De zussen van de koning: Josephine Charlotte, de prinses in de luwte die als kind de dood van haar moeder "voorspelde"

Deze zomervakantie zet VRT NWS de (legitieme) zussen van de jongste 4 koningen der Belgen in de schijnwerper. Het waren en zijn vaak vrouwen in de schaduw, maar toch hebben ze meer dan eens hun stempel op de geschiedenis gedrukt. Vandaag ligt de focus op Josephine Charlotte, de oudste zus van Boudewijn en Albert II.

Excentrieke kunstenaars, flamboyante glamourfiguren of tragische geesteszieken: aan opvallende prinsessen en prinsen geen gebrek in de rijke geschiedenis van de monarchie in België.

Toch zijn ook koningskinderen op het toneel verschenen die nauwelijks een rimpeling door het wateroppervlak trokken en zoveel mogelijk de rust van de coulissen opzochten. Een van hen was Josephine Charlotte, het eerste kind en de enige dochter van koning Leopold III en koningin Astrid.

Josephine Charlotte en Astrid (circa 1930) 1930 Keystone-France

Sprookjeshuwelijk

Josephine Charlotte wordt op 11 oktober 1927 geboren in het Bellevuepaleis op de hoek van het Paleizenplein en de Koningsstraat in hartje Brussel. Daar hebben haar ouders, dan nog kroonprins en kroonprinses, hun intrek genomen na hun huwelijk een jaar eerder. 

Dat huwelijk kondigt zich van meet af aan als een sprookje aan, of dat is toch wat het Paleis de buitenwereld graag wil doen geloven. Bij de bekendmaking van de verloving benadrukt koningin Elisabeth, de moeder van Leopold, uitdrukkelijk dat hij en Astrid uit liefde trouwen.

Dat neemt niet weg dat hun romance wel degelijk is gearrangeerd. Sterker nog: eerst is het de bedoeling dat Leopold met een prinses uit Italië zal trouwen. Wanneer dat plan afspringt, trekt de kroonprins naar Zweden om kennis te maken met de vele prinsessen die de Scandinavische koninklijke families bevolken. 

Leopold en Astrid bij hun verloving in 1926.

Uiteindelijk valt zijn oog op Astrid. Zij is de jongste dochter van prins Karel en prinses Ingeborg en een nichtje van koning Gustaaf V. In de zomer van 1926 brengt Leopold veel tijd met haar door. De vonk slaat over en ze stemt in om met hem te trouwen.

Wanneer Astrid op 8 november per boot in Antwerpen aankomt, levert dat beelden op die vandaag nog steeds tot de verbeelding spreken. Als een sneeuwprinses in een spierwit gewaad stormt ze dolverliefd op Leopold af die haar op de kade staat op te wachten. Tegen alle regels van het protocol in, kust ze hem uitbundig op de mond.

Video onder: Astrid begroet Leopold uitbundig bij haar aankomst in Antwerpen (8 november 1926)

Video player inladen...

Het tafereel is een voorafname op een ongedwongen way of life die Astrid en Leopold de eerste jaren van hun huwelijk proberen aan te houden. (Schoon)vader Albert I is koning en dat staat hen toe hun leven in relatieve rust en weg van het hof te leiden. Meer dan eens schoppen ze daarbij heilige huisjes omver. Bij het doopsel van Josephine Charlotte draagt Astrid haar baby bijvoorbeeld zelf de kerk binnen, terwijl kindermeisjes dat tot dan toe doen binnen de koninklijke familie.

Leopold en Astrid denken goed na over de doopnaam van hun dochter. Josephine verwijst naar Josephine de Beauharnais, de eerste echtgenote van keizer Napoleon Bonaparte van Frankrijk en een bron van fascinatie voor Astrid. Met Charlotte brengen ze hulde aan Charlotte van Luxemburg, de groothertogin die op dat moment de plak zwaait in de ministaat die later een grote rol in het leven van de prinses zal spelen.

