Video player inladen ...

Wat is de Raad van Europa, de instelling waar Reynders binnenkort mogelijk hoofd van wordt? En hoeveel kans maakt hij? 

De federale gesprekken van informateurs Johan Vande Lanotte (SP.A) en Didier Reynders (MR) liggen een paar dagen stil. Reden daarvoor is de afwezigheid van Reynders, die een paar dagen in Straatsburg is om zijn kandidatuur als mogelijk nieuwe secretaris-generaal van de Raad van Europa (RvE) te verdedigen. Wat is die Raad van Europa? En hoeveel kans maakt onze ontslagnemende minister van Buitenlandse Zaken op deze job? 

Raad van Europa?

De Raad van Europa (RvE) mag niet worden verward met twee andere instellingen met wel zeer gelijkende namen: de Europese Raad of de Raad van de Europese Unie. Die laatste twee zijn twee belangrijke EU-instellingen. De Europese Raad bestaat uit de 28 staatshoofden en regeringsleiders van de Europese Unie. De Raad van de Europese Unie is dan weer de verzameling van bevoegde vakministers van de EU-lidstaten. Hoewel er formeel maar één Raad bestaat, wisselt de samenstelling hiervan naargelang de te behandelen onderwerpen. Zo heb je bijvoorbeeld een Raad Landbouw en Visserij en een Raad Leefmilieu.

De Raad van Europa is daarentegen een onafhankelijke entiteit die bestaat sinds 1949. Ze ziet toe op de naleving van de mensenrechten en democratie in de aangesloten lidstaten. Ze controleert met andere woorden of de landen georganiseerd zijn volgens de regels van een rechtstaat en of de verkiezingen op een eerlijke manier worden gehouden. 

Herbekijk hieronder de reportage over Reynders' kandidatuur in "Het Journaal" (lees voort onder de video):

Video player inladen ...

De Raad van Europa telt op dit moment 47 leden. Naast de EU-landen zijn ook de Europese dwergstaten zoals bijvoorbeeld Liechtenstein en San Marino lid, maar ook bijna alle ex-Oostbloklanden. Ook Rusland is lid. Gisteravond werd overigens beslist dat de Russen, die sinds ze in 2014 de Krim annexeerden niet meer mochten stemmen, opnieuw over stemrecht beschikken in de assemblee. 

De RvE vertegenwoordigt 820 miljoen burgers, telt 1.300 ambtenaren en ziet toe op een budget van bijna een half miljard euro. Vrij indrukwekkende aantallen, maar de slagkracht van deze instelling is relatief beperkt, omdat ze geen bindende beslissingsmacht heeft. De verslagen en rapporten die de RvE opstelt, hebben dus nooit een rechtstreeks gevolg voor de lidstaten. Dit is meteen ook het belangrijkste verschil met de EU en verklaart allicht ook waarom landen als Azerbeidzjan, toch niet bepaald een toonbeeld voor democratie en mensenrechten, ook lid kunnen zijn en blijven.  

Waarom bestaat hij dan wel?

Wat de Raad wel kan, is internationale verdragen proberen af te sluiten. Die zijn wel bindend. Veruit het meest bekende voorbeeld is de Europese Verklaring voor de Rechten van de Mens uit 1950. Dit verdrag vormt de basis van heel wat Europese regelgeving. De naleving wordt verzekerd door een speciaal daarvoor opgerichte rechtbank, het Europese Hof voor de Rechten van de Mens, met hoofdzetel in – hoe kan het ook anders – Straatsburg. 

Oorspronkelijk was het de bedoeling om uit de Raad van Europa een soort Europese Gemeenschap op te richten. Dat gebeurde niet, omdat ze in deze doelstelling werd voorbijgestoken door een andere instelling die in dezelfde periode boven de doopvont werd gehouden: de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal (EGKS).

Die EGKS ontstond in 1951 vanuit het idee om de productie van beide grondstoffen op internationaal niveau te reguleren. Deze economische belangen bleken een vruchtbaardere bodem voor internationale samenwerking.

De Raad van Europa bezat geen economisch luik en kon zo niet voorkomen dat ze “op snelheid gepakt” werd door de EGKS als basis voor de uitbouw van de Europese Gemeenschap, die uiteindelijk heeft geleid tot de oprichting van de Europese Unie. 

