Vlaamse Ombudsdienst stelt dertien maatregelen voor om beter om te gaan met transgenders in de sportwereld

De Vlaamse Ombudsdienst voor Gender en Sport heeft een studie uitgebracht over hoe transgenders en interseksuele personen hun plaats kunnen vinden in de sport. De sportwereld is heel zwart-wit opgedeeld in mannen enerzijds en vrouwen anderzijds. Op aanvraag van transgenders en de federaties van sportclubs zelf stelt ombudsvrouw Gender Annelies D'Espallier vandaag dertien maatregelen voor die ervoor zorgen dat een transgender zich welkom voelt in een sportclub.

Sinds de transwet van 2017 kunnen transgenders officieel van gendermarker veranderen zonder medische ingrepen. Dat maakt het moeilijker voor sportfederaties om te weten wat de biologische achtergrond van de sporters is. De Vlaamse ombudsdienst, die klachten opvolgt over discriminatie, publiceerde een studie waarin dertien problemen en oplossingen worden vermeld die discriminatie in de sportwereld moeten tegengaan. 

Volgens Annelies D’Espallier ligt de kern van het probleem in de binaire opdeling van de sport. Daar gaat het om mannen en vrouwen, maar niet iedereen past binnen deze indeling. Vooral in de topsport zijn er strikte richtlijnen. De breedtesport is veel milder omdat de competitie er minder belangrijk is, dus daar zou zo veel mogelijk moeten worden toegestaan. “Er zijn heel wat vragen over, dus wij willen praktische oplossingen aanreiken die gebaseerd zijn op mensenrechten”, aldus D’Espallier.

Dit zijn de dertien maatregelen van de Vlaamse Ombudsdienst:

Een concreet probleem volgens D’Espallier is de vraag wanneer iemand de overgang maakt van categorie ‘v’ naar categorie ‘m’ of omgekeerd. Volgens het rapport van de Ombudsdienst zijn de richtlijnen in de topsport duidelijk:

“Transmannen zouden niet meer bij de vrouwen mogen deelnemen vanaf het moment dat ze mannelijke hormonen beginnen te gebruiken. Transvrouwen daarentegen mogen pas bij de vrouwen deelnemen als ze aan de hormonale voorwaarden voldoen. Dit kan pas wanneer ze het testosterongehalte gedurende minstens 12 maanden onder 5nmol/l -10nmol/l volgens de richtlijnen van het IOC- heeft gehouden.”

In de recreatieve sport is de overstap flexibeler. “Het moment van overstap kan best in onderling overleg bepaald worden”.

Sport verbindt heel erg rond voordelen zoals gezondheid. En het is belangrijk dat die voordelen er voor iedereen zijn

Annelies D’Espallier, Ombudsvrouw Gender

Een ander veelvoorkomend discussiepunt is het gebruik van de toiletten, douches en kleedkamers. Volgens het rapport van de Ombudsdienst zou de oplossing hier liggen in onderlinge communicatie en creatief omgaan met praktische problemen.

De indeling van sanitaire voorzieningen berust op biologische verschillen, en is vaak een drempel voor sportclubs om transgenders of interseksuele personen toe te laten. “Het kan voor sommige transpersonen een ontmoedigende factor zijn om zich met meerdere personen in dezelfde kleedkamer te moeten omkleden”, staat er in het rapport. Enkel een extra douche of kleedkamer voorzien voor de transpersoon zal dan een uitsluitend effect hebben. Indien de financiële mogelijkheden het toelaten, zou het een oplossing zijn om individuele douches en kleedkamers te voorzien voor iedereen, zo stelt het rapport van de Ombudsdienst.

Volgens d’Espallier is het vertrekpunt van de studie topsport maar het advies geldt voor elke sportbeoefening, en dus zeker ook voor breedtesport.