Koekendozenromantiek

In 1930 verhuist het jonge gezin van het Bellevuepaleis naar het kasteel van Stuyvenberg in Laken. Even later bevalt Astrid van een tweede kind, een zoon en troonopvolger die de naam Boudewijn krijgt. Haar geluk en dat van Leopold lijkt compleet, een beeld dat zij en het Paleis cultiveren met tal van lieflijke kiekjes. De koekendozenromantiek bloeit als nooit tevoren.

Astrid en Leopold samen met Josephine Charlotte en de pasgeboren Boudewijn (1930). 1930 Keystone-France

Leopold en Astrid zijn betrokken ouders, maar even goed zijn ze vaak maanden van huis weg terwijl ze onder meer Congo bezoeken. Josephine Charlotte en Boudewijn blijven telkens in België bij een leger van gouvernantes en kindermeisjes achter. “Mijn ouders maakten lange reizen”, zegt Josephine Charlotte. “Ik denk dat Albert I wilde dat zijn zoon en schoondochter een brede blik op de wereld ontwikkelden.”

Tijdens vakanties verblijven de kinderen vaak bij hun grootouders Karel en Ingeborg in hun zomerhuis Fridhem in Zweden. Ook Astrid beleefde daar als kind een heerlijke tijd en ze neemt verschillende elementen over in het kasteel van Stuyvenberg. Zo laat ze naar het voorbeeld van Fridhem een uit de kluiten gewassen speelhuis optrekken in de tuinen waarin Josephine Charlotte en Boudewijn naar hartenlust kunnen ravotten.

Josephine Charlotte, Astrid en Boudewijn (vroege jaren 1930)

Ontspannen doen Leopold, Astrid en hun kinderen in verschillende buitenverblijven. Van Albert I krijgen ze de toelating om een oud landgoed in Villers-sur-Lesse naar hun smaak te verbouwen tot een plek waar ze aan de drukte van de hoofdstad kunnen ontsnappen. Daarnaast kunnen ze terecht in villa’s in Oostende, Knokke en in Luzern in Zwitserland.

Marche-les-Dames

Op 17 februari 1934 komt aan dit relatief zorgeloze leven abrupt een einde wanneer Albert I onverwacht sterft tijdens het bergklimmen in Marche-les-Dames. Op slag zijn Leopold en Astrid koning en koningin. Hun nieuwe status brengt een pak meer verplichtingen met zich mee, ook voor hun kinderen. Die krijgen er op 6 juni 1934 nog een broertje bij, Albert.

Boudewijn en Josephine Charlotte bij de wieg van Albert (zomer 1934).

Leopold en Astrid erven een land dat net als de rest van Europa onder de Grote Depressie lijdt en met verschillende regeringscrises kampt. Tegelijk zijn ze slecht voorbereid op hun taak omdat Albert I hen grotendeels buiten staatszaken hield. 

Toch blijven ze niet bij de pakken neerzitten. De kersverse koningin roept bijvoorbeeld een comité in het leven dat goederen en geld inzamelt voor mensen die door de economische malaise zijn getroffen. Op beelden is te zien hoe ze samen met de kleine Josephine Charlotte hulppakketten sorteert, de perfecte PR-stunt.

Video onder: Astrid en Josephine Charlotte sorteren pakjes met goederen ("Het Journaal", 28 augustus 1995)

Video player inladen...

Het is slechts 1 van de vele officiële activiteiten waar Leopold en Astrid hun kinderen mee naartoe nemen. Ze gaan ook samen wandelen in de straten en parken in Brussel, tot grote verbazing van toevallige passanten. “In het openbaar moest je je waardig gedragen”, herinnert Josephine Charlotte zich later. “Maar dat versterkte het familieleven. Al moesten je kinderen naar het publiek wuiven, thuis konden ze gewone kinderen zijn.” 

Toch zijn en blijven Josephine Charlotte, Boudewijn en Albert in de eerste plaats koningskinderen. Schoollopen doen ze aanvankelijk in een “Paleisklas”. Later trekt Josephine Charlotte naar de kostschool Vierge Marie in Brussel. In haar vrije tijd sluit ze zich bij de meisjesgidsen aan.

Een gezinsfoto met Josephine Charlotte, Boudewijn, Astrid, Leopold en Albert.

