100 jaar geleden: de ondertekening van het Verdrag van Versailles

Op 28 juni 1919 vond de plechtige ondertekening plaats van het vredesverdrag tussen Duitsland en de landen waarmee het in oorlog was geweest. Amper een week eerder waren officieel de laatste slachtoffers van de oorlog gevallen, toen de Duitse vloot zichzelf tot zinken bracht.  

De ondertekening gebeurde in het beroemde kasteel van Versailles, niet ver van Parijs, en wel in de Spiegelzaal of Galerie des Glaces

De Franse premier Georges Clemenceau had al veel eerder die zaal, ooit aangelegd door de Zonnekoning Lodewijk XIV als decor van grootse plechtigheden, aangeduid als de plek voor ondertekening. En niet zozeer omdat het een van de meest indrukwekkende zalen is die men zich kan voorstellen. 

De Spiegelzaal in het Kasteel van Versailles

Voor Frankrijk was het een symbool voor revanche. De zaal is immers gedecoreerd met fresco’s rond de overwinningen van Lodewijk XIV in Duitsland. Maar vooral, in dezelfde zaal was in 1871, tijdens de Frans-Duitse oorlog, het nieuwe Duitse Rijk geproclameerd.

Ook de datum was geen toeval. Het was precies vijf jaar na de moord in Sarajevo, het incident dat de aanleiding vormde voor het uitbreken van de  Eerste Wereldoorlog.

De Spiegelzaal tijdens de ondertekening. De voornaamste Geallieerde leiders zitten aan een lange tafel aan de linkerkant.

Clemenceau leidde de hele plechtigheid. Hij werd geflankeerd door zijn Britse collega Lloyd George en de Amerikaanse president Wilson.  Samen hadden ze als “de Grote Drie” eigenlijk de hele vredesregeling bedisseld. 

In totaal sloten 27 "Geallieerde en Geassocieerde Mogendheden" vrede met Duitsland.  Daarnaast tekenden de regeringen van enkele zelfbesturende delen van het Britse Rijk, zoals Canada en Australië, nog eens afzonderlijk. 

Voor België tekenden minister van Buitenlandse Zaken Paul Hymans en minister van Staat Jules Van den Heuvel.

De 'Grote Drie'bij het verlaten van Hotel Trianon Palace. V.l.n.r.: Georges Clemenceau, Woodrow Wilson en David Lloyd George (BnF Gallica)

Harde voorwaarden

Acht weken daarvoor hadden de Duitsers officieel kennis genomen van de tekst van het verdrag . Dat gebeurde ook in Versailles, niet in het kasteel van de Zonnekoning, maar in het luxehotel Trianon Palace in de buurt.

Het verdrag was eerder goedgekeurd door de voltallige vredesconferentie waar Duitsland en zijn bondgenoten niet aan mochten deelnemen. De delegaties op de conferentie hadden er alleen een samenvatting van gehoord. Alleen de Grote Drie kenden de inhoud volledig. 

Links: de aankomst van Clemanceau voor Hotel Trianon Palace. Rechts: de Duitse minister von Brockdorff-Rantzau na het vernemen van de vredesvoorwaarden. (BnF Gallica)

De Duitse diplomaten en politici wisten natuurlijk wel al iets over de voorgestelde voorwaarden, maar toch schrokken ze toen ze de tekst doornamen. Ze hadden niet gedacht dat het zo erg zou zijn.

Duitsland moest 13 % van zijn grondgebied en 10 % van zijn bevolking afstaan, plus al zijn kolonies. Het mocht enkel nog maar een klein leger overhouden, zonder vliegtuigen of onderzeeërs, en het werd veroordeeld tot zware herstelbetalingen.

De meest vernederende bepaling was artikel 231, waarbij Duitsland moest erkennen dat het verantwoordelijk was voor de oorlog en dus voor alle opgelopen schade. Die “schuldclausule” had de bedoeling Duitsland tot herstelbetalingen te dwingen, maar tastte vooral het Duitse eergevoel aan.  

Een Duitse affiche toont hoe machteloos  het land werd door het Verdrag van Versailles. De gele zones op de kaart geven gebieden aan waar Duitsland geen troepen of versterkingen mag bouwen.

De verontwaardiging in Duitsland was enorm. Er werd betoogd, er kwamen petities.  Minister van Buitenlandse Zaken Ulrich von Brockdorff-Rantzau, die de tekst in ontvangst had moeten nemen, vond dat het lange verdrag tot één zin kon worden herleid : "Duitsland ziet van zijn bestaan af". 

De Geallieerden wilden alleen schriftelijk over het vredesverdrag onderhandelen. De Duitsers bestookten hen met tegenvoorstellen en wijzigingen, maar dat werd elders als een nieuw teken van Duitse arrogantie beschouwd.

Alleen de Britse regering was gevoelig voor sommige Duitse eisen, maar toen Lloyd George pleitte om een en ander te herzien, reageerden Clemenceau en Wilson verontwaardigd. Ze hadden er lang genoeg over gediscussieerd. Alleen enkele kleinere wijzigingen werden aanvaard.