Deze vaststelling roept de vraag op: waarom bestaat deze instelling vandaag nog? Waarom zijn de bevoegdheden niet volledig opgegaan in de Europese Unie, zoals dat met een aantal andere naoorlogse samenwerkingsverbanden wel is gebeurd?

De voornaamste verklaring is opnieuw te zoeken in het ontbreken van economische belangen binnen de organisatie. Omdat de samenwerking volledig is gebaseerd op een gedeeld waarderegister, kan het op een meer geloofwaardige manier wijzen op een niet-naleving van deze waarden. 

Toch valt niet te ontkennen dat ook de EU in de loop der jaren erg actief is geworden op het gebied van de mensenrechten, waardoor de RvE een deel van zijn “unique selling point” wat heeft verloren. Bovendien moet ook in dit opzicht opnieuw gewezen worden op de aanwezigheid van landen als pakweg Rusland en Azerbeidzjan, die de geloofwaardigheid van de RvE als "mensrechtenregulator" ondergraaft. Ook de recente corruptieschandalen zijn niet erg positief voor het imago van de instelling.

Hoeveel kans maakt Reynders?

Dan rest nog de vraag: hoeveel kans maakt Reynders om de nieuwe secretaris-generaal van deze instelling te worden? Aan relevante werkervaring - om het in klassieke sollicitatietaal uit te drukken - heeft hij alvast geen gebrek. Sinds 2011 is hij minister van Buitenlandse Zaken, in die hoedanigheid vertegenwoordigt hij al jaren ons land in de RvE.

Bovendien valt het op dat Reynders’ focus op mensenrechten de laatste maanden duidelijk is toegenomen. Zo stelde hij een tijdje terug voor dat Europese landen moeten worden doorgelicht op vlak van mensenrechten.

Deze toegenomen aandacht leverde hem ook al duidelijke kritiek op in eigen land. Zo schreven een aantal academici vorige week nog een open brief aan de Raad van Europa om erop te wijzen dat Reynders de waarden waarop de Raad van Europa is gebaseerd niet hoog in het vaandel draagt.

Reden voor deze aanklacht was de beslissing om 6 weeskinderen van gewezen IS-strijders naar België te laten terughalen uit Syrië. Hiermee zette hij deze zes kinderen boven de andere aanwezige kinderen in de kampen, wat in strijd is met de waarden waarop de RvE is gebaseerd, klonk het. Ook voormalig staatssecretaris voor Asiel en Migratie Theo Francken (N-VA) noemde deze actie een “promostunt” van Reynders om zijn kandidatuur kracht bij te zetten. 

Toch is Reynders volgens de meeste waarnemers licht favoriet. Zijn laatst overgebleven tegenkandidate is zijn Kroatische ambtgenote Marija Pejčinović Burić. Zij beschikt niet over een even lange staat van dienst. Wat wel in haar voordeel kan spelen, is het feit dat ze als Kroatische vrouw ook het “nieuwe” Europa geloofwaardig kan vertegenwoordigen. Tot nu toe werd de instelling steeds geleid door een man uit West-Europa. 

Reynders met zijn rechtstreekse concurrente Buric.

Wanneer valt de beslissing? En wat als het niet lukt?

Morgen beslissen de 324 leden van de parlementaire vergadering van de RvE finaal wie de opvolger van huidig secretaris-generaal Thorbjørn Jagland zal worden. Op 1 oktober start dan de nieuwe ambtstermijn. 

Hoe dan ook mogen we ervan uitgaan dat Reynders met deze kandidatuur aanstuurt op zijn vertrek uit de Wetstraat, waar hij ondertussen al 20 jaar de dienst uitmaakt als minister. Deze functie moet dus gezien worden als een mooie fin de carrière, die hem bovendien ook financieel geen windeieren zou leggen: de secretaris-generaal kan rekenen op een belastingvrije vergoeding van 205.000 euro per jaar. Daarbovenop kunnen mogelijk nog extra toelagen komen. 

Toch houdt Reynders een slag om de arm. Als MR-lijsttrekker voor de Kamer in Brussel werd hij een maand geleden opnieuw verkozen en legde hij vorige week ook opnieuw de eed af als volksvertegenwoordiger. 

Bekijk hieronder de reportage uit "Terzake":

Video player inladen ...

Meest gelezen