Reconstructie van een pterodactylus die op het strand uit het ei komt, zo'n 124 miljoen jaar geleden.. James Brown/University of Leicester

Pterosauriër had een unieke eigenschap: hij kon vliegen van bij de geboorte

Pterosauriërs, een uitgestorven groep van vliegende reptielen, hadden unieke eigenschappen: ze konden vliegen zodra ze uit het ei kwamen. Dat hebben Britse onderzoekers ontdekt. De paleontologen noemen het een baanbrekende ontdekking, wat blijkt uit het feit dat geen enkel ander gewerveld dier dit kan of ooit gekund heeft in de evolutionaire geschiedenis. Volgens de onderzoekers heeft de ontdekking een enorme invloed op onze kennis over pterosauriërs, wat dan weer essentieel is om te begrijpen hoe de wereld van de dinosaurussen in zijn geheel functioneerde.    

Tot nu toe werd gedacht dat pterosauriërs slechts in staat waren om te vliegen eens ze bijna uitgegroeid waren tot hun volledige, volwassen grootte, zoals vogels of vleermuizen. Die aanname was gebaseerd op gefossiliseerde embryo's uit China van de wezens, die slecht ontwikkelde vleugels hadden. 

Nu hebben paleobioloog doctor David Unwin van de University of Leicester en doctor Charles Deeming, een zoöloog gespecialiseerd in de voortplanting van vogels en reptielen aan de University of Lincoln, die hypothese onderuit gehaald. 

Theoretisch is het onmogelijk wat de pterodactylussen deden, nog groeien en toch al vliegen. Maar dat wisten ze niet, en dus deden ze het toch maar

Paleobioloog David Unwin

Ze vergeleken de embryo's met de slecht ontwikkelde vleugels met gegevens over de groei vóór de geboorte bij vogels en krokodillen. Daaruit bleek dat de embryo's nog in een vroeg stadium van hun ontwikkeling verkeerden en nog lang niet op het punt stonden om uit te komen. De ontdekking van meer ontwikkelde embryo's in China en Argentinië die gestorven waren net voor ze uit het ei kwamen, leverde het bewijs dat pterodacylussen het vermogen hadden om te vliegen van bij de geboorte. 

"Theoretisch is het onmogelijk wat de pterodactylussen deden, nog groeien en toch al vliegen. Maar dat wisten ze niet, en dus deden ze het toch maar", zei Unwin in een persmededeling van de University of Leicester. 

Plaat en tegenplaat (positief en negatief) van een fossiel van wat vroeger beschouwd werd als Pterodactylus spectabilis, maar wat nu gezien wordt als een juveniel exemplaar van Pterodactylus antiquus. Ghedoghedo/Wikimedia Commons/CC BY-SA 3.0

Geen ouderlijke zorg

Een ander fundamenteel verschil tussen babypterosauriërs, die in het Engels ook bekend staan als 'flaplings', flapperaars, en babyvogels of vleermuizen, is dat de ouders van de pterosauriërs hen hoogstwaarschijnlijk niet verzorgden, zodat ze van bij de geboorte voor zichzelf moesten zorgen en zichzelf moesten zien te voeden.

Hun vermogen om te vliegen gaf hen een levensreddend overlevingsmechanisme dat ze gebruikten om te ontsnappen aan vleesetende dinosaurussen. Datzelfde vermogen bleek echter ook een van de belangrijkste doodsoorzaken, aangezien het veeleisende en gevaarlijke proces van het vliegen ertoe leidde dat veel van de onervaren flaplings op zeer jonge leeftijd omkwamen.

De nieuwe studie heeft ook het huidige idee in vraag gesteld dat pterosauriërs zich op een gelijkaardige manier gedroegen als vogels en vleermuizen, en ze heeft mogelijke antwoorden gegeven op een aantal belangrijke vragen over deze dieren. 

Aangezien de jonge pterosauriërs in staat waren om vanaf de geboorte zowel te groeien als te vliegen, is dat een mogelijke verklaring voor hoe ze in staat waren om vleugels met een enorme spanwijdte te verkrijgen, veel groter dan die van om het even welke soort vogel of vleermuis, of het nu om hedendaagse soorten gaat of om soorten die we kennen uit het fossielenbestand. 

Hoe ze in staat waren dit proces te volbrengen, vraagt nog verder onderzoek, maar het is een vraag die zonder deze recente ontwikkelingen in onze kennis niet gesteld zou zijn, zo zeggen de onderzoekers.

"Onze techniek toont aan dat pterosaurussen verschilden van vogels en vleermuizen, en dat betekent dat vergelijkende anatomie nieuwe ontwikkelingsmanieren kan blootleggen in uitgestorven soorten", zo besloot doctor Deeming de mededeling. 

De studie van Unwin en Deeming is gepubliceerd in Proceedings of the Royal Society B: Biological Sciences.

De volledige afbeelding van bovenaan: een nestplaats van pterosauriërs. Op een dag in de vroege Krijtperiode, 124 miljoen jaar geleden, komt een pas uitgekomen pterosauriër uit het zand (vooraan). Andere pas uitgekomen jongen liggen uitgeput op het strand of brengen zich in veiligheid door in de bomen te kruipen die het strand omringen. De minder gelukkige exemplaren worden gevangen en opgegeten door kleine theropoden, in dit geval Sinosauropteryx. Vanuit hun veilige positie in de bomen kiezen de jonge pterosauriërs voor het eerst het luchtruim. Hun onvervarenheid maakt dat veel van hen omkomen in ongelukken of stormen, zodat hun lichamen wegdrijven in de nabijgelegen meren, waar een klein aantal ervan bewaard zullen blijven als fossielen in de sedimenten van fijne modder. Die modder is in de loop van de geschiedenis omgezet in rotsen die nu aan de oppervlakte liggen in de provincie Liaoning van China, waar een aantal fossielen van juveniele pterosauriërs intussen gevonden zijn. James Brown/University of Leicester