Küssnacht

Begin augustus 1935 vertrekken Leopold en Astrid op vakantie naar Zwitserland. Ze zijn dik een jaar koning en koningin en hebben de maanden voordien een bijzonder drukke agenda afgewerkt. Tijd om uit te rusten, zonder de kinderen. 

Op 29 augustus rijden ze met de wagen langs de oevers van het Vierwoudstedenmeer. In Küssnacht am Rigi gaat het fout: de auto raakt van de weg af, mogelijk omdat Leopold zich laat afleiden door een wegenkaart die Astrid op haar schoot houdt. De koningin wordt uit de wagen geslingerd en belandt met haar hoofd tegen een boom. Ze sterft ter plaatse.

Video onder: een verslag naar aanleiding van de 70e verjaardag van de dood van Astrid ("Het Journaal", 29 augustus 2005)

Video player inladen...

In België slaat het nieuws in als een bom. Astrid was bij grote delen van de bevolking mateloos populair en het hele land is in rouw. Leopold blijft achter met 3 jonge kinderen. Enkel Josephine Charlotte is oud genoeg om te beseffen wat is gebeurd. 

Vele jaren later herinnert ze zich glashelder het moment waarop ze de dood van haar moeder vernam. “De hofdame van mijn moeder, madame du Roy – op wie we dol waren, ze was meer dan een hofdame, ze was ook een vriendin van mijn moeder – kwam naar me toe in de tuin. Ik rende op haar af. Ze zei: “Weet je, je moeder is verkouden. Ze komt morgen nog niet terug, ze moet nog wat langer in Zwitserland blijven”. Ik zei: “Nee, madame du Roy, ik weet dat ze dood is”.”

Video onder: Josephine Charlotte vertelt over het moment dat ze verneemt dat haar moeder is overleden ("Histories", 5 juni 2006)

Video player inladen...

Ook bij de ouders van Astrid komt het nieuws hard aan, zeker wanneer ze enkele dagen later een brief ontvangen die hun dochter kort voor haar dood in Zwitserland schreef en waarin ze een macabere voorspelling van Josephine Charlotte uit de doeken doet.

“Kleine Josephine heeft een wit haar op mijn hoofd gevonden”, vertelt Josephine Charlotte later de inhoud van die brief na. “Ze zei me: “Nu ga je sterven, mama”. Mijn arme oma prinses Ingeborg heeft die brief pas gekregen toen mijn moeder al dood was. Dat was een vreselijke schok voor haar.”

Video onder: Josephine Charlotte vertelt over de brief die Astrid vlak voor haar dood aan haar ouders schreef ("Histories", 5 juni 2006)

Video player inladen...

De opvoeding van Josephine Charlotte, Boudewijn en Albert komt nog meer dan vroeger in handen van gouvernantes en kindermeisjes te liggen. Dat neemt niet weg dat Josephine Charlotte zich als grote zus spontaan tot een soort moedertje voor haar twee jongere broers ontpopt.

De band die ze zo creëren is hecht en zal hun hele verdere leven standhouden. Meer dan eens zullen Boudewijn en Albert in tijden van twijfel of tegenslag bij Josephine Charlotte aankloppen voor troost of goeie raad.

Albert, Boudewijn en Josephine Charlotte spelen in de tuinen van Laken (1938).

Tweede Wereldoorlog

Wanneer nazi-Duitsland België op 10 mei 1940 binnenvalt, geraakt het leven van de prinsenkinderen opnieuw helemaal ontwricht. Leopold stuurt hen uit voorzorg naar Frankrijk onder de hoede van burggraaf Gatien du Parc, sinds enkele jaren de gouverneur van Boudewijn en Albert. Eerst trekken ze naar Russy in Normandië, maar omdat het daar te onveilig is, reizen ze al snel door naar kasteel van Montal meer naar het zuiden.

Intussen capituleert Leopold III en biedt hij zich als krijgsgevangene aan nazi-Duitsland aan. Die beslissing valt slecht in het Verenigd Koninkrijk en in Frankrijk, ook bij de bevolking. Die weet dat de prinsenkinderen in het kasteel van Montal verblijven en de sfeer wordt grimmig. Du Parc neemt het zekere voor het onzekere en reist daarom samen met de kinderen verder naar San Sebastian in Spanje. Dictator Francisco Franco waakt er persoonlijk over dat ze daar met open armen worden ontvangen.

