Vlaams onderwijs heeft pestprobleem: 4 op de 10 directeurs zien wekelijks pestgedrag

4 op de 10 directeurs zeggen dat er minstens wekelijks een incident is van pestgedrag tussen leerlingen, in de eerste graad van het secundair onderwijs. Dat staat in een nieuw TALIS-rapport van de OESO dat het onderwijs in 48 landen vergelijkt. Vlaanderen doet het opvallend slecht op het vlak van pesten en discipline in de klas, al zijn er ook positieve cijfers.

Pestkampioen

Kampt Vlaanderen met een pestprobleem? De cijfers in het nieuwe TALIS-rapport van de OESO zijn alvast opvallend. Maar liefst 4 op 10 directeurs melden dat er wekelijks wordt gepest in de eerste graad van het secundair onderwijs; voor het lager onderwijs is dat 3 op 10. 

Ter vergelijking: in de andere landen van de EU14 is dat een pak minder, iets meer dan 1 op 10. Het pestgedrag bij leerlingen in de eerste graad van het secundair onderwijs is bovendien sterk toegenomen in de laatste vijf jaar (+10,8 procent). Veel van dat pestgedrag vindt plaats via digitale wegen, via sms of online. 

Hieronder ziet u de vergelijking met vijf jaar geleden, en met de andere landen van de EU14:

We moeten die cijfers wel correct interpreteren, zegt Filip Van Droogenbroeck van de VUB, die het onderzoek in Vlaanderen mee leidde: “Een belangrijke nuance is dat er in Vlaanderen veel aandacht gaat naar anti-pestbeleid. De Week tegen Pesten was een maand voor de afname van de vragenlijst", benadrukt de professor. "Eens er gesensibiliseerd wordt over een thema, zullen problemen ook vaker opgemerkt worden. Het kan dus zijn dat er in Vlaanderen al veel bewustzijn over is."

De Week tegen Pesten was een maand voor de afname van de vragenlijst. Het kan dus zijn dat er in Vlaanderen al veel bewustzijn over is

Filip Van Droogenbroeck, onderzoeker VUB

Intimidatie van leerkrachten

Hoe dan ook, het probleem stelt zich niet enkel tussen leerlingen onderling. Ook leerkrachten worden in Vlaanderen vaker geïntimideerd door leerlingen. 12,5 procent van de directieleden meldt minstens wekelijks een geval van intimidatie of verbaal geweld tegen personeel. Ook daar haalt Vlaanderen de slechtste score van de EU14.

Een lesuur van 37 minuten

Op het vlak van discipline in de klas komt het OESO-rapport met cijfers van de leerkrachten zelf. In de eerste graad van het secundair onderwijs zeggen 4 op de 10 leerkrachten dat ze hun klas moeilijk stil krijgen aan het begin van de les, of dat leerlingen vaak onderbreken.

Dat is 20 procent meer dan in landen als Denemarken en Noorwegen. Wie lesgeeft in scholen met een hoger aandeel leerlingen met een zwakkere economische achtergrond, of met een migratieachtergrond, rapporteert meer problemen over discipline in de klas dan leraren in minder diverse scholen.

Dat gebrek aan discipline zorgt er samen met de administratie voor dat er minder tijd overblijft om echt les te geven. Op een lesuur van 50 minuten, wordt er gemiddeld 37,5 minuten echt lesgegeven. 5 minuten gaan naar administratieve taken, en 7,5 minuten naar de handhaving van de orde in de klas. Vlaanderen staat daarmee op de derde laatste plaats in de EU14, en er is ook een evolutie in de tijd: “Op tien jaar tijd zien we dat leerkrachten echt minder tijd hebben om effectief les te geven”, zegt professor Van Droogenbroeck.

Is de sfeer dan volledig verzuurd in Vlaamse klassen? Dat is ook niet waar. De relaties tussen leerlingen en leerkrachten, en tussen onderwijscollega’s onderling, worden zelfs beter of minstens even goed geschat als in andere landen. Of leerlingen een migratieachtergrond hebben, speelt daarbij bovendien geen rol, hun economische achtergrond wel.

Diversiteit: een uitdaging

Het OESO-rapport heeft het heel uitgebreid over die diversiteit in het Vlaamse onderwijs. Vlaamse scholen zijn een pak diverser dan in de andere landen van de EU14, met bijna dubbel zoveel leerlingen met een migratieachtergrond in de eerste graad secundair. De cijfers spreken voor zich, en komen uit de bevraging van directieleden.  

Gemotiveerd korps

De negatieve cijfers springen in het oog, maar eigenlijk brengt het OESO-rapport ook heel wat goed nieuws. Uit het rapport blijkt dat Vlaamse leerkrachten gemiddeld gemotiveerder zijn dan in andere landen. Bijna alle leerkrachten geven aan dat ze leraar worden om de ontwikkeling van kinderen en jongeren te beïnvloeden, tegenover 3 op 4 die zeggen dat het loon of de vakantie een rol speelde. “Leerkrachten zijn wel erg tevreden over hun loon in Vlaanderen”, zegt Van Droogenbroeck, “maar het speelt een kleinere rol dan hun intrinsieke motivatie.”       

Vlaams minister van Onderwijs Hilde Crevits (CD&V) benadrukt in een reactie ook vooral die positieve resultaten, en is tevreden over de “sterk opgeleide leraren die in een diverser wordende maatschappij hun motivatie halen uit de ontwikkeling van kinderen”. Toch heeft Crevits ook de slechte resultaten over ordehandhaving en pestgedrag gezien: “Het valt wel op dat er meer lestijd wordt besteed aan ordehandhaving in de klas”, klinkt het.

De "Teaching and Learning International Survey" (TALIS) is een internationaal onderzoek naar het onderwijs, dat wordt georganiseerd door de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling, of OESO. In Vlaanderen namen 177 scholen van het lager onderwijs deel. Daarbij kregen 2.665 leraren een vragenlijst voorgeschoteld. In het secundair onderwijs ging het over 182 scholen en 3.118 leraren. Hier kan u het volledige rapport nalezen.