Mobiliteitsorganisatie VAB pleit voor fonds om mobiliteitsinvesteringen te financieren

De mobiliteitsorganisatie VAB pleit voor de oprichting van een mobiliteitsfonds dat moet instaan voor de financiering van de prioritaire mobiliteitsinvesteringen. Dit mobiliteitsfonds moet worden gespijsd met de inkomsten van de jaarlijkse verkeersbelastingen, de inschrijvingstaks en het deel van de verkeersboetes dat Vlaanderen ontvangt. Het geld moet dienen voor het structureel onderhoud van de verkeersinfrastructuur, de kwaliteitsverbetering van openbaar vervoer en fietsvoorzieningen.

Zonder dergelijk mobiliteitsfonds lopen we het risico dat al het beschikbare geld naar de nieuwe projecten zoals Oosterweel en Brusselse Ring gaat, meent VAB. Als de Vlaamse overheid geen geld heeft voor deze nieuwe weginfrastructuur, dan kan ze de gebruikers van de Antwerpse en Brusselse Ring via een intelligente tolheffing mee laten betalen voor deze zware investeringen.

VAB wil dat de overheid de volgende 10 jaar de garantie biedt dat belangrijke mobiliteitsinvesteringen ook kunnen gebeuren. VAB schat dat een extra budget van 15 miljard euro gespreid over 10 jaar nodig is de basisinfrastructuur in Vlaanderen op niveau te houden.

Onderhoudsachterstand

VAB motiveert haar vraag voor de oprichting van een mobiliteitsfonds met de vaststelling dat in Vlaanderen verder onderhoudsachterstand blijft oplopen, want 25 procent van onze gewestwegen vertoeft in slechte staat en van de ongeveer 3.000 bruggen en tunnels heeft 1 op 3 (900 tot 1.000 bruggen) een grondig onderhoud nodig binnen dit en 10 jaar (vanwege hun zeer hoge leeftijd van 60 jaar of meer) en moet waarschijnlijk 1 op 10 (250 à 300) volledig vervangen worden.

"Daar is op dit moment geen geld voor", zegt Maarten Matienko van VAB.  "Daarbij moeten we ook investeren in alternatieve vervoerswijzen. In de fiets bijvoorbeeld, we willen drie miljard investeren de komende tien jaar. Maar het openbaar vervoer moet ook beter, zeker de 13 centrumsteden moeten beter bereikbaar zijn. Er is ook nog altijd een bereikbaarheidsprobleem in de provincies West-Vlaanderen en Limburg."

Openbaar vervoer en fiets

Andere vaststelling is dat voorbeelden in het buitenland meer en meer op openbaar vervoer en fiets focussen. Steden kampen met een toenemende verkeersdruk en zien de oplossing in zware investeringen in de capaciteit en doorstroming van tram en bus, in de organisatie van overstapmogelijkheden van fiets of auto op openbaar vervoer en in de uitbouw van een goede fietsinfrastructuur.

"De prioriteiten moeten we afstemmen op wat elders in Europa gebeurt. De focus moet meer en meer liggen op de fiets en op de doorstroming van het het openbaar vervoer in de steden, dat is dan tram en bus. Zaak is alternatieven te vinden voor het autoverkeer."