieve pelzenhandel en daarvoor richtten ze enkel de zogenoemde factorijen op, handelsposten. In 1624 kwam daar echter verandering in toen het schip 'Nieuw Amsterdam', dat door de West Indische Compagnie (WIC) gecharterd was, aankwam op 'Noten Eylant' - het huidige Governors Island, een klein eilandje voor de kust van het uiterste zuiden van Manhattan.

Aan boord waren zo'n 30 families kolonisten. De meeste waren van Zuid-Nederlandse of Waalse afkomst. In dat laatste geval ging het om gereformeerde Walen die in de 16e eeuw naar het noorden gevlucht waren voor vervolging door de katholieken, en die in steden als Amsterdam, Haarlem en Leyden hun eigen Waalse kerken hadden.  

De eerste golf kolonisten verspreidde zich over de 'provincie' Nieuw-Nederland, maar al spoedig kwamen er meer en die brachten hun vee mee. Dat was een teken dat men dacht dat de kolonisatie zou slagen en dat men permanent zou blijven wonen op het nieuwe continent. Dat was ook nodig om aanspraak te kunnen maken op het gebied tegenover andere geïnteresseerde koloniale machten als de Engelsen en de Fransen. 

Nieuw-Nederland werd bestuurd door een directeur die aangesteld werd door en verantwoording aflegde aan de WIC, en de voortdurende dreiging van een mogelijke aanval door een van de andere koloniale mogendheden, zorgde ervoor dat de WIC in 1625 de opdracht gaf aan Willem Verhulst, de tweede directeur, om een fort te bouwen aan de ingang van de Hudsonrivier, om de verder langs de rivier en in het binnenland gelegen kolonies te beschermen. Ook wilde men de kolonisten concentreren op Manhattan. 

In 1626 besloot Verhulst op de zuidpunt van Manhattan 'Fort Amsterdam' te bouwen, van waaruit Nieuw-Nederland dan bestuurd zou kunnen worden. Verhulst was niet populair als directeur, niet bij de WIC omdat hij de financiën niet goed beheerde, en niet bij de kolonisten omdat hij hen beschouwde als werknemers van het bedrijf en hen niet goed behandelde. 

Hij werd dan ook al snel opgevolgd door Peter Minuit - van wie de Waalse naam ook vernederlandst werd tot Minnewit -, die de geschiedenis zou ingaan als de man die Manhattan gekocht heeft van de indianen in 1626. 

Die aankoop is bekend van een brief van Pieter Jansz Schagen, waarin die vanuit een vergadering van de WIC aan de Staten-Generaal schrijft over de gang van zaken. Naast een inventaris van de lading van het schip bij zijn terugkomst, - meer dan 7.000 bevervellen, bijna 1.000 ottervellen, 48 minkvellen, 36 catloesvellen (lynx), 33 minks en 34 'rattevellekens', veel eiken balken en notenhout - schrijft hij ook aan de 'Hooghe Moghende Heeren' dat 't'eylant Manhattes van de wilde' gekocht is voor de waarde van 60 gulden. 

'Gekocht' is evenwel een groot woord, aangezien de indianen met wie de transactie werd beklonken, waarschijnlijk niet eens op Manhattan woonden, maar nomaden waren die er ofwel tijdelijk verbleven ofwel gewoon langstrokken. Bovendien zagen zij land niet als een bezit dat verkocht kon worden, en dachten ze waarschijnlijk dat ze enkel vis- of jachtrechten verkocht hadden.  

De brief van Pieter Schagen waarin hij de aankoop van Manhattan meldt aan de Staten-Generaal, zowat het hoogste orgaan van de Republiek der Verenigde Provinciën, de Noordelijke Nederlanden. Nationaal Archief/Public domain

Drukte in de stad

Oorspronkelijk ging het de nieuwe nederzetting niet voor de wind: door meningsverschillen binnen de WIC over de koers die men wou varen met Nieuw-Nederland, waren er weinig Nederlanders geneigd alles achter te laten en naar de nieuwe wereld te trekken. Erger nog, door de vele schermutselingen met de indianen in het gebied, kwamen er dikwijls kolonisten om het leven, en andere kolonisten hielden het voor bekeken en keerden terug naar Europa. 

