De "Soedanese Lente" lijkt te mislukken: wat is er aan de hand en hoe gaat het verder?

In Soedan leek een Arabische Lente in de maak. Maandenlang burgerprotest dwong dictator Omar Al-Bashir – al dertig jaar aan de macht – op de knieën. Het leger schaarde zich aan de kant van de demonstranten en nam de macht over. Maar sindsdien weigeren de militairen de macht over te dragen aan een burgerregering en hebben ze een vreedzame protestactie hardhandig uit elkaar geslagen. Er vielen meer dan honderd doden en zevenhonderd gewonden. Is de "Soedanese Lente" aan het mislukken?

analyse
Stijn Vercruysse
Stijn Vercruysse is expert Afrika en klimaat bij VRT NWS.

Toen het protest tegen zijn regime maar bleef aanhouden, gaf president Omar Al-Bashir naar verluidt het bevel aan zijn veiligheidstroepen om het vuur te openen op de demonstranten. De commandant van het leger weigerde. Een keerpunt in het verhaal van de Soedanese lente, want het leger schaarde zich vanaf dat moment achter het burgerprotest en de dictator werd afgezet. Een Militaire Overgangsraad nam de macht over en begon te onderhandelen met de demonstranten over een overgangsregering. Naar verluidt stonden ze op een zucht van een akkoord.

Bloedbad

Maar dan keerde het tij. De militairen braken de onderhandelingen af en weigerden de macht af te staan. De protesten herbegonnen. Vreedzaam, als altijd. De actievoerders hielden een sit-in voor het militaire hoofdkwartier en sloegen er hun tenten op.

Op maandag 3 juni werden ze onverwacht aangevallen door militairen van de zogenaamde “Rapid Support Forces” die het vuur op hen openden, hun tenten in brand staken en tientallen vrouwen en mannen verkrachtten. Volgens de opposanten zijn er toen ongeveer 120 doden gevallen. Een deel van hen vonden ze terug in de Nijl. 

Video player inladen...

Wie zijn de “Rapid Support Forces”?

De “Rapid Support Forces” maken nu deel uit van het Soedanese leger, maar vroeger was dat een gewapende groep in de Soedanese regio Darfoer, de zogenoemde “Janjaweed”. Arabische strijders te paard die werden bewapend en betaald door president Al-Bashir om de zwart-Afrikaanse opstandelingen daar te bestrijden. Daarbij vielen naar schatting 300.000 doden, een poging tot genocide volgens de aanklager van het Internationaal Strafhof. Omar Al-Bashir en een aantal Janjaweed-commandanten worden daarvoor aangeklaagd.

Al Bashir maakte van die Janjaweed een officiële militaire eenheid: de “Rapid Support Forces”. Hun commandant werd generaal – ook al genoot hij geen enkele militaire opleiding. Die man - Mohamed Hamdan Dagolo, alias Hemeti - is nu de nummer twee in de Militaire Overgangsraad. Maar volgens waarnemers is hij de échte baas, misschien wel de volgende dictator.

Mohamed Hamdan Dagolo, alias Hemeti

De machtige vrienden van de militairen

Zijn troepen vechten trouwens ook mee in de oorlog in Jemen en worden betaald door Saudi-Arabië. Het bloedbad van 3 juni, door de troepen van Hemeti, kwam wellicht niet toevallig enkele dagen na zijn bezoek aan de Saudische kroonprins Bin Salman.

Bovendien beloofden Saudi-Arabië en de Verenigde Arabische Emiraten de Militaire Overgangsraad drie miljard dollar om de Soedanese economie in leven te houden.

Waarnemers vermoeden dat Saudi-Arabië, de Verenigde Arabische Emiraten en Egypte de militaire machthebbers in Soedan hebben aangespoord om komaf te maken met de burgerprotesten. Ze zijn namelijk als de dood voor verandering. Saudi-Arabië wil z’n macht in de regio bestendigen door de status quo te behouden. Dus liever een nieuwe dictator en vriend aan de macht dan een democratisch verkozen en onvoorspelbare burgerregering. Bovendien zou een geslaagde revolutie in Soedan de eigen bevolking in Saudi-Arabië wel eens op ideeën kunnen brengen.

De macht van de straat

De internationale gemeenschap en de machthebbers in Soedan hebben de macht van de straat duidelijk onderschat. De eisen van de zogenaamde Alliantie voor Vrijheid en Verandering, de verenigde oppositie dus, wordt dan ook gedragen door de meerderheid van de bevolking. Het is eigenlijk een verzameling van 22 oppositiegroepen. Daarbij horen ook artsenverenigingen, vakbonden, jongerengroepen en politieke partijen.

Dat het reguliere leger altijd geweigerd heeft om op hen te schieten, heeft daar ongetwijfeld mee te maken: de zonen en dochters van hun familieleden en vrienden bevonden zich tussen de actievoerders. (Voor de Rapid Support Forces geldt dat niet, want zij komen uit het verre Darfoer.)

Ze zijn altijd zeer gedisciplineerd gebleven en bleven vreedzaam demonstreren. Maar nu ze uit elkaar gespeeld werden door repressie en ze zich moeilijker kunnen organiseren door het blokkeren van het internet, wordt het steeds moeilijker om eendrachtig te blijven.

Voorlopig lijkt die fragiele eendracht overeind te blijven, want ze beseffen dat hun revolutie kan worden gekaapt door de militairen. Ze willen niet dat – zoals in Egypte gebeurde – de ene dictator uiteindelijk vervangen wordt door een andere. 

Wat nu?

Zondag, maandag en dinsdag hielden de opposanten nog burgerlijke ongehoorzaamheidsacties en een nationale staking. Op dit moment zijn ze klaar voor nieuwe gesprekken met de Militaire Overgangsraad.

Wat ze al weken vragen is dat burgers de transitie naar democratie leiden en niet de militairen. Maar sinds kort eisen ze ook een onafhankelijk internationaal onderzoek naar het bloedbad van 3 juni. Ze willen ook dat de gevreesde Rapid Support Forces zich uit de straten terugtrekken, en dat het internet wordt hersteld.

Het zijn de Ethiopische premier Abiy Ahmed en het Amerikaanse regeringslid Tibor Nagy die de gesprekken moeten leiden. Maar veel kans maken ze wellicht niet als je ziet hoe Abiy Ahmed vorig weekend nog werd vernederd. Hij was nog maar vertrokken na een eerste gespreksronde met de oppositie toen enkele van hun leiders werden gearresteerd.

Omar Al-Bashir mag dan wel verdreven zijn, het militaire machtsapparaat, het systeem dat hij installeerde, slaat nu terug en geeft zich niet gewonnen.

De Ethiopische premier Abiy Ahmed komt aan in Khartoum om te onderhandelen met de militairen en de oppositie

Meest gelezen