Podvis #18: Biodiversiteit, wanneer vallen we zonder eten?

Ze slaan ons om de oren met rapporten: in dertig jaar tijd 75 procent van de massa aan insecten verdwenen, 1 miljoen van de 8 miljoen planten- en diersoorten op onze aardkloot dreigen te verdwijnen, en als de bijen verdwijnen verdwijnt ook ons eten. Het is een zekerheid: onze natuur wordt armer, wereldwijd. Tegelijk komen door de opwarming van de aarde soorten uit het Zuiden oprukken, en soms verdringen die onze vaste waarden. Eigen soort eerst, hoor je sommigen prediken. Moeilijk allemaal. In deze nieuwe Podvis zet Jan Holderbeke het een en het ander op een rijtje.

Beluister hier de achttiende aflevering van Podvis:

Luister ook naar Podvis op:

“Je gelooft het bijna niet: in een satellietschotel kan wel dertig liter water." Bart Hanssens is selfmade insectenspecialist. Zijn Brusselse stadstuin heeft hij omgetoverd tot een insectenmetropool. Een wirwar van wilde kruiden, struiken en bomen. Plat op de grond hier en daar een aftandse satellietschotel, gevonden op zijn vele fietstochten door Brussel. “Ze zitten vol muggenlarven”, zegt hij, “en bijen komen ervan drinken om hun nest te koelen.”

Bart Hanssens heeft -hou je vast- al 1500 verschillende soorten insecten gespot in zijn tuin, in bijenvlucht op enkele honderden meter van het station van Schaarbeek. “Dat spoor, die berm, die trekt de natuur tot diep in de stad. Op het platteland moet ik niet zijn om insecten te spotten, daar zijn geen veldbloemen meer. In Brussel wel, elk klein plekje met wat ruigte is een feest voor wilde bloemen, en dus voor insecten.”

Lees verder onder de foto

Bij de foto: op de voorgrond een van de satellietschotels in de tuin van Bart Hanssens, gerecycleerd als insectenkweekvijvers. Dertig liter water kan daarin.

Nieuwe soorten, naar het Noorden gejaagd door de opwarming van de aarde, komen ook eerst in de stad aan. Het is er warmer dan op het platteland, ze kunnen zich er beter aanpassen, en ook de mensen brengen nieuwe soorten mee. “Ik heb een Marokkaanse buur, die heeft een vijgelaar in zijn tuin, meteen krijg ik de vijgenskeleteermot cadeau, een heel zeldzaam beestje hier. Maar het doet geen vlieg kwaad, het tast alleen licht de vijgelaar aan. Zo is dat met de meeste exoten.”

Hoe raar is dat?

We klagen over onze soorten die verdwijnen, maar eigenlijk krijgen we voortdurend verse aanvoer uit het Zuiden, met dank aan de opwarming van de aarde. Probleem van de biodiversiteit opgelost? Nee, allereerst hebben cruciale soorten het sowieso moeilijk. De bijen bijvoorbeeld, die zorgen voor de bestuiving van ons fruit en onze groenten. “Als zij uitsterven, sterft de mensheid binnen vier jaar ook uit.” Die straffe uitspraak wordt vaak toegeschreven aan Albert Einstein, maar ze komt van die andere Nobelprijswinnaar, de Belgische romanschrijver en bijenhouder Maurice Maeterlynck. 

Daarbovenop maken sommige van de nieuwe soorten uit het Zuiden er een probleem bij: de buxusmot uit China verwoest onze tuinen, de Aziatische hoornaar bedreigt onze bijen, de Japanse duizendknoop neemt onze bermen in, de Canadese gans duwt onze inheemse ganzen weg, Amerikaanse vogelkers en Amerikaanse eik verarmen hier en daar onze bossen omdat ze zo dominant zijn. Ik kan zo nog wel even doorgaan. Invasieve soorten, zo heten ze.

Eigen soort eerst?

Onder meer het Agentschap Natuur en Bos wil die invasieve soorten bestrijden. Onlangs nog in het Vagevuurbos in Wingene. Daar moeten 11000 bomen verdwijnen, om inheemse soorten een nieuwe kans te geven. Lies Vanacker van het plaatselijke actiecomité begrijpt er niks van: “Zoveel bomen weg op 300 hectare, dat is een kaalslag. En dat in tijden van klimaatopwarming?”. Klaar Meulebrouck van ANB begrijpt de bezorgdheid. “Na de kap ziet het er inderdaad niet mooi uit. Maar onze bedoeling is wel degelijk om het bos mooier te maken en om de biodiversiteit te verhogen. Daarvoor moeten er wel heel wat bomen verdwijnen, maar de inheemse zullen meer plaats krijgen.”

Video player inladen ...

Bij de video: Ignace Schops, directeur Regionaal Landschap Kempen en Maasland

Veel moeilijker moet het niet meer worden: kiezen tussen het klimaat redden of de biodiversiteit. Ignace Schops is directeur van het Regionaal Landschap Kempen en Maasland, met 6000 hectare een van de kroonjuwelen van de Vlaamse natuur. Hij probeert er onder meer de historische heidelandschappen te beschermen tegen oprukkend bos. “Ik ben opgegroeid met de plant-een-boom-actie van Nonkel Bob. Intussen is daar het biodiversiteitsverhaal bijgekomen. Als één soort al de andere wegdrumt, moet je soms kiezen tussen meer groen of meer soorten. Een heel interessante denkoefening. De wetenschap moet hier uit zien te komen.”

