Proximus telde bezoekers Ronde van Vlaanderen via simkaarten: 40.000 mensen stonden renners aan eindmeet op te wachten

Telecomoperator Proximus heeft tijdens de Ronde van Vlaanderen in de Vlaamse Ardennen onderzocht hoeveel bezoekers er waren. Dat deed hij door in "real time" bij te houden hoeveel simkaarten er aanwezig waren in Oudenaarde, Geraardsbergen, Ronse en Kluisbergen.

De telecomoperator kon aan de hand van de aanwezige simkaarten onderzoeken hoeveel mensen er aanwezig waren op het parcours van de Ronde van Vlaanderen (RVV). Die gegevens deelden ze met het crisiscentrum daar, om in "real time" de bezoekersstromen in de gaten te kunnen houden. Volgens Proximus werd de privacy van de bezoekers nooit geschonden: "De gegevens zijn anoniem en de samenwerking gaat uit van heel strenge regels", klinkt het in een mededeling.

Aankomst lokt veel mensen

De meeste mensen trokken naar de eindmeet in Oudenaarde. Op het moment van de aankomst stonden er zo'n 40.000 mensen de wielrenners op te wachten. Ook aan de Oude Kwaremont en de Patersberg in Kluisbergen stonden er zoveel mensen. De Muur van Geraardsbergen lokte bij het piekmoment zo'n 10.000 personen, en ook in Ronse stonden 10.000 bezoekers klaar aan de Kanarieberg en de Oudestraat.

Diverse bezoekers

Een groot deel van de bezoekers kwamen natuurlijk uit de gemeenten die op het parcours liggen. Maar zo'n 65.000 mensen kwamen uit de rest van België. Ook buitenlanders zakten af naar de Vlaamse Ardennen, ze waren met 11.000. Een deel kwam uit de buurlanden, al liepen er ook veel Italianen en Roemenen rond.

Onderzoek handig voor toerisme

Naast het aspect van veiligheid is het onderzoek van Proximus ook handig om het toeristisch beleid in die gemeenten uit te stippelen. "Het is belangrijk om te weten van waar die mensen komen, zodat we doelgericht daarop kunnen inspelen", zegt burgemeester van Oudenaarde Marnic De Meulemeester.

Tijdens de recentste editie van de Ronde overnachtten 4.000 mensen in de regio. "Soms voor meerdere dagen. Daar kunnen we op inspelen door het taalbeleid in onze toeristische promoties aan te passen", besluit De Meulemeester.

Meest gelezen