Hoe de darmbacteriën van kinderen mee hun temperament bepalen

Kinderen met een diverse darmflora zouden minder gevoelig zijn voor angstprikkels.  En kinderen met meer bifidobacteriën en streptokokken zouden emotioneel positiever zijn. Dat blijkt uit nieuw Fins onderzoek dat onlangs gepubliceerd werd.

Finse wetenschappers van de Universiteit van Turku onderzochten de darmflora van 301 baby's van 2,5 maand oud. Ze onderzochten daarna het temperament van die baby's, toen ze 6 maanden oud waren. Dat laatste gebeurde door middel van vragenlijsten, die de moeders van de kinderen moesten invullen.

De onderzoekers vonden enkele merkwaardige verbanden. Kinderen met een lagere diversiteit aan bacteriën bleken gevoeliger voor angstprikkels. Kinderen met veel bifidobacteriën en streptokokken bleken 'emotioneel positiever' te zijn. 

Minder diversiteit, meer angst

De eerste bevinding van het Finse onderzoek heeft dus te maken met de diversiteit aan bacteriën. Die is niet bij iedereen even hoog. Sommige kinderen (en volwassenen) hebben een erg diverse darmflora. Bij anderen domineren bepaalde groepen bacteriën en is de diversiteit dus lager. De onderzoekers vonden een verband tussen een lage diversiteit en een grotere gevoeligheid voor angst. 

De ontdekking bevestigt eerdere onderzoeken, die ook al wezen op het belang van een diverse darmflora. Een diverse flora lijkt belangrijk voor een gezonde ontwikkeling van de hersenen. Als je de darmflora ernstig reduceert, bijvoorbeeld door veelvuldig gebruik van breedspectrum-antibiotica, dan kan dat de normale ontwikkeling verstoren. 

Onderzoekers uit Nieuw-Zeeland vonden recent een verband tussen het gebruik van antibiotica tijdens de eerste twee levensjaren en een verhoogd risico op hyperactiviteit, ADHD, angst en emotionele problemen op elfjarige leeftijd.

Toch moet je voorzichtig zijn met dit soort onderzoeken. Antibiotica zijn soms levensreddend en er is niet altijd een alternatief.  We moeten vooral opletten met het nodeloos gebruik van antibiotica. Dat kan nadelige gevolgen hebben op lange termijn. Deze studies suggereren dat dat ook het geval kan zijn voor de ontwikkeling van de hersenen.

Je kan uit het Finse onderzoek ook niet concluderen dat een erg diverse darmflora altijd gezonder is. “Dat klinkt aannemelijk, maar de werkelijkheid is complexer”, zegt professor Jeroen Raes van de KU Leuven. “Ook darmflora's met een gemiddelde diversiteit kunnen perfect gezond zijn."

Bacteriën tegen angst en depressie?

Het onderzoek van de Universiteit van Turku vond nog een ander fascinerend verband. Kinderen die op een leeftijd van 2,5 maand meer bifidobacteriën en streptokokken hadden, bleken op zes maanden 'emotioneel positiever' te zijn. 

Het verband met bifidobacteriën is op zich niet verrassend. Bifidobacteriën worden meestal gezien als 'goede' bacteriën.  Je vindt ze onder andere in sommige yoghurts en kazen. Ook borstvoeding stimuleert de aanwezigheid van bifidobacteriën.

Onderzoekers vermoeden al langer dat sommige probiotica invloed hebben op onze hersenen; ze spreken dan over 'psychobiotica'. Zo wordt op dit moment onderzocht of probiotica met bifidobacteriën kunnen helpen bij het behandelen van depressies. De eerste onderzoeksresultaten, vooral bij proefdieren, zijn hoopgevend.

Onderzoekers vermoeden al langer dat sommige probiotica invloed hebben op onze hersenen.

John Cryan en Ted Dinan van University College Cork zijn de pioniers van dit soort onderzoek. Zij ontdekten onder andere dat Bifidobacterium breve angstige muizen minder angstig maakte. Bifidobacterium longum, een andere bifidobacterie, had vooral antidepressieve effecten. 