Tegen augustus 1940 is de kust weer voldoende veilig en keren Josephine Charlotte, Boudewijn en Albert naar België terug. Aan de grens tussen Spanje en Frankrijk wacht een Duitse militair hen op om hen naar hun thuisland te begeleiden. Josephine Charlotte is niet opgezet met die waakhond. Toch zal ze de komende jaren Duitse bewakers in haar leven moeten tolereren.

Albert, Josephine Charlotte en Boudewijn (circa 1943-1944)

Lilian Baels

Bij aankomst in België stuurt Leopold III zijn kinderen naar het kasteel van Ciergnon in de Ardennen. Zelf blijft hij in Laken. Slechts af en toe brengen Josephine Charlotte, Boudewijn en Albert hun vader een bezoekje. In december 1941 wacht hen een grote verrassing: Leopold III is in het huwelijksbootje gestapt met Lilian Baels.

De jongens sluiten hun stiefmoeder vrijwel meteen in hun hart, maar Josephine Charlotte heeft het er moeilijker mee. Toch kan ook zij het gaandeweg beter met haar vinden, zeker wanneer Lilian op 18 juli 1942 van een halfbroertje Alexander bevalt en het hele gezin in Laken gaat samenwonen.

Lilian samen met Josephine Charlotte (datum onbekend).

De geallieerde inval in Normandië op 6 juni 1944 maakt een einde aan dat fragiele gezinsleven. Op bevel van Hitler worden Leopold, Lilian en de kinderen naar het kasteel van Hirschtein bij Dresden gedeporteerd. Bleven de Duitse bewakers in België veeleer op de achtergrond, dan is dat nu helemaal anders. De SS en de Gestapo houden hen nauwlettend in het oog. Bovendien zijn de omstandigheden in het kasteel een pak minder luxueus dan in Laken.

Nazi-Duitsland lijdt de ene nederlaag na de andere en tegen februari 1945 is het Rode Leger van de Sovjet-Unie te dichtbij gekomen. Hitler stuurt Leopold en zijn gezin daarom naar Strobl in Oostenrijk waar ze in een villa onderdak krijgen. Voedsel is schaars en de bewakers lopen op de toppen van hun tenen. Pas op 7 mei 1945 is hun lijdensweg eindelijk voorbij wanneer Amerikaanse soldaten hen bevrijden.

Lilian en Leopold samen met de Amerikaanse generaals Wade Haislip en Alexander Patch bij hun bevrijding in Strobl (7 mei 1945). 1945 Keystone-France

In België zit prins Karel, de broer van Leopold III, intussen als regent op de troon. In principe kan de koning terugkeren en het roer opnieuw in handen nemen, maar hij weigert, onder meer omdat hij met de regering en bij uitbreiding de politiek overhoop ligt. De bevolking neemt het hem dan weer kwalijk dat hij in volle oorlog is hertrouwd. De Koningskwestie is een feit.

De gelukkigste jaren

Leopold, Lilian en de kinderen gaan vrijwillig in ballingschap in Pregny in Zwitserland. Daar nemen ze hun intrek in Le Reposoir, een landgoed met kasteelallures. Hier genieten de prinsenkinderen van de gelukkigste jaren van hun leven. Ver weg van het politieke gewoel in België leven ze opnieuw samen in een normaal gezinsverband, een plezier dat ze sinds de dood van koningin Astrid hebben moeten missen. Josephine Charlotte schrijft zich in aan de hogeschool van Genève waar ze lessen krijgt van de beroemde pedagoog Jean Piaget.

Alexander, Boudewijn, Lilian, Leopold III, Albert en Josephine Charlotte (circa 1945).

In april 1949 stuurt Leopold III Josephine Charlotte naar België. Ze is het eerste lid van het koninklijke gezin dat opnieuw voet op vaderlandse bodem zet sinds WO II. De prinses bezoekt enkele grote steden bij wijze van test om te zien hoe de bevolking reageert en om het blazoen van de monarchie op te poetsen.

