Arbeidseconoom Stijn Baert: “Geef niet-herkozen parlementsleden een werkloosheidsuitkering”

Siegfried Bracke (N-VA) kondigde dit weekend aan dat hij zijn uittredingsvergoeding als parlementariër zal opnemen. Econoom Stijn Baert (UGent) geeft Bracke gelijk, maar pleit tegelijk voor een grondige aanpassing van het systeem. De arbeidsmarktdeskundige ijvert voor de invoering van een werkloosheidsvergoeding voor niet-herkozen politici. 

Siegfried Bracke kondigde afgelopen week zijn afscheid uit de politiek aan. In “De Zevende Dag” liet de voormalige Kamervoorzitter verstaan dat hij zijn uittredingsvergoeding van 175.356 euro zal opnemen. “Dit is een systeem, het bestaat en je hebt daar recht op”, verklaarde Bracke.

Arbeidsmarktdeskundige Stijn Baert kan zich vinden in deze redenering. “Het systeem is wat het is. Hij heeft er dus recht op, net zoals een pensioengerechtigde recht heeft op een pensioen”, aldus Baert. Tegelijkertijd ijvert Baert zeer duidelijk voor een totale herziening van het systeem van de uittredingsvergoedingen. Zo pleit hij voor de invoering van een systeem van werkloosheidsuitkeringen voor politici die niet herkozen geraken in het parlement.

“Ik zou politici die niet-pensioengerechtigd zijn, maar het parlement moeten verlaten toegang geven tot een werkloosheidsuitkering van ongeveer 1750 euro per maand”, zegt Baert. Dat komt overeen met de hoogst mogelijke werkloosheidsuitkering voor werkloze werknemers in ons land. 

Baert wil ook dat er een vorm van degressiviteit in het systeem wordt ingebouwd. “De uitkering mag op een hoog niveau starten, maar moet wel om de zoveel maanden verlaagd worden”, aldus Baert. “Uiteraard valt de uitkering weg zodra er een nieuwe baan wordt gevonden.”

Politici kunnen anticiperen op hun vertrek

Contract van bepaalde duur

Volgens Baert past dit systeem beter bij de aard van de job van parlementariër. Een parlementair mandaat heeft namelijk een zeer duidelijk begin en einde. “Er is dus een analogie met een contract van bepaalde duur”.

De logica achter een opstapvergoeding, namelijk een onaangekondigd einde van een bepaalde tewerkstelling opvangen, valt volgens Baert dus niet te rijmen met een parlementair mandaat. “Politici kunnen anticiperen op hun vertrek, anders dan bijvoorbeeld topmanagers die aan de kant worden geschoven”, besluit Baert. 

Meest gelezen