Volgens psychiater Lukas Van Oudenhove van de KU Leuven onderstreept het recente Finse onderzoek nog maar eens het belang van bifidobacteriën voor een gezonde mentale ontwikkeling . "De meest betrouwbare conclusie van dit nieuwe onderzoek is zeker het feit dat meer bifidobacteriën op 2,5 maand meer emotionele positiviteit op 6 maand voorspelt." 

Probiotica-supplement

Waarom streptokokken niet altijd “slecht” zijn

Ook de aanwezigheid van meer streptokokken in de darmflora van jonge kinderen is volgens het Finse onderzoek geassocieerd met emotionele positiviteit. Dat is verrassender, want in tegenstelling tot bifidobacteriën hebben streptokokken wél een slechte naam. Dat komt vooral omdat één variant van die streptokokken keelontstekingen kan veroorzaken. 

Vrouwen reageerden minder angstig op negatieve prikkels na inname van een yoghurt met Streptococcus thermophilus.

Toch kan je zeker niet zeggen dat streptokokken daarom “slecht” zijn. Bij één onderzoek bleek zelfs dat vrouwen minder angstig reageerden op negatieve emotionele prikkels, na inname van een yoghurt met onder andere Streptococcus thermophilus. Je zag dat effect zelfs op hersenscans. Hersengebieden die een rol spelen bij het verwerken van angstprikkels, reageerden minder sterk na consumptie van de gefermenteerde melkdrank.

Lukas Van Oudenhove waarschuwt voor te snelle conclusies. "Het verband tussen meer streptokokken en emotionele positiviteit in de Finse studie is minder groot dan voor de bifidobacteriën. Het is nog afwachten of deze resultaten bevestigd worden in volgend onderzoek."

Ook Jeroen Raes is voorzichtig. "“Het is zeker een mogelijkheid, maar ik heb nog geen 'aha-gevoel'. Bovendien weten we maar heel weinig over de rol van streptokokken in de darmen."

Streptokokken National Institutes of Health

De darmflora van mensen met een depressie

"Al die nieuwe ontdekkingen zijn ongelofelijk spannend", zegt Jeroen Raes. "Maar één ding mogen we niet uit het oog verliezen: het onderzoek naar de connecties tussen onze darmen en ons brein is nog heel jong. Dit zijn de eerste studies en we hebben nog een heel lange weg te gaan.  We staan nog maar aan het begin."

Raes gelooft wel dat er een verband is tussen de darmflora en bepaalde mentale aandoeningen. Uit recent onderzoek van zijn labo bleek nog dat mensen met een depressie veel minder Coprococcus en Dialister bacteriën in hun darmen hebben. 

Het onderzoek naar de connecties tussen onze darmen en ons brein is nog heel jong.

Dat iemand met een depressie meer of minder van een bepaalde bacterie heeft, betekent niet noodzakelijk dat die bacteriën de depressie veroorzaken. Het kan ook andersom zijn. Misschien zorgt een depressie net voor een verandering van de darmflora. Mensen die depressief zijn hebben vaak minder energie om gezond te koken. Mogelijk zorgt dat veranderd eetpatroon voor een verandering van de darmflora.   

Raes vermoedt dat ook ontstekingsprocessen een rol spelen. "Ik denk dat ontstekingen in de darmen kunnen leiden tot een depressie. Dat is een hypothese, maar het bewijs begint zich stilaan op te stapelen. Het is wel nog koffiedik kijken hoe we dat op termijn kunnen omzetten in therapeutische interventies. Zo ver zijn we nog lang niet."

Volgens Lukas Van Oudenhove tonen al die nieuwe onderzoeken dat we zorgzaam moeten omgaan met onze darmflora... en zéker met de darmflora van jonge kinderen. "Dit onderzoek toont voor het eerst aan dat die darmflora belangrijk is voor een normale ontwikkeling van de hersenen, en dat al vanaf de geboorte. We moeten ons daar meer van bewust worden en die darmflora niet nodeloos verstoren."

Meest gelezen