Bierbrouwer AB Inbev ontsnapt aan miljoenenboete van de fiscus

Bierbrouwer AB Inbev heeft een rechtszaak gewonnen tegen de Bijzondere Belastinginspectie in ons land. Die had de multinational aangeklaagd voor fiscale fraude en eiste een boete van 30 miljoen. De BBI had bezwaar tegen een deal, een zogeheten ruling, die de bierbrouwer met diezelfde fiscus had gesloten om een voordelig belastingtarief te krijgen.

AB Inbev sloot in 2012 een overeenkomst met de daarvoor bevoegde commissie bij de fiscus over een voordelig belastingtarief bij één van zijn vennootschappen. De deal, die uitlekte in De Tijd,  kwam er op neer dat maar 20 procent van de winst bij die vennootschap hier zou belast worden. 

Tussen 2011 en 2015 boekte de vennootschap Ampar 287 miljoen winst. Daarop is slechts 11,2 miljoen belastingen betaald, een percentage van 3,9 procent. De BBI ging daar niet mee akkoord. Maar de Brusselse rechtbank van eerste aanleg oordeelt nu dat zo'n regeling wel kan.

Opmerkelijk is wel dat de aankoopdirectie van Ampar intussen verhuisd is naar Zwitserland en dat er sedert 2016 geen bedrijfsopbrengsten meer genoteerd worden. In de jaarrekening staat alleen nog een bedrag van 30 miljoen, uitgerekend de vordering van de Bijzondere Belastinginspectie.