Om de kolonie aantrekkelijker te maken, gaf de WIC meer vrijheid om ook als particulier handel te drijven, naast wat tot dan toe zo goed als een monopolie van de WIC was geweest, en delen van het nieuwe land werden vrijgegeven voor landbouw, zodat kolonisten op die manier in hun onderhoud konden voorzien. 

De conflicten met de andere koloniale machten, Engeland en Frankrijk, en met de oorspronkelijke inwoners bleven echter voortduren, en dat leidde ook tot tweespalt onder de kolonisten. In 1647 stelde de WIC een nieuwe directeur-generaal aan voor Nieuw-Nederland: Peter Stuyvesant - 'the man who founded New York in 1653' volgens de fantasierijke verpakking van het gelijknamige sigarettenmerk. 

Hij moest orde op zaken stellen en de kolonie tot bloei brengen, iets waar hij ook in slaagde, voor een deel door tijd te rekken en de problemen te laten uitdoven. 

Daardoor werd Nieuw-Amsterdam uiteindelijk toch nog een stad van enige omvang, en begin 1653 kreeg de stad stadsrechten. Er woonden toen tussen de 500 en 700 mensen, en door de toenemende drukte werd het nodig de percelen in de stad beter af te bakenen.  En dus had men een kaart nodig. 

Landmeter Jacques Cortelyou kreeg de opdracht voor die kaart. Zijn oorspronkelijke werk is niet bewaard gebleven, maar er bestaat nog wel een kopie door Johannes Vingboons, een Nederlandse cartograaf en schilder van aquarellen. 

Deze kopie werd in 1667 gekocht door prins Cosimo III de' Medici tijdens zijn bezoek aan Amsterdam, samen met een 60-tal andere kaarten, bij het bedrijf van Joan Blaeu, een befaamde Nederlandse drukker, uitgever en cartograaf. Cosimo, die later groothertog van Toscane zou worden, nam de kaarten mee naar zijn Villa medicea di Castello, in de buurt van Florence, en daar heeft de kaart haar bijnaam aan ontleend: de Castello-kaart. 

De Castello-kaart is een van de bekendste kaarten van de nederzetting Nieuw-Amsterdam, en de enige bewaard gebleven kaart die tijdens het Nederlandse bewind is gemaakt. 

Lang zou dat bewind overigens niet meer duren: in 1664 veroverden de Engelsen Nieuw-Nederland en na een eerste weigering ging Stuyvesant met hen onderhandelen.  Nadat hij een aantal garanties voor de kolonisten uit de brand had gesleept, capituleerde hij in september 1664 en kwam Nieuw-Amsterdam in handen van de Engelsen. 

Die veranderden de naam van de stad in New York, omdat het door de Engelse koning Karel II was toegewezen aan zijn broer Jacobus II, die de hertog van York was. De hele kolonie Nieuw-Nederland telde toen ongeveer 6.000 inwoners, van wie er 1.500 in Nieuw-Amsterdam woonden.

Zoals gezegd is de kaart een van de kaarten in het nieuwe boek van Marieke van Delft, conservator oude drukken in de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag, en haar man Reinder Storm, conservator cartografie, geografie en reizen aan de Universiteit van Amsterdam, De geschiedenis van Nederland in 100 oude kaarten. Een deel van de gegevens in dit artikel zijn ontleend aan dat boek. 

De volledige kaart van bovenaan, de Castello-kaart van Nieuw-Amsterdam.
Een aquarel of waterverfschilderij van Johannes Vingboons, 'Gezicht op "Nieuw-Amsterdam ofte nue Nieuw Iorx op 't eijlant Man-[hattan]" van de zeezijde' Nationaal Archief/Public domain