Maar gelukkig is het niet altijd zo op het scherp van het mes. We zijn terug in de Brusselse insectentuin van Bart Hanssens. “Kijk naar deze hop hier, een inheemse klimplant, ze is een beetje aangevreten door bladluizen, maar intussen zit ze vol lieveheersbeestjes. Die houden de bladluizen in toom, zo enthousiast dat ze nu zelf met ontelbaar velen zijn. Wel, intussen heb ik een minuscuul vliegje zomaar cadeau gekregen, een parasiet op de parasiet, ik bespaar je de Latijnse naam. En dat vliegje perkt nu de lieveheersbeestjes in.” 

Lees verder onder de foto

Bij de foto: Bart Hanssens in zijn superbiodiverse tuin, insectenverrekijker in de aanslag.

Zo werkt natuur: met concurrentie, de ene soort houdt de andere in toom. Gratis. “De natuur is een dienstencentrum,” zegt UCL-bioloog Hans Van Dyck daarover, “zo bekijken we het jammer genoeg niet, maar je kop koffie ‘s morgens heb je te danken aan een massa insecten aan de andere kant van de wereld.” De massale achteruitgang van de soorten op aarde, binnenkort 1 miljoen van de 8 miljoen volgens UNO-denktank IPBES, zou -als het over economie ging- een dramatische crash genoemd worden. “Dat één bedrijf overkop gaat, is niet zo erg voor de economie,” zegt Van Dyck, “maar als ze massaal sluiten, hebben we een gigantisch probleem. Dat geldt ook voor biodiversiteit: het is normaal dat soorten verdwijnen, maar nu ligt het tempo veel te hoog. En alles hangt in de natuur aan elkaar, als één dominosteentje valt, riskeren er nog veel te vallen.” “Sinds 1970 is de helft van de wetlands op aarde, de moerassen, verdwenen, drooggelegd of drooggevallen. Een reuzegroot probleem, voor waterberging én voor onze onmisbare insectenpopulaties.” 

Video player inladen ...

Bij de video: Hans Van Dyck, bioloog UCL

Onze intensieve landbouw is zowat de negatie van natuur. Hans Van Dyck: “Het businessmodel van onze intensieve landbouw is monocultuur. Je sluit concurrentie tussen soorten uit door massaal herbiciden, insecticiden en meststoffen te gebruiken. Dat is wat er gebeurt op onze velden, wereldwijd.” Denk aan het verhaal van onze insectenvriend Bart: hij vindt meer insecten in de stad dan op het platteland. Zo wordt natuur een eenheidsworst: enkele winnaars, heel veel verliezers, overal dezelfde weinig eisende sterke soorten. 

Hoe geraken we daar uit?

Ignace Schops, die naast parkdirecteur hier ook voorzitter is van Europark, het grootste natuurnetwerk in Europa, én ambassadeur van klimaatgoeroe Al Gore, werkt eraan. Hij is een meester in het waarderen van natuur. Letterlijk: hij geeft er een economische waarde aan. Als natuuractivist is hij ook intensief bezig met amfibieën. “Toen ik dertig jaar geleden aan een minister een verhaal vertelde over boomkikkers of rugstreeppadden, vonden ze dat een mooi verhaal, maar ze konden er geen beleid mee voeren. En dan ben ik samen met collega’s beginnen nadenken: hoe kan je ecosysteemdiensten, de waarde van natuur, ook economisch vertalen in beleidsprocessen? Vanaf dat moment ben je on speaking terms. Ons nationaal park is 6000 hectaren groot, en we zijn hier de ecosysteemdiensten gaan berekenen: wat de natuur opbrengt, bijvoorbeeld aan waterberging, aan CO2-opslag, de toeristenstroom met invloed op horeca en huizenmarkt. We komen uit op een omzet van 191 miljoen Euro per jaar, en 5000 geconnecteerde jobs. Ik heb het jaren geprobeerd met boomkikkers, maar toen ik met dit verhaal kwam stond de deur ineens open.”

Dat klinkt goed, maar de afgelopen verkiezingen waren niet bepaald een opsteker voor natuur en leefmilieu. Geen draagvlak, was de meest gehoorde slogan. Europa heeft België ook  faliekant gebuisd voor zijn klimaatplan. De politici hebben zichzelf gedegradeerd tot achtervolgers. 

"De politici komen (er) wel achter"

Bioloog Hans Van Dyck: “De manier waarop we ons huis inrichten, hangt niet alleen van politici af, ook van bedrijfsleiders, wetenschappers, burgers, het middenveld. Ik zie grote ondernemers sneller bewegen dan de politici. Als de top van een bedrijf vindt dat het anders kan, kan het snel gaan.”

Ignace Schops vult aan: “ De verduurzaming is absoluut bezig. De politiek aarzelt nog of durft nog niet, maar er zijn al heel wat early adopters in de industrie die beseffen dat ze mee moeten of dat ze anders zullen verdwijnen. Kijk maar naar Sign for my Future in de klimaatdiscussie. De enige angst die ik heb is het tijdvenster: er wordt te veel getwijfeld.”