Ultimatum

Op 16 juni stelden de Geallieerden een ultimatum : Duitsland kreeg drie dagen de tijd (later verlengd tot een week) om het verdrag te aanvaarden. Zo niet, dan zou de wapenstilstand van 11 november 1918 (die al die tijd verlengd was) niet langer gelden. De Geallieerde legers, die al verscheidene Duitse steden aan de Rijn bezet hielden, zouden verder Duitsland binnenrukken.

Wat zou er dan gebeuren? Het Duitse leger was vrijwel weerloos. Het had immers massaal wapens moeten inleveren bij de wapenstilstand.

Betoging tegen het verdrag voor het Rijksdaggebouw in Berlijn.

In de pas verkozen Duitse Nationale Vergadering, die een democratische grondwet voor Duitsland moest opstellen, verwierpen alle partijen het verdrag. Ook de regering was tegen.

De sociaaldemocratische premier Philipp Scheidemann zei dat de hand van diegene die het verdrag ondertekende zou “verschrompelen”. Sommige politici vreesden een militaire staatsgreep of een opstand als het werd goedgekeurd. 

Een meer pragmatische kijk kwam er van Matthias Erzberger, de Centrum-minister die de wapenstilstand van 11 november had ondertekend.

Erzberger wees erop dat er nu eindelijk vrede kon komen. De Duitse krijgsgevangenen zouden vrijkomen. De blokkade door de Britse vloot zou worden opgeheven, zodat er voldoende eten zou zijn en de economie weer zou functioneren. Het alternatief was geweld, onzekerheid en hongersnood. Het was zelfs mogelijk dat Duitsland onder Geallieerde bezetting uit elkaar zou vallen. Vooral de Fransen wilden een zwak en verdeeld Duitsland. 

Links: de Duitse regeringsleider Philipp Scheidemann die het verdrag verwierp. Midden : zijn opvolger Gustav Bauer, die er toch mee zou instemmen. Rechts: Matthias Erzberger, die pleitte om het te aanvaarden.

Realisten als Erzberger begrepen dat het verdrag zoals het voorlag enkele voordelen inhield: het liet Duitsland grotendeels intact, sommige bepalingen, zeker die over ontwapening, konden worden ontweken en over de herstelbetalingen zou later nog worden gesproken. Duitsland moest eerst tijd winnen en zich herstellen.

Maar de regering raakte er niet uit en nam op 20 juni ontslag. De totale chaos dreigde. 

De laatste slachtoffers van de oorlog

De dag daarop, 21 juni, gebeurde er iets ongeziens in Scapa Flow, een beschutte baai in de Orkney-eilanden in het noorden van Schotland.

Daar lagen 74 Duitse oorlogsschepen aangemeerd, waaronder de grootste schepen van de machtige Hochseeflotte. Overeenkomstig de wapenstilstand waren ze daar sinds november 1918 “geïnterneerd”, in afwachting van het vredesverdrag. Met een beperkte Duitse bemanning lagen ze voor anker onder toezicht van de Britse vloot. 

De geïnterneerde Duitse schepen in Scapa Flow © IWM (SP 2885A)

Mochten de vijandelijkheden hervatten, dan zouden de schepen meteen door de Britten kunnen worden veroverd.

In de ochtend van 21 juni gaf de Duitse vice-admiraal Emil von Reuter een sein door naar de geïnterneerde schepen. Meteen daarop draaiden de bemanningen kranen en ventielen open, zodat de schepen begonnen vol te lopen. De Duitsers lieten hun schepen zinken om te voorkomen dat ze in Britse handen zouden vallen. Ze hadden zich daar al lang op voorbereid. 

Toen de Britten merkten wat er gebeurde, duurde het nog even voor ze konden ingrijpen. Britse schepen voeren ter plekke en hun zeelui kropen aan boord om het zinken te beletten. Daarbij gebruikten ze soms geweld. Maar in de meeste gevallen waren ze te laat.  

Links: het slagschip Bayern (32.200 ton) kapseist bij het zinken. Rechs: Britse boten bij een gezonken Duits oorlogsschip.

In totaal zonken er 52 Duitse oorlogsschepen, waarvan 10 slagschepen en 5 slagkruisers. Van de pronkstukken van de Duitse marine bleef slechts één slagschip over.

Bij de schermutselingen werden 9 Duitse zeelui gedood en raakten 16 gewond. Officieel werden zij de laatste slachtoffers van de oorlog. Tegelijk werden 1774 Duitse bemanningsleden de laatsten van de oorlog om krijgsgevangen te worden gemaakt. 

Van de gezonken slagkruiser Hindenburg (31.200 ton) staken de masten en schoorstenen nog boven water (links). Bij laagtij werden ook de kanonnen zichtbaar (rechts).

