Eet eens iets anders dan souvlaki en wenk niet met open handpalm: wat je moet weten als je naar Griekenland trekt 

Blauw en wit zijn de kleuren van de Griekse vlag. Het blauw van de zee en de stralende hemel, het wit van de schuimende golven en de witgekalkte huisjes. Het zonnige klimaat, gekoppeld aan een eeuwenoude geschiedenis en cultuur, maken van Griekenland al decennialang een geliefde vakantiebestemming. De crisis van de voorbije jaren -de economische, maar daarnaast ook de migratiecrisis- heeft daar weinig aan veranderd. Voor wie deze zomer richting Hellas trekt, bundelen wij enkele praktische tips en handige weetjes. 

In Griekenland schijnt de zon 250 dagen per jaar. Wie zonne-energie wil opdoen, is hier aan het juiste adres! De mooiste tijd om het land te bezoeken, is eigenlijk al achter de rug. Dat is de lente, wanneer alles in bloei staat en de temperatuur nog niet ál te hoog oploopt. Griekenland is het warmste land van Zuid-Europa, en 's zomers kan het er érg heet worden. Tot 40 graden, soms zelfs met uitschieters tot 45 graden. 

De droogte kan leiden tot bosbranden, zoals vorig jaar het geval was. Barbecueën in bossen is dus uitdrukkelijk verboden, net als wildkamperen overigens. Gooi ook sigarettenpeuken niet achteloos weg. Verwittig bij een beginnende bosbrand de toeristische politie (tel: 1571) en de brandweer. 

Griekenland is een schiereiland, omringd door eilanden. De zee is er dus nooit ver weg. Concreet: nergens in Griekenland ben je verder dan 150 kilometer verwijderd van de kust. Het land is ook erg bergachtig. De hoogste berg is de Olympos, volgens de mythologie het huis van de goden.

Griekenland telt iets minder inwoners dan België: zo'n 10 miljoen. Bijna de helft woont in de agglomeratie van de hoofdstad Athene. Anderhalf miljoen Grieken wonen op de eilanden.

De grootstad Athene heeft een decennialange ervaring met de strijd tegen luchtverontreiniging. Toch kan het er, zeker 's zomers, benauwend zijn.

Griekenland krijgt geregeld te maken met aardbevingen, maar de menselijke en materiële schade blijft meestal beperkt. 

De meeste toeristen reizen met het vliegtuig naar Griekenland. Wie het land volop wil verkennen, huurt ter plaatse een auto. Het is de meest aangewezen manier om bijvoorbeeld archeologische vindplaatsen of afgelegen dorpjes te bezoeken. Om een auto te kunnen huren, moet je minstens 21 jaar zijn en minstens een jaar in het bezit zijn van een rijbewijs.

Op de snelwegen moet je tol betalen. De maximumsnelheid is er 100 of 120 kilometer per uur. In de bebouwde kom is dat 50 kilometer per uur, daarbuiten 80 kilometer per uur. Wil je met je huurauto van het ene naar het andere eiland rijden, dan dien je een extra verzekering af te sluiten.

Op de eilanden is ook de scooter erg populair. Het is de gedroomde manier om de omgeving te verkennen. Maar wie het niet gewend is, rijdt beter extra voorzichtig op de vaak bergachtige wegen. Elk jaar zijn er ernstige scooterongelukken te betreuren, waarbij vaak buitenlandse toeristen betrokken zijn.

Hét vervoermiddel bij uitstek in Griekenland moet toch wel de veerboot zijn. Griekenland is een eilandenstaat, die ruw geschat zo'n 6.000 eilanden telt. Sommige zijn niet groter dan een rotsblok.

Nog geen 100 eilanden tellen meer dan 100 of 200 inwoners. Verreweg het grootste Griekse eiland is Kreta, op meer dan acht uur varen van Athene. Een van de bekendste is Santorini, beroemd om zijn spectaculaire zonsondergangen, meermaals uitgeroepen tot mooiste eiland ter wereld.

Wil je vanaf het vasteland naar de eilanden reizen, dan vertrek je het best vanuit Piraeus, de haven van Athene. Kos, Kreta, Lesbos, Rhodos, de eilandengroep Dodekanesos en de Cycladen liggen op enkele uren varen. Verbindingen zijn er ook vanaf de haven van Rafina, op zo'n 40 kilometer van Athene. Wil je de Ionische Eilanden bezoeken, zoals Corfu, dan moet je naar de havensteden Patras of Igoumenitsa. Daar vertrekken ook de ferry's richting Italië.

Genoeg aan een daguitstap? Het eiland Egina ligt maar zo'n 40 minuten varen van Athene. 

Veel toeristen doen aan "island hopping": van het ene eiland naar het andere. De haven van het eiland Paros is een geschikte uitvalsbasis voor de Cycladen.

