Copyright 2019 The Associated Press. All rights reserved

23 juni - drie jaar na het brexitreferendum: Zijn de Britten van gedachten veranderd?

Drie jaar geleden, op 23 juni 2016, waren 52 procent van de uitgebrachte stemmen in het referendum over een uitstap uit de Europese Unie voor een brexit. De economische hemel zou op hun hoofd vallen, voorspelden economen en pro-Europese politici. Dat is niet gebeurd. Mogelijk is dat de verklaring waarom veel Britten, nu drie jaar na datum, opnieuw voor een brexit zouden stemmen.

analyse
Ivan Ollevier
Ivan Ollevier is expert Verenigd Koninkrijk bij VRT NWS.

Ze hameren er voortdurend op, de brexitgezinde politici: dat de economen voorspeld hadden dat de Britse economie na een brexitstem in het referendum zou ineenstorten, dat een brexitstem een vrijbrief zou zijn voor armoede en werkloosheid, maar dat dat allemaal loze voorspellingen zijn gebleken. En ze hebben nog gelijk ook, Nigel Farage en Boris Johnson en Michael Gove: de Britse economie boert opvallend goed. Nog nooit was de werkloosheid zo laag als nu, nog nooit hebben de Britten in de high street zo veel uitgegeven als nu.

City

Ook de voorspelde exodus uit de City, het financiële centrum in Londen, is uitgebleven. Je zou het kunnen vergelijken met de voorspellingen rond de millenniumwissel, toen economen ervoor waarschuwden dat Londen zou achterblijven als het niet voor de euro zou kiezen. Ook die voorspelling kwam niet uit. Wel integendeel. De City heeft zijn positie als financieel centrum van Europa niet alleen bevestigd, maar zelfs versterkt. Het heeft Frankfurt en Parijs al lang achter zich gelaten.

AFP or licensors

Zonovergoten

Dat was allemaal bangmakerij, zeggen de brexiteers nu. Het paste in project fear, waarmee het establishment probeerde om de bevolking angst aan te jagen voor een brexit. Het sterkt hen in de overtuiging dat de toekomst na de brexit bijzonder rooskleurig is en dat de Britten alleen maar zonovergoten hoogvlaktes wachten.

Copyright 2018 The Associated Press. All rights reserved.

Sluitingen

En toch. De minister van Financiën Philip Hammond waarschuwt voor de rampzalige gevolgen van een no deal Brexit, een brexit zonder dat het akkoord met de Europese Unie door het Lagerhuis wordt goedgekeurd. British Steel werd vorige maand failliet verklaard, en de ene na de andere autobouwer sluit zijn fabrieken. Honda sluit zijn vestiging in Swindon, Nissan gaat zijn nieuwe model niet in Sunderland maar in Japan bouwen. De CEO van vliegtuigbouwer Airbus laat geen enkele gelegenheid voorbijgaan om te zeggen dat de brexit een ramp is voor zijn bedrijf.

In de wind

Maar de brexiteers slaan de waarschuwingen in de wind. En de bevolking lijkt alsmaar meer te winnen voor hun verhaal. Hoeft het te verbazen? Ondanks alle onheilstijdingen hebben ze nog altijd niet aan den lijve ondervonden dat de brexit een slechte zaak zou zijn. De Britten zien dat de supermarktketens Aldi en Lidl in de steden vestigingen en distributiecentra openen. Als je de meeste opiniepeilers mag geloven, dan zou het stemgedrag bij een brexitreferendum niet echt veranderd zijn sinds juni 2016, toen de Britten met een kleine meerderheid ervoor kozen om uit de Europese Unie te stappen.

De statisticus verdrinkt

De cijfers bevestigen dus het gelijk van de brexiteers. Maar goed, laat een statisticus door een rivier van gemiddeld een meter diep waden, en hij verdrinkt, luidt een populair gezegde. De cijfers hebben het over gemiddelden, en die verdoezelen dat de kloof tussen arm en rijk de voorbije jaren alsmaar is toegenomen. Om er eens een ander cijfer bij te nemen: in het Verenigd Koninkrijk gaat tien procent van de rijksten met veertig procent van het totale inkomen lopen. Ga eens kijken in de inner cities van Liverpool en Manchester, toch twee steden die het afgelopen decennium een opzienbarende wedergeboorte hebben gekend, en je ziet dat de economische realiteit ook een duister kantje heeft. Tegenover de onmetelijke rijkdom van Londense wijken als Notting Hill of Hampstead staat de bedroevende armoede van steden als Wigan of Rotherham.

Inkomensongelijkheid

Nieuw is dat niet. De inkomensongelijkheid is al decennialang in de Europese Unie nergens zo groot als in het Verenigd Koninkrijk, al sinds de jaren tachtig, toen Margaret Thatcher werk maakte van een uitholling van de Britse welvaartsstaat. Het economische succes van haar neoliberale beleid was onmiskenbaar: ze slaagde erin om het land uit een hopeloos diepe economische crisis te halen, maar de prijs die de Britten moesten betalen voor dat succesverhaal was groot. Inkomensongelijkheid was daar een van. Honderdduizenden Britten zijn ertoe veroordeeld om twee banen te combineren om het hoofd boven water te houden.

Bezuinigingen

Nu wil het geval dat de neiging om voor brexit te stemmen groter was in regio’s die rechtstreeks getroffen waren door bezuinigingsmaatregelen van achtereenvolgende Conservatieve én Labourregeringen. Dat dat uitgerekend ook die regio’s zijn die, naar alle verwachting, het hardst door een verdere economische neergang getroffen zullen worden, is een merkwaardige vaststelling, maar ze wordt onderbouwd door recent wetenschappelijk onderzoek.

AFP or licensors

Singapore in de Noordzee

De Conservatieve politici die het nu voor het zeggen hebben, zijn de ideologische kinderen van Thatcher. Het eerste wat Boris Johnson tijdens zijn campagne voor het leiderschap van de Tory’s deed, was een gevoelige belastingvermindering aankondigen voor de welgestelde gezinnen. Boris Johnson, maar ook zijn rivaal Jeremy Hunt, maakt er geen geheim van dat hij van het Verenigd Koninkrijk een soort van Singapore in de Noordzee wil maken, een offshore belastingparadijs. Daar is niets mis mee, maar dan moeten de Britten wel beseffen dat Singapore zijn economische positie niet te danken heeft aan een neoliberaal laissez faire, zoals rechtse Tory’s weleens lijken te denken, maar aan een combinatie van verregaande planning en autoritair bestuur. Zou dat echt zijn waar die zeventien miljoen Britten op 23 juni 2016 voor gestemd hebben?

Meest gelezen