Het is haar eerste publieke optreden van dit kaliber en bovendien is ze vreselijk timide. Toch doet ze het lang niet slecht. Onder meer door haar fysieke gelijkenis met haar moeder krijgt ze een warm welkom. Op 12 maart 1950 is ze opnieuw in België, deze keer om haar stem uit te brengen bij de volksraadpleging die het lot van Leopold III moet bepalen.

Josephine Charlotte brengt haar stem uit bij de volksraadpleging over de terugkeer van Leopold III (12 maart 1950). 2013 Getty Images

Uiteindelijk is het haar broer Boudewijn die de nieuwe koning wordt. Zodra het stof rond die dramatische troonswisseling enigszins is gaan liggen, keert Josephine Charlotte definitief naar België terug. Ze gaat opnieuw in Laken wonen, onder 1 dak met haar vader, Lilian en haar broers. In 1951 krijgt ze er nog een halfzus bij, Marie-Christine.

Josephine Charlotte maakt verschillende reizen en voert ook officiële taken uit. Haar status en bij uitbreiding die van de vrouwen aan het Hof is even dubbelzinnig als onduidelijk. Sinds de dood van Astrid heeft België geen koningin as such meer. Tegelijk heeft de koninklijke familie met Josephine Charlotte, Lilian en de oude koningin-(groot)moeder Elisabeth 3 vrouwen in huis om die rol ad interim in te vullen zolang Boudewijn niet is gehuwd.

Leopold III, Lilian, Boudewijn, Josephine Charlotte en Albert (1951). 1951 Keystone-France

Jean van Luxemburg

Op 7 november 1952 geraakt die lastige situatie enigszins ontmijnd wanneer het Paleis bekendmaakt dat Josephine Charlotte zich met Jean van Luxemburg heeft verloofd, de zoon en opvolger van haar doopmeter groothertogin Charlotte. Een echte verrassing is het nieuws niet. Al in 1948 gonsde het van de geruchten toen Jean Josephine Charlotte een bezoek bracht toen ze nog in Pregny woonde.

Josephine Charlotte en Jean (circa 1950) 2013 Getty Images

De bruid en bruidegom kennen elkaar al lang en waarschijnlijk hebben Laken en Luxemburg het huwelijk jaren eerder al beklonken. Josephine Charlotte is de dochter van een koning van een katholiek land, Jean is een van de weinige troonopvolgers van een regerend katholiek huis. Het verhaal gaat wel dat Josephine Charlotte eigenlijk verliefd is op een piloot, maar dat ze uit plichtsbesef uiteindelijk de hand van Jean aanvaardt.

De huwelijksdatum wordt op 9 april 1953 vastgelegd in Luxemburg-stad. In de aanloop naar die heuglijke dag worden Nederland en grote delen van België in februari 1953 getroffen door de grootste watersnood en overstromingen in de moderne geschiedenis. 

Jean en Josephine Charlotte bij hun verloving.

Het Paleis pakt die ramp nogal onhandig aan. Koning Boudewijn heeft de griep en verblijft in het zuiden van Frankrijk om onder een mediterrane zon aan te sterken. Het levert hem bakken kritiek op en Josephine Charlotte moet andermaal als vredesduif de kastanjes uit het vuur halen. Ze bezoekt verschillende getroffen dorpen waar ze hulpgoederen en cadeautjes uitdeelt.

“Ze was heel vriendelijk”, vertelt ooggetuige Gaston Oelibrandt jaren later. “Ze sprak met iedereen en had voor sommige mensen pakjes bij. De klucht van het verhaal was: ze had niet genoeg pakjes en ze moest nog een dorp bezoeken. Iedereen moest zijn pakje opnieuw afgeven zodat ze die daar nog eens kon uitdelen.”

Video onder: Gaston Oelibrandt vertelt over de pakjes van Josephine Charlotte die mensen moesten teruggeven ("Histories", 30 januari 2003)

Video player inladen...

