100 jaar oud, maar nog altijd relevant in #MeToo-tijden: de Internationale Arbeidsorganisatie

De komende twee weken komen in Genève liefst 5.700 afgevaardigden uit 187 landen bijeen voor de algemene vergadering van de IAO, de Internationale Arbeidsorganisatie (in het Engels is dat ILO). De IAO werd 100 jaar geleden in het leven geroepen om de vrede te kunnen bestendigen, maar is tot vandaag uiterst relevant. Vanochtend raakte een meerderheid van hen het eens over een nieuw internationaal verdrag tegen geweld en pesten op het werk.  

De IAO is de oudste internationale alliantie tussen landen, ouder zelfs dan de Verenigde Naties (VN) waar ze sinds 1946 een onderdeel van is. De IAO werd al in 1919 opgericht in het kader van het Verdrag van Versailles, dat de nieuwe machtsverhoudingen vastlegde na de Eerste Wereldoorlog.

“Versailles” kennen we vaak alleen als een verdrag dat met harde hand de Europese (en Duitse) grenzen herschikte, zware herstelbetalingen oplegde en zo de kiem voor een nieuwe oorlog in zich had. Maar Versailles was tegelijk ook een poging om duurzame vrede te bewerkstellingen. Een deel van de onderhandelaars ging uit van het motto dat “universele en duurzame vrede enkel mogelijk is op basis van sociale rechtvaardigheid”.

Bezorgdheid

Na 1918 kregen sociaal-democraten vaker een plaats in regeringen en arbeids- en sociale wetten kregen sneller vorm. Maar laten we niet flauw doen. Dat had niet alleen te maken met morele principes en erkentelijkheid voor de oorlogsinspanningen van de arbeiders-soldaten. Zeker even belangrijk was de schrik voor het communisme en de vrees dat sociale onrust de wederopbouw zou doen haperen. De Internationale Arbeidsorganisatie moest dat helpen bezweren. 

(lees verder onder de foto)

De eerste internationale arbeidsconferentie in Washington in oktober 1919. Historical Archives ILO.

Belgen trekken aan de kar

In de commissie die indertijd het ontstaan van de IAO regelde, zetelden al twee Belgen: Emile Vandervelde, de eerste socialist ooit in een Belgische regering en Ernest Mahaim, een Luikse professor arbeidsrecht.

België leverde met ex-minister Michel Hansenne (PSC, de voorganger van het CDH) de 8e directeur-generaal in de moeilijke periode na de val van de Muur(1989-1999). Ook hij kreeg trouwens koninklijk bezoek, van Albert II. Koning Filip zet een traditie voort.

Vorig jaar was ACV-voorman Luc Cortebeeck voorzitter van de bestuursraad bij de IAO.  Een bekroning voor jarenlange internationale inzet.

Elk jaar is het trouwens hetzelfde liedje: in juni is er in België nagenoeg geen sociaal overleg op hoog niveau. Want de fine fleur van werkgeversorganisaties, vakbonden en arbeidsadministraties trekt naar Genève. Dit jaar zijn ze er met ruim 70. Dat komt onder meer doordat de IAO veel invloed toekent aan het zogenaamde middenveld van vakbonden en werkgevers. Net zoals bij ons.

Unieke machtsverdeling

In de sociaal rumoerige periode na de Eerste Wereldoorlog was de medewerking van de vakbonden essentieel.  Binnen de IAO kregen ze daarom stemrecht en uiteraard kregen dan ook de werkgeversfederaties dat, met als derde partij de regeringen. Dat “tripartite systeem” is uniek op wereldvlak. Het bestaat alleen in de IAO. In alle andere internationale samenwerkingsverbanden beslissen enkel de regeringen (de Europese Unie, de NAVO, de VN en zijn andere agentschappen zoals UNICEF…).

Van de 56 stemmen in de raad van bestuur binnen de IAO hebben de regeringen er maar 28 (10 grote landen hebben elk één vaste stem, de andere lidstaten stemmen volgens een beurtrol). Dat is precies evenveel als de 14 stemmen van de werkgevers en de 14 van de vakbonden.
De 3 partijen houden elkaar in evenwicht en hebben dus samen de sleutels van de macht in handen. De statige toegangspoorten van het oorspronkelijke IAO-hoofdkwartier zijn zelfs symbolisch uitgerust met 3 sloten, 1 voor elke groep (zoals te zien in dit filmpje). 

Video player inladen ...

189 verdragen

Honderd jaar moeizaam onderhandelen leidde tot 189 conventies, internationale verdragen over een brede waaier van arbeidsrechten.  Dat gaat onder meer over vakantie, moederschap, loon, speciale arbeidsstelsels voor mijnen, zeeschepen en havens, noem maar op.
Zo’n conventie is geen gedetailleerde reglementering, maar een brede beginselverklaring. Elk land moet ze nog door het eigen parlement laten aanvaarden (ratificeren) en omzetten in de eigen wetgeving.  Eigenlijk zijn ze pas dan afdwingbaar.

Maar voor enkele fundamentele arbeidsrechten is er een uitzondering. Ze tellen zonder meer:

  • De vrijheid om zich te verenigen en te organiseren (ook een recht voor werkgevers!)
  • Het recht om vrij te onderhandelen en actie te ondernemen
  • Het verbod op dwangarbeid en slavernij
  • Het verbod op kinderarbeid
  • Het verbod op discriminatie inzake loon en kansen op werk

In 1989 heeft de IAO dan beslist dat alle landen ze hoe dan ook moeten respecteren, ook al hebben ze ze niet geratificeerd. Gewoon omdat het eigenlijk absoluut geldende mensenrechten zijn. 

