Vergeet je autovignet niet en informeer je als je wilt wildkamperen: wat je moet weten als je naar Oostenrijk trekt

Tussen andere voor de hand liggende vakantielanden als Frankrijk, Spanje, Italië of Turkije, is Alpenland Oostenrijk een beetje een buitenbeentje. Als geliefde bestemming houdt het uitstekend stand. Niet alleen ’s winters, ook in de zomermaanden. Wie houdt van stevige bergtochten, ongerepte natuur en een ontspannen sfeer, komt in het Alpenland volop aan zijn trekken. Maar ook de steden, Wenen en Salzburg op kop, kunnen bezoekers bekoren. Wij bundelen een aantal praktische tips en handige weetjes voor wie deze zomer vakantie viert in Oostenrijk.

Wie met de auto naar Oostenrijk rijdt, heeft een wegenvignet nodig. Dat Autobahn-vignet is verplicht op de snelwegen (A-wegen) en autowegen (S-wegen). Breng de klever goed zichtbaar aan aan de binnenkant van de voorruit. Is hij niet op de juiste manier aangebracht, dan riskeer je een boete van 120 euro.

Er zijn 3 soorten vignetten: voor 10 dagen (9 euro), twee maanden (26,20 euro) en 1 jaar (85,30 euro). Het is handig om al vóór je vertrek een vignet te kopen. Dat kan bijvoorbeeld op de website van de VAB. Maar ook aan de Oostenrijkse grens kun je een vignet kopen, en in een aantal benzinestations langs de autosnelweg op weg naar Oostenrijk.

Sinds vorig jaar is het ook mogelijk om een digitaal vignet te kopen. Dat kan via de website van de Oostenrijkse snelwegbeheerder Asfinag. Een sticker kleven is dan niet meer nodig. De controle gebeurt via nummerplaatherkenning. Let wel op: het digitale vignet is pas 18 dagen na aankoop geldig.

Voor kinderen tot 14 jaar of kleiner dan 1,50 meter moet een speciaal kinderzitje geïnstalleerd zijn. De maximumsnelheid bedraagt 50 kilometer per uur in de bebouwde kom, 100 kilometer daarbuiten en 130 kilometer op de autosnelweg.

De trein zou een handig alternatief voor de auto kunnen zijn, maar voorlopig legt de NMBS enkel ’s winters speciale treinen in naar Oostenrijk (en andere wintersportlanden).

Echte zonnekloppers zullen andere vakantiebestemmingen verkiezen, maar ook de Oostenrijkse zomer kan mild en zonnig zijn. Het weer verschilt naargelang de regio … en de hoogte waarop u zich bevindt!

Het oosten heeft een landklimaat, met hete zomers en koude winters. In het Alpengebied is de zomer kort en fris, de winter lang en sneeuwrijk. In Karinthië en Stiermarken is de temperatuur ’s zomers meestal erg aangenaam.

Houd bij bergtochten de weersvoorspellingen nauwlettend in de gaten. In het hooggebergte kan het weer snel omslaan. Neem in elk geval altijd genoeg proviand en warme kleren mee. Sla adviezen van de plaatselijke bewoners niet in de wind: zij kennen de bergen door en door – wat van toeristen uit de Lage Landen niet kan worden gezegd! 

Wie Oostenrijk zegt, zegt bergen. Minder dan een derde van de totale oppervlakte ligt lager dan 500 meter. Driekwart van het land maakt deel uit van de Alpen. Een groot deel van dat gebied is onbewoonbaar.

De hoogste berg van Oostenrijk is de Grossglockner (3.797 meter), op de grens tussen Tirol en Karinthië. De Wildspitz (3.768 meter) en de Weisskugel (3.739 meter) moeten in hoogte nauwelijks voor die bergtop onderdoen. 

Oostenrijk heeft geen kustlijn, maar ter compensatie telt het land wel ongeveer 90 meren, gelegen in de dalen maar ook hoog in de bergen.

Al die natuurpracht is een kolfje naar de hand van de wandelaar. Aan wildkamperen waagt die zich beter niet. Op de meeste plaatsen is het verboden, maar hier en daar mag het wel. De regels zijn absoluut niet eenduidig, maar als je het van plan bent, check je beter vooraf bij de Alpenverein, de grootste alpinistenvereniging in Oostenrijk.  

