Belfius: “Pensioenboemerang komt nu hard aan bij 3 op 4 gemeenten”

De gemeentebesturen zullen het deze regeerperiode heel lastig krijgen om de pensioenen van hun vastbenoemde ambtenaren te betalen. Dat bevestigt de bank Belfius in een nieuwe studie naar de inkomsten en uitgaven van lokale besturen. De gemeenten zien de donkere wolken al jaren hangen, maar deze legislatuur zal drie kwart van de gemeenten de rekening gepresenteerd krijgen. En dat geld zal ergens vandaan moeten komen.

“De pensioenboemerang”, zo omschrijft Belfius het probleem waarmee de gemeentekassen de komende jaren geconfronteerd zullen worden. Waar gaat het om? Gemeentebesturen moeten de pensioenen van hun ambtenaren zelf betalen. Eén probleem: ze moeten ook de pensioenen betalen van hun vastbenoemde ambtenaren die nu volop met pensioen aan het gaan zijn. 

En daar zit het addertje - noem het gerust een wurgslang - onder het gras: die pensioenen worden betaald door bijdragen van andere vastbenoemde ambtenaren, maar die zijn met steeds minder. Gevolg: er moeten in verhouding steeds meer pensioenen betaald worden door minder mensen.

Meer bijdragen

Het probleem is al jaren bekend en berekend. Daarom werd in 2011 een systeem bedacht. Sindsdien moeten gemeenten waarvan de pensioenbijdragen niet volstaan om de pensioenen van de vastbenoemde ambtenaren te betalen een bijkomende bijdrage betalen. 

Nu betalen de helft van de gemeenten, waaronder alle grote steden, zo'n extra bijdrage. Tegen 2023 zal ruim driekwart van de gemeenten dat doen. Voor alle gemeenten samen zullen die bijdragen stijgen van 355 miljoen euro in 2017 tot bijna een miljard in 2023.

De pensioenkosten nemen dus een alsmaar grotere hap uit het budget van de steden en gemeenten, bij sommige zelfs tot meer dan 15 procent van de belastinginkomsten. Daarmee wordt hun ruimte om te investeren nog krapper. Tijdens de vorige legislatuur investeerden de lokale besturen al minder.