#MeToo

Al lang voor de #MeToo-protestbeweging vanuit de filmwereld gingen bij de IAO stemmen op om het algemene verbod op discriminatie en dwang nader uit te werken voor geweld, pesterijen en (seksuele) intimidatie op het werk.  

Dit jaar is er een meerderheid gevonden voor een nieuwe conventie.  Het zorgde voor grote vreugde en emotie, zoals te zien is in dit filmpje:

Video player inladen ...

Evident is dat niet.  De nieuwe conventie vraagt uitdrukkelijk bescherming van vrouwen en andere groepen die vaak het slachtoffer zijn van  geweld, pesten en intimidatie. Vrouwenrechten op zich zijn al een heikele kwestie in heel wat landen, laat staan bescherming voor holebi’s en transgenders.

Aanvankelijk werden die uitdrukkelijk vermeld in de bijlage bij de conventie. Nu is die expliciete verwijzing weg. Er staat alleen dat bescherming nodig is voor alle kwetsbare groepen van wie de internationaal geldende arbeidsrechten en mensenrechten in het gedrang zijn. Holebi’s en transgenders vallen daar uiteraard onder. Het valt wel minder op en zo vermijd je lidstaten voor te moeilijke keuzes te stellen. 

Want de nieuwe conventie is maar een stap. ’t Is afwachten hoeveel nationale parlementen de conventie omzetten in eigen wetten (ratificeren).  Hoe dan ook is het belangrijke morele opsteker, ook in onze contreien. Ondanks wetgeving blijft pesten bij ons net zo goed een pest, zelfs voor mannen. 

Kijk maar naar dit beruchte filmpje over het bedrijf MacTac:

Video player inladen ...

Jaarlijks 24 landen aan de schandpaal

Wat dacht u hiervan:

  • Een IAO-conventie verbiedt arbeid onder de 14 jaar (dat is niet eens streng volgens onze normen).  Toch werken in Ethiopië ruim 13 miljoen kinderen tussen 5 en 13 jaar. 40% van hen werkt zoveel uren dat ze niet naar school kunnen.
  • In Turkije zijn naar aanleiding van de coup 125.000 overheidsambtenaren uit hun baan gezet, onder hen opvallend veel vakbondsleden.
  • In Wit-Rusland krijgt u geen uitkering bij werkloosheid, integendeel: u betaalt een taks ter compensatie van het inkomstenverlies voor de overheid. Er lijkt al een vooruitgang te zijn tegenover 2017. Wie toen de taks niet kon betalen, moest nog naar een werkkamp tot de taks betaald was. 

Het zijn maar enkele voorbeelden. Elk jaar stelt een commissie van onafhankelijke juridische experts een inventaris van inbreuken op, land per land. Daaruit worden elk jaar 24 landen gekozen en in volle wereldconferentie bij naam genoemd.

Die “naming and shaming” biedt geen garantie dat een land tot inkeer komt, maar geen land staat graag aan de schandpaal. Bij hardnekkige overtreders stuurt de IAO bovendien een onderzoekscommissie langs. Wie berouw toont, kan dan weer een beroep doen op opleiding en steun van specialisten. 

(lees verder onder de spotprent uit 1923)

De IAO als een niet al te productieve praatbarak. Karikatuur uit de New York World, 1923. Historical Archives ILO

Praatbarak of behoedzame diplomatie?

Er zijn hoopvolle evoluties. Zo is het aantal kinderen (5-17 jaar) dat moet werken in twintig jaar gedaald van 280 naar 150 miljoen.

Beterschap in het arbeidsbeleid van een lidstaat kun je natuurlijk nooit herleiden tot enkel de gestage, vasthoudende terechtwijzingen van de IAO. Economische omstandigheden, internationale krachtsverhoudingen en interne machtswissels spelen net zo goed een rol.

De behoedzame, trage en uiterst diplomatieke aanpak krijgt veel kritiek. Maar die tactiek van langzame insijpeling werd in 1969 wel bekroond met de Nobelprijs voor de Vrede. Niemand minder dan Nelson Mandela toonde vaak en uitdrukkelijk zijn dankbaarheid voor de volgehouden kritiek van de IAO op het apartheidsregime in Zuid-Afrika. 

(lees verder onder de foto)

1969-10-10, IAO Directeur-Generaal David A. Morse krijgt de Nobelprijs van  Aase Lionaes, Voorzitter van het Nobel-comité in het Noors parlement.

Wat heeft België daaraan?

Op de meeste vlakken gaat onze wetgeving verder dan de voorzichtige IAO-conventies. Veel directe impact is er dus niet. Maar de conventies kunnen wel inspirerend werken.

Zo valt op dat de IAO niet enkel mikt op zuivere arbeid met een contract. De conventie over geweld en pesten zegt uitdrukkelijk dat het ook gaat om informele, ongeregelde arbeid. En naarmate deelplatforms zorgen voor arbeid buiten het systeem, kunnen ook wij daar wel iets van leren.

De jaarlijkse IAO-rapporten over overtredingen kunnen onze bedrijven – textielbedrijven en kledingketens bijvoorbeeld -  overhalen om eerlijker arbeid te eisen van hun onderaannemers in verre landen. Al was het maar uit vrees voor imagoschade.

Lotsverbetering in ontwikkelingslanden helpt om oneerlijke sociale concurrentie te vermijden voor onze bedrijven en banen. Dat is altijd mee het doel geweest van de IAO: “Elke natie die faalt om menswaardige arbeidsvoorwaarden aan te nemen, verhindert andere naties de arbeidsvoorwaarden in hun landen te verbeteren.” Zo stond het in het verdrag van Versailles, 100 jaar geleden. Toen al.

Bekijk hieronder het verslag uit "Het Journaal":

Video player inladen ...