Radioboodschap

Enkele dagen voor haar huwelijk richt Josephine Charlotte zich in een radioboodschap tot de bevolking. Ze kondigt daarbij aan dat ze alle giften die ze heeft ontvangen aan een nationaal Belgisch fonds ter bestrijding van kinderverlamming zal schenken.

“Binnen weinige dagen ga ik u verlaten”, besluit ze. “Nieuwe verplichtingen zal ik dan te vervullen hebben. Maar nooit vergeet ik mijn geboorteland en ik voel me gelukkig zo dicht bij dit land en mijn dierbare familie te blijven leven. Moge België altijd welvarend zijn en eenieder van u steeds gelukkig.”

Audio onder: de radioboodschap van Josephine Charlotte, enkele dagen voor haar huwelijk

De trouwplechtigheid verloopt met veel pracht en praal. Duizenden Belgen reizen naar Luxemburg-stad om Josephine Charlotte en Jean toe te juichen. Ook de volledige koninklijke familie van België tekent present, net als andere gekroonde hoofden zoals koningin Juliana van Nederland. Het valt verschillende journalisten op dat Josephine Charlotte wankel op haar benen staat in de kerk. Sommigen stellen dat ze na afloop flauwvalt.

Video onder: de huwelijksplechtigheid van Josephine Charlotte en Jean in de kathedraal van Luxemburg-stad (British Pathé, 9 april 1953)

Na hun huwelijk vestigen Josephine Charlotte en Jean zich in een herenhuis in Betzdorf waar ze in alle rust een gezin uitbouwen. Alles samen krijgen ze 5 kinderen: een dochter Marie-Astrid (1954), een zoon en troonopvolger Henri (1955), de tweeling Jean en Margarethe (1957) en een zoon Guillaume (1961). 

Jean, Josephine Charlotte en hun 5 kinderen (1964) 2010 Getty Images

Troonswisseling (1)

Op 12 november 1964 doet groothertogin Charlotte formeel troonsafstand ten voordele van Jean. Josephine Charlotte is voortaan groothertogin van Luxemburg aan de zijde van haar man.

Daarmee is ze de derde prinses van België die een troon bestijgt, na prinses Charlotte die even keizerin van Mexico was en na haar tante prinses Marie José die even koningin van Italië was. Ook prinses Stefanie, de tweede dochter van koning Leopold II, had keizerin moeten worden en wel van Oostenrijk-Hongarije, maar haar man pleegde zelfmoord toen hij nog kroonprins was.

Groothertogin Charlotte zet haar handtekening onder de akte van haar troonsafstand. Jean en Josephine Charlotte kijken toe. ©2000 Topham Picturepoint

In tegenstelling tot haar voorgangers, zit Josephine Charlotte wél stevig in het zadel. Haar rol als groothertogin speelt ze tientallen jaren perfect, zij het altijd gereserveerd waardoor ze nooit echt de harten van de Luxemburgers verovert. Ook hun taal krijgt ze nooit helemaal onder de knie. Toch krijgt ze heel wat lof, onder meer als voorzitter van het Rode Kruis van Luxemburg en van de meisjesgidsen.

Met haar familie in België onderhoudt ze een nauw contact. In tegenstelling tot haar broers trekt ze af en toe naar het kasteel van Argenteuil waar haar vader en stiefmoeder zich na het huwelijk van Boudewijn en Fabiola hebben teruggetrokken. In haar vrije tijd houdt ze van de natuur, jagen en tuinieren. Net als haar vader en grootvader doet ze aan alpinisme. Ze heeft ook een grote belangstelling voor hedendaagse kunst. In haar collectie steken werken van onder anderen Wim Delvoye.

In 2013 gaat deze foto viraal op sociaalnetwerksites. Hij zou dateren uit de jaren 80 en toont Josephine Charlotte, Jean, Fabiola, Boudewijn, Paola en Albert die een "treintje" vormen.

Maria Teresa

Eind de jaren 70 studeert troonopvolger Henri aan de universiteit van Genève. Daar ontmoet hij Maria Teresa Mestre y Batista, een burgermeisje van Cubaanse afkomst. Ze beginnen een relatie, erg tegen de zin van Josephine Charlotte, Jean en grootmoeder Charlotte. Zij willen dat Henri voor een meisje van adel kiest, maar hij houdt voet bij stuk en trouwt op 14 februari 1981 met Maria Teresa. Ze krijgen 5 kinderen. 