Voor toeristen zijn de Griekse eilanden paradijselijk -zij het 's zomers soms erg druk. Toch zijn ze de laatste jaren vaker negatief in het nieuws gekomen. Voor de duizenden vluchtelingen die er soms al jaren verblijven in opvangkampen, lijken eilanden als Kos en Lesbos een openluchtgevangenis. Toeristen dienen zich bewust te zijn van die humanitaire crisis, die evenwel geen bijzonder veiligheidsrisico voor hen betekent.

Naast de vluchtelingencrisis is Griekenland de voorbije jaren ook getroffen door een economische crisis. Het land moest bij het IMF aankloppen voor noodleningen in ruil voor forse bezuinigingen. Sinds afgelopen zomer is het noodhulpprogramma afgelopen, maar dat betekent niet dat Griekenland er bovenop is.

Het land is het op drie na armste van de EU (na Bulgarije, Roemenië en Kroatië). Veel Grieken werken noodgedwongen deeltijds, het gemiddelde pensioen bedraagt nauwelijks meer dan 700 euro per maand.

Moussaka, souvlaki en tzatziki prijken op elke Griekse menukaart, maar als je liever wat gevarieerder eet, doe je er goed aan om de eethuizen langs de platgetreden strandboulevards uit de weg te gaan.

Om de fijne restaurantjes en sfeervolle taverna's te vinden, komt die huurwagen of scooter goed van pas! Even weg van de toeristische drukte zijn er mogelijkheden genoeg om de typisch mediterrane Griekse keuken te ontdekken. 

Ga wel niet te vroeg aan tafel, want net als andere Zuid-Europeanen eten de Grieken laat. De lunch wordt ten vroegste rond 14 uur genuttigd. Daarna beginnen de Grieken aan hun siësta en valt het openbare leven grotendeels stil. Voor het avondeten ga je beter niet voor 20 uur aan tafel. Liefst zelfs pas vanaf 21 uur, als je niet in een stil, leeg restaurant terecht wilt komen.

Heerlijk tijdens de Griekse zomer: frappé, ijskoffie die wordt opgediend in hoge glazen met een rietje. Naast ouzo zowat het nationale drankje van Griekenland.

Het Grieks wordt al meer dan 3.000 jaar gesproken. De Grieken gebruiken het alfabet van hun voorouders, maar Nieuwgrieks verschilt wel aanzienlijk van de taal van de antieken.

Geen nood trouwens. Grieken spreken heel goed Engels, en op alle toeristische plekken zijn menukaarten vertaald. Wegwijzers vermelden de plaatsnamen niet alleen in het Griekse, maar ook in ons (Latijnse) alfabet. 

Zoals zowat overal rond de Middellandse Zee praten ook de Grieken niet alleen met woorden. Ze hebben daarnaast een heel arsenaal gebaren ter beschikking. En die kunnen voor de toerist best verwarrend zijn.

Als een Griek "nee" ("ochi") bedoelt, dan schudt hij niet zijn hoofd, zoals wij. Hij beweegt dan zijn hoofd naar achteren, terwijl hij met de tong klikt.

Ook een Grieks "ja" kan een toerist in de war brengen. Dat gaat niet gepaard met een hoofdknik, maar juist met een zijwaartse beweging van het hoofd, die meer weg heeft van ons hoofdschudden bij "nee". Om de verwarring compleet te maken, zeggen Grieken "nè" als ze ja bedoelen.

Iemand wenken doen wij met de handpalm naar boven. Grieken doen dat met de handpalm naar beneden. Een open handpalm ervaren zij als beledigend. Helemààl beledigend is een hand met gestrekte vingers naar iemand uitsteken. Dat betekent zoveel als "jij idioot". Een gebaar dat in het temperamentvolle Griekse verkeer geregeld vanachter het autostuur wordt gemaakt. 

Net als in de rest van Europa zijn kerk en staat ook in Griekenland officieel gescheiden. Maar dat neemt niet weg dat de Grieks-orthodoxe kerk nog een grote invloed heeft in de Griekse samenleving. Zo goed als alle Grieken, tot 98 procent, zijn lid van de orthodoxe kerk.

Kerken en kloosters bezoeken, doe je niet in shorts of een topje. Zowel mannen als vrouwen worden geacht schouders en knieën te bedekken.

Vrouwen zijn niét toegelaten op de berg Athos, bezaaid met kloosters, op het noordoostelijke schiereiland Chalkidiki. Ook mannen raken er niet zomaar. Zij moeten ruim van tevoren een vergunning aanvragen, en blijk geven van een bijzondere religieuze of wetenschappelijke belangstelling voor de ‘heilige’ berg.

Misschien wel minstens zo levendig als het geloof is het Griekse bijgeloof. Net zoals bij hun buren, de Turken, door wie ze lang werden overheerst, zie je in Griekenland volop blauwe hangertjes met daarop een geschilderd oog. Het zijn amuletten die het "boze oog" ("to mati") op afstand moeten houden. Dat ook veel deur- en raamkozijnen diepblauw zijn geschilderd, is geen toeval: de kleur moet het kwade afweren.