Niet alleen de Oostenrijkse Alpen lokken toeristen. Ook de hoofdstad Wenen is in trek. Vorig jaar prijkte Wenen voor het eerst bovenaan de ranglijst van meest leefbare steden ter wereld. Het was de eerste keer dat een Europese stad de toppositie mocht innemen. Voordien ging de Australische stad Melbourne zeven jaar lang met de eer lopen.

Wenen, ooit de bruisende hoofdstad van de Donaumonarchie, staat ook bekend als de hoofdstad van de klassieke muziek. Mozart, Beethoven en Haydn beleefden hier hun beste jaren. Ook Schubert, Brahms en Strauss componeerden in Wenen hun mooiste muziek.

Wenen is verdeeld in 23 districten of Bezirke, die zowel een naam als een nummer dragen. Alle straatnaambordjes tonen ook het nummer van het stadsdistrict.

Wil je Wenen extra voordelig bezoeken, dan kun je een Wien-Card kopen. Met die kaart geniet je, afhankelijk van de formule, gedurende 48 of 72 uur van gratis openbaar vervoer en korting in zowat alle musea en bezienswaardigheden. Verblijf je langer in de stad, dan is een Vienna Pass wellicht nog geschikter. Met deze all-in sightseeingkaart heb je toegang tot meer dan 60 musea en bezienswaardigheden. Bovendien hoef je met een Vienna Pass meestal niet aan te schuiven.

De Oostenrijkse keuken is weliswaar lang niet zo gerenommeerd als de Franse, maar telt toch nogal wat specialiteiten die wereldberoemd zijn geworden. Misschien wel het bekendste gerecht is de wienerschnitzel, die overigens ook in vegetarische versie verkrijgbaar is.

Het Oostenrijkse dessert bij uitstek moet wel Apfelstrudel zijn, al is een bezoek aan Wenen niet compleet zonder Sachertorte, de beroemde chocoladetaart. De originele eet je bij Sacher, maar je vindt de Weense klassieker ook in de andere traditionele koffiehuizen die de stad rijk is, met klinkende namen als Hawelka of Landtmann. 

Last but not least vermelden we natuurlijk schnaps, sterke likeurtjes gemaakt van fruit en kruiden. Duizenden privéstokerijen maken deze drank.

De officiële en eerste taal in Oostenrijk is het Duits, maar dat klinkt in Oostenrijk toch enigszins anders dan in buurland Duitsland. Oostenrijkers heten een stuk ‘gemütlicher’ te zijn dan hun buren in het westen, en dat blijkt ook uit de taal. Terwijl Duitsers lang de beleefdheidsvorm (‘Sie’) gebruiken, schakelen Oostenrijkers, vooral die uit de bergen, sneller over op het informele ‘du’.

Oostenrijkers -alweer: vooral in de bergen- groeten meestal niet met ‘Guten Tag’. Veel gebruikelijker is ‘Grüss Gott’. Ook ‘Servus’ (Latijn voor ‘slaaf’, en dus zoveel als ‘tot uw dienst’) wordt vaak ter begroeting gezegd. Ook afscheid nemen klinkt anders dan in Duitsland. Hier meestal geen ‘Tschüss’, maar vooral ‘Wiederschauen’. 

In Oostenrijk eet je geen ‘Kartoffelsalat’ maar ‘Erdäpfelsalat’. En een meisje is geen Mädchen maar een Dirndl. Zoals in het Beiers, inderdaad, waaraan het Oostenrijks verwant is. 

Bezoek je deze zomer Oostenrijk, weet dan dat er in Wenen een voorlopige regering aan het roer staat. De bestuursploeg bestaat uit technocraten. Geen politici, maar onder meer bestuurders en professoren. Brigitte Bierlein, de voormalige voorzitter van het Grondwettelijk Hof, is premier. Ze is de eerste vrouw aan het hoofd van een Oostenrijkse regering. 

De technocratenregering zal Oostenrijk leiden tot september, wanneer er vervroegde verkiezingen worden gehouden. De vorige Oostenrijkse regering, een coalitie van de conservatieve ÖVP en de rechts-radicale FPÖ, was in de problemen gekomen door een omkoopschandaal bij de FPÖ.