Maria Teresa en Henri bij hun huwelijk (14 februari 1981).

De relatie tussen Josephine Charlotte en haar schoondochter verloopt nooit echt goed, ook al omdat de twee vrouwen uiteenlopende karakters hebben. Marie Teresa slaagt echter waar haar schoonmoeder faalt: ze weet zich populair te maken bij de bevolking én ze leert vlot de Luxemburgse taal.

In de jaren die volgen blijft Josephine Charlotte discreet op de achtergrond. In België is het brede publiek zich nauwelijks nog bewust van het feit dat ze bestaat of dat ze groothertogin van Luxemburg is. Enkel op belangrijke momenten zoals de begrafenis van haar vader Leopold III in 1983 of de dood van haar broer Boudewijn in 1993, duikt ze nog eens op.

Josephine Charlotte loopt naast Fabiola in de rouwstoet op de begrafenis van Boudewijn (6 augustus 1993).

Troonswisseling (2)

Jean doet na meer dan 3 decennia op zijn beurt troonsafstand, ten voordele van Henri. Hiervoor kiest hij het symbolische jaar 2000 uit. De feestelijkheden worden echter uitgesteld omdat zijn jongste zoon Guillaume zwaargewond geraakt bij een auto-ongeval. Hij zweeft tussen leven en dood, maar komt er weer bovenop. Op 7 oktober is het dan toch zover en nemen Henri en Maria Teresa de fakkel als groothertog en groothertogin over van Jean en Josephine Charlotte.

Video onder: de officiële troonswisseling in Luxemburg ("Het Journaal", 7 oktober 2000)

Video player inladen...

De oude groothertog en groothertogin trekken zich terug in het kasteel van Fischbach en halen nauwelijks nog het nieuws. Dat verandert in juni 2002 wanneer Maria Teresa 15 hoofdredacteurs van de grootste media van Luxemburg discreet uitnodigt en in tranen een boekje opendoet over de tirannieke houding van haar schoonmoeder. Daarbij krijgt ze de steun van haar man Henri.

Volgens Maria Teresa haat Josephine Charlotte haar en probeert ze haar huwelijk kapot te maken. Ze zou de roddel verspreiden dat Henri een affaire met een andere vrouw heeft en dat haar schoondochter het liefste naar Cuba wil terugkeren. Maria Teresa verzoekt de journalisten te zwijgen over wat ze hen vertelt, maar het nieuws lekt uit. Het is meteen de eerste, of minstens de grootste smet op het imago van Josephine Charlotte. Zelf houdt ze de lippen stijf opeen.

Video onder: een verslag over de verklaringen van Maria Teresa over Josephine Charlotte ("Het Journaal", 22 juni 2002)

Video player inladen...

Verschillende politici in Luxemburg maken zich zorgen over de openlijke tweespalt in de groothertogelijke familie, maar uiteindelijk keert de rust weer. Met de gezondheid van Josephine Charlotte gaat het intussen achteruit. In 2003 maakt het Hof bekend dat ze aan longkanker lijdt. Samen met Jean slijt ze de laatste jaren van haar leven meer dan ooit in de luwte. Op 10 januari 2005 bezwijkt ze aan de gevolgen van haar ziekte. Ze is 77.

Met de dood van Josephine Charlotte sterft tegelijk een would-be-koningin der Belgen. Als ze vandaag was geboren, dan was ze haar vader waarschijnlijk als staatshoofd van België opgevolgd. Omdat ons land tot 1991 de Salische wet handhaafde, kwam ze in haar tijd niet in aanmerking voor de troon en ging die automatisch over op haar jongere broers. Daarmee was ze de laatste der Mohikanen want alle vrouwen die na haar zijn geboren in de koninklijke familie, moeten hun plaats niet langer aan mannen afstaan.

Video onder: de uitvaartplechtigheid van Josephine Charlotte in Luxemburg-stad ("Het Journaal", 15 januari 2005)

Video player inladen...

Meer weten?