Achteraf vond het hoofd van de Britse marine het een goede zaak dat de Duitse schepen gezonken waren. De Britten zouden anders verplicht zijn geweest die machtige schepen te delen met andere Geallieerde landen en dat hadden ze liever niet…

Duitsland geeft toe

Op 22 juni werd dan toch een nieuwe Duitse regering gevormd, nu geleid door de sociaaldemocraat Gustav Bauer. Ook Erzberger maakte er deel van uit. Nog diezelfde dag stelde Bauer de Duitse Nationale Vergadering voor om het verdrag goed te keuren, in het besef dat de economische bepalingen eigenlijk niet uitvoerbaar waren.

Een ruime meerderheid van de afgevaardigden, vooral van links en het centrum, stemden voor het verdrag. Wel maakten ze voorbehoud voor onder meer de “schuldclausule”.

Diezelfde avond nog liet Clemenceau weten dat het voorbehoud onaanvaardbaar was. Duitsland moest het verdrag volledig en ondubbelzinnig aanvaarden. Tevergeefs vroeg de Duitse regering om een verruiming van de tijdslimiet, die ’s anderendaags in de avond zou aflopen. 

Rechts : de Franse krant Excelsior geeft het plan van de Geallieerde opmars in Duitsland, als het land niet zou tekenen. Rechts: maarschalk Foch stond klaar om de strijd tegen Duitsland te hervatten. (BnF Gallica)

De Geallieerde legers, nog altijd onder bevel van de Franse maarschalk Ferdinand Foch, maakten zich klaar om Duitsland verder binnen te rukken als de tijdslimiet verstreek. Maar te elfder ure besliste de Nationale Vergadering dan toch het verdrag in zijn geheel te aanvaarden.  

Minder dan een uur voor het fatale moment bereikte het Duitse antwoord de Geallieerde leiders. De opmars werd meteen afgeblazen, maar Clemenceau liet kanonnen in Parijs afvuren als teken van vreugde.

De Franse krant Le Matin meldt dat Duitsland "ja" heeft gezegd tegen de vredesvoorwaarden en  geeft meteen al foto's van de Spiegelzaal en van het tafeltje waarop het verdrag zal worden getekend.  (BnF Gallica)

Meteen werd de ondertekening van het verdrag vastgelegd op 28 juni. Het kostte de Duitse regering grote moeite om iemand te vinden die namens Duitsland zou tekenen. Uiteindelijk waren twee ministers daartoe bereid: de kersverse minister van Buitenlandse Zaken Hermann Müller (sociaaldemocraat) en zijn collega van Verkeer Johannes Bell (Centrum).

Toen de twee de Spiegelzaal betraden, waren ze lijkbleek. Ze bleven kalm tijdens de ceremonie, maar terug in het hotel zou Müller ineenstorten met het besef dat dit “het vreselijkste uur van mijn leven” was geweest. 

De Duitse ministers Müller (helemaal links) en Bell in een auto nadat ze het verdrag hebben getekend.

In de Geallieerde landen heerste echter oprechte vreugde. De kranten en de bevolking juichten de vrede toe, ook al was de vredesconferentie nog niet voorbij. Er moesten nog vredesregelingen worden getroffen met Duitslands bondgenoten. 

Fragment van een bekend schilderij van de Brit William Orpen over de ondertekening. De Duitse minister Bell tekent, met boven zijn schouder zijn collega Müller. Tegenover Bell zitten Wilson, Clemenceau en Lloyd George. Rechtsboven staande v.l.n.r. de Italiaanse premier Orlando (was in werkelijkheid afwezig, want vijf dagen daarvoor afgetreden!), de Belgische minister van Buitenlandse Zaken Hymans, de Zuid-Afrikaanse premier Botha en de Australische premier Hughes. Linksboven (onder meer) de Griekse premier Venizelos (helemaal links, met wit baardje) en de Joegoslavische premier Pašić (met lange baard).

Het vergeten verdrag

Het Verdrag van Versailles werd al snel het meest roemruchte verdrag van de eeuw. Minder bekend is dat eerder die dag een andere overeenkomst werd gesloten, die grote gevolgen had kunnen hebben.

Clemenceau, Lloyd George en Wilson zetten hun handtekening onder een pact, waarin het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten beloofden Frankrijk te hulp te schieten als het in de toekomst door Duitsland zou worden aangevallen. 

Clemenceau, Wilson en Lloyd George (helemaal rechts) verlaten het Kasteel van Versailles.

Voor Frankrijk was dit pact essentieel. Veel Fransen vreesden immers dat Duitsland vroeg of laat weer sterk genoeg zou zijn om revanche te nemen. Een van hen was maarschalk Foch, die letterlijk zei: “Dit is geen vrede. Dit is een bestand voor twintig jaar.” 

De Britse en Amerikaanse garanties aan Frankrijk moesten die vrees wegnemen. Maar omdat de Amerikaanse Senaat het pact niet zou goedkeuren (net zo min als het Verdrag van Versailles), zouden de Amerikaanse garanties meteen vervallen en ook de Britten wilden zich niet binden voor wat er op het Europees continent zou gebeuren. Met dat pact zou de geschiedenis wellicht anders zijn verlopen.