Nicolas Maeterlinck

Beste Bart De Wever, vernieuwing algemeen secundair onderwijs kan niet nog eens 50 jaar op zich laten wachten

De formatiegesprekken over een nieuwe Vlaamse regering schakelen sinds dit weekend een versnelling hoger. Vlaams Belang en formateur Bart De Wever (N-VA) hebben concrete teksten besproken over integratie, onderwijs en welzijn. Onderwijsexpert Jan Van Damme vraagt om in de onderwijsgesprekken aandacht te hebben voor de "noodzakelijke vernieuwing van het secundair onderwijs".

opinie
Jan Van Damme
Jan Van Damme is professor emeritus KU Leuven.

Tijdens het verkiezingsdebat tussen de twee kandidaten voor de job van Vlaams minister-president in De Zevende Dag op 5 mei heeft de heer Bart De Wever gezegd : “In mijn jeugd was het katholiek onderwijs het grote robuuste schild tegen allerlei pedagogische, theoretische en nogal gekke vernieuwingen zoals het VSO (Vernieuwd Secundair Onderwijs). Dat kwam er niet in.” 

Eenheidsstructuur

Die uitspraak klopt gedeeltelijk, en dus niet. Immers, ongeveer de helft van de scholen van het katholiek onderwijs heeft het VSO (in de loop van de jaren 1980) afgewezen. De andere helft heeft vanaf omstreeks 1970 enthousiast gekozen voor het VSO. Die groep scholen heeft zich in veel gevallen tot betere scholen ontwikkeld, onder meer dankzij een grotere samenwerking tussen de leraren en een grote inzet van directies en leraren.

Dat roept de vraag op: hoe is het met die breuk in het katholiek onderwijs afgelopen? Om de eenheid en de organisatie van het katholiek onderwijs te redden, werd in het kader van moeizaam intern overleg een "eenheidsstructuur" ontworpen, waarin ook rekening gehouden werd met de ervaringen en het op dat ogenblik bekende onderzoek over beide types van secundair onderwijs. Dit intern compromis werd daarop door de Vlaamse regering opgelegd aan alle scholen in Vlaanderen.

Het meest negatieve aspect was precies de verwachting dat alle leerlingen in het begin van het derde jaar in de passende onderwijsvorm zouden zitten

Was die nieuw opgelegde structuur goed voor onze leerlingen en hun schoolloopbanen? Het antwoord op die vraag is : gedeeltelijk en dus niet voldoende goed. Dit bleek uit het LOSO-project dat gerealiseerd werd in de jaren 1990.

Het meest negatieve aspect van de eenheidsstructuur was precies de verwachting dat alle leerlingen in het begin van het derde jaar in de passende onderwijsvorm zouden zitten: algemeen, beroeps, kunst of technisch. Dat was een nieuwe, onhaalbare en onwenselijke verwachting.

Waarom nieuw? Enerzijds was het in het traditioneel onderwijs mogelijk om eerst drie jaar algemeen onderwijs te volgen ("het lager middelbaar") en nadien te kiezen voor beroeps, kunst of technisch. Dat gebeurde ook op relatief grote schaal, onder meer door meisjes die na drie jaar algemeen onderwijs kozen voor een beroepsopleiding in de dienstensector (b.v. kinderverzorgster).

Anderzijds was in het VSO voorzien dat men na vier jaar algemeen onderwijs kon overgaan naar onder meer een verwante technische doorstromingsrichting of naar de zogenaamde lange kwalificatie, een beroepsgeoriënteerde opleiding in de derde graad.

Later werd duidelijk dat heel wat van die leerlingen beter voor een andere onderwijsvorm kozen

Waarom was de vermelde verwachting onhaalbaar? Uit het onderzoek bleek dat de overgrote meerderheid van de leerlingen die in het derde jaar het algemeen onderwijs aanvatte, daartoe een gunstig advies kreeg van de klassenraad op het einde van het tweede jaar. Slechts later werd duidelijk dat heel wat van die leerlingen beter voor een andere onderwijsvorm kozen.

Waarom was die verwachting onwenselijk? Omdat in onze tijd, met in toenemende mate wisselende beroepsloopbanen, een stevige algemene vorming voor velen op termijn erg noodzakelijk is. De onderwijsstructuur heeft ervoor gezorgd dat velen op een negatieve manier begonnen te spreken over wat eigenlijk zeer normale schoolloopbanen waren. Het beruchte watervalsysteem kreeg vleugels.

Vernieuwing van ons algemeen secundair onderwijs

De meest voor de hand liggende oplossing – nu intussen al 50 jaar -  is een geleidelijke vernieuwing van ons algemeen secundair onderwijs. Hierbij gaan de eerste twee graden zich eindelijk richten tot een ruimer deel van de populatie. Daartoe moeten elementen van ons beroeps-, kunstzinnig en technisch onderwijs volwaardig geïntegreerd worden in ons algemeen onderwijs.

De sterk presterende als de iets minder sterk presterende leerlingen hoeven niet allen samen te zitten in dezelfde klas

Zo’n verruiming zal leiden tot een algemeen onderwijs op verschillende niveaus, waarbij zowel de sterk presterende als de iets minder sterk presterende leerlingen maximaal uitgedaagd worden. Daarbij hoeven ze dus niet allen samen te zitten in dezelfde klas. Zo’n verruiming zal ook leiden tot een hogere leermotivatie van onze jongeren en tot een beter studie- en beroepskeuzeproces.

Jongeren die daar zelf voor kiezen, kunnen op jonge leeftijd opteren voor een meer specifieke opleiding. Maar op de leeftijd van 12, 13, 14 of 15 jaar moeten ze daar niet naar verwezen worden omdat ze zwak zijn in één of meer algemene vakken. Immers, zowel zijzelf als de Vlaamse samenleving zal op termijn kunnen profiteren van een ruimere algemene vorming. Zijn wij echt niet in staat tot wat onder meer Singapore kan: cognitief sterk én echt algemeen gevormd?

Zijn wij echt niet in staat tot wat onder meer Singapore kan: cognitief sterk én echt algemeen gevormd?

Een vergissing over het verloop van de geschiedenis van de onderwijsvernieuwing vergeven we graag aan de heer Bart De Wever. Maar in combinatie met zijn heilige overtuiging dat het ASO optimaal functioneert en dus niet hoeft te veranderen, dreigt dit wel voor problemen te blijven zorgen.

Met andere woorden, zijn individuele geschiedenis mag hem niet blijvend blind maken voor een voor Vlaanderen belangrijke en noodzakelijke vernieuwing van ons algemeen secundair onderwijs. Laat het a.u.b. niet nog eens vijftig jaar duren… 

VRT NWS wil op vrtnws.be een bijdrage leveren aan het maatschappelijk debat over actuele thema’s. Omdat we het belangrijk vinden om verschillende stemmen en meningen te horen publiceren we regelmatig opinieteksten. Elke auteur schrijft in eigen naam of in die van zijn vereniging. Zij zijn verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst. Wilt u graag zelf een opiniestuk publiceren, contacteer dan VRT NWS via moderator@vrt.be.