Antwerpen plaatst de regenboogpin op gelijke hoogte met een religieus kledingstuk en dat is geen onschuldige vergissing 

Medewerkers van de stad Antwerpen die in contact komen met burgers mogen tijdens een nieuwe hoffelijkheids­campagne de regenboogpin niet opspelden, zo raakte begin deze week bekend. De stad wil dat haar medewerkers neutraal zijn, klinkt het. Maar door zich te beroepen op het neutraliteitsbeginsel neemt de stad Antwerpen het standpunt over dat het LGBTQ+-verhaal (van holebi's en transgenders) een ideologische kwestie is, schrijft Jonathan Lambaerts.

opinie
Jonathan Lambaerts
Jonathan Lambaerts studeerde sociaal werk, wijsbegeerte en godsdienstwetenschappen. Hij werkt op de Thomas More-hogeschool, waar hij onder meer filosofie doceert.

Deze week bewoog er weer wat in het diversiteitsdebat. De stad Antwerpen heeft besloten dat al haar personeelsleden die in contact komen met derden, niet langer een regenboogpin mogen dragen. De reden is simpel. De stad wil zo haar neutraliteit als overheid bewaken en lijkt op deze manier navolging te geven aan de oproep van haar burgervader, Bart De Wever (N-VA), om de principes van de Verlichting als politiek leidmotief te nemen. Het neutraliteitsprincipe stelt dat een overheid en in het bijzonder haar ambtenarij geen uiting mag geven aan ideologische, (partij)politieke, religieuze of levensbeschouwelijke overtuigingen. Om die reden moet volgens het Antwerpse stadsbestuur nu ook de regenboogpin worden opgeborgen.

(lees verder onder de foto)

Toch is deze beleidsbeslissing allesbehalve vanzelfsprekend te noemen. Zij mag in overeenstemming lijken met het neutraliteitsbeginsel van een moderne rechtsstaat, maar schijn bedriegt. De redenering die de stad Antwerpen maakt om het verbod van de regenboogpin te rechtvaardigen, getuigt niet van de geest van de Verlichting of van de politieke principes die zij voortbracht. Integendeel, de stad schrijft zich met deze redenering in op een andere en minder verheven logica.

Het neutraliteitsbeginsel vraagt inderdaad van een overheidsapparaat en zijn ambtenarij om zich onpartijdig op te stellen met betrekking tot ideologische, (partij)politieke, religieuze of levensbeschouwelijke overtuigingen. Deze vraag wettigt een eventueel verbod op het dragen van kentekens die zo een overtuiging uitdrukken. Door het dragen van een kruisje of een hoofddoek, maar evenzeer een badge met hamer en sikkel op te verbieden, probeert een overheid dan haar neutraliteit te bewaren. Opvallend (en verontrustend) is dat de stad Antwerpen nu ook een verbod op regenboogpinnen nodig acht om die neutraliteit te waarborgen. Hiermee plaatst zij de regenboogpin op gelijke hoogte met een religieus kledingstuk of een rekwisiet van een politieke partij. Dit is geen onschuldige vergissing.

De stad Antwerpen neemt het standpunt over dat het LGBTQ+-verhaal een ideologische kwestie is

De Antwerpse beleidsmakers sluiten zich zo aan bij een denkbeeld dat tot nog toe enkel terug te vinden was in uiterst rechts-conservatieve hoek of religieus-fundamentalistische kringen. Zij zetten het verhaal van de LGBTQ+-gemeenschap neer als een ideologisch verhaal. Recente documenten uit christelijke middens die de zogenoemde genderideologie laken alsook de uitlatingen van het rechts-conservatieve boegbeeld Dries Van Langenhove zijn hier een illustratie van. Door zich te beroepen op het neutraliteitsbeginsel om het dragen van een regenboogpin te verbieden, neemt de stad Antwerpen (wellicht onbewust en dus onbedoeld) het standpunt over dat het LGBTQ+-verhaal een ideologische kwestie is.

De stap van deze opvatting naar andere, meer pijnlijke stellinginnames rond homoseksualiteit en andere vormen van seksualiteitsbeleving die afwijken van de heteronormativiteit, is klein. Het probleem met het verhaal van de LGBTQ+-gemeenschap als ideologisch te kaderen is dat de seksualiteits­beleving als een louter cultureel gegeven wordt neergezet. Aan een cultuur kan vorm worden gegeven, en als seksualiteitsbeleving een cultuurproduct is, dan kunnen, afhankelijk van welke ideologische blauwdruk wordt gevolgd, bepaalde seksuele oriëntaties en gedragingen bevorderd of net voorkomen worden. Zo wordt seksualiteit de inzet van een politieke strijd en wordt de vraag naar de wenselijkheid van niet-heteroseksuele vormen van seksualiteitsbeleving in onze samenleving weer politiek legitiem. Niet alleen is dit een stap terug in de tijd, maar het schendt ook het neutraliteitsbeginsel dat de stad Antwerpen zo graag wou eerbiedigen.

De stad laat toe dat een mensenrecht, namelijk de vrije beleving van de eigen seksualiteit, tot een particulier belang van een minderheidsgroep wordt herleid

Door mee te lopen in de framing van de LGBTQ+-gemeenschap als een ideologische beweging geeft de stad te veel politiek gewicht aan bepaalde religieuze en rechts-conservatieve strekkingen in onze maatschappij. Het lijkt alsof zij het neutraliteitsbeginsel bestendigt, maar in feite laat de stad toe dat deze neutraliteit ideologisch wordt gekleurd. Zij laat immers toe dat een mensenrecht waar iedereen aanspraak op kan maken, met name een vrije beleving van de eigen seksualiteit, tot een particulier belang van een minderheidsgroep wordt herleid. De stad Antwerpen laat zo toe dat een fundamenteel mensenrecht wordt gekaapt en dat er getornd wordt aan de beginselen van onze rechtsstaat.

Het LGBTQ+-verhaal is geen ideologisch verhaal, maar wel een van mensenrechten. De LGBTQ+-gemeenschap en haar pressiegroepen ijveren niet voor een "homoseksuele tegencultuur", maar voeren een sociale strijd die gericht is op het verwerven van gelijke rechten en het bestrijden van iedere vorm van discriminatie. Dit maakt van hen een natuurlijke bondgenoot van de stad Antwerpen in concreto en van de overheid in het algemeen in het streven naar een meer inclusieve samenleving. De "LGBTQ+"-gemeenschap vraagt geen bevoorrechte positie. Zij vraagt enkel dat de overheid erop toeziet dat zij van dezelfde rechten kunnen genieten als alle andere burgers in dit land. Een vraag die volledig in overeenstemming is met de politieke filosofie van de Verlichting, die stelt dat de overheid ervoor moet zorgen dat iedereen de kans heeft om zijn leven te leiden zoals hij dat wil.

Regenboogpin is geen ideologisch symbool, maar wel een symbool van sociale strijd

De regenboogpin is dan ook geen ideologisch symbool, maar een symbool van een sociale strijd. Net zomin is het dragen ervan een inbreuk op het neutraliteitsbeginsel. Het is juist een kleurrijke herinnering daaraan. Elke overheid die het ernstig meent met de mensenrechten en de grondbeginselen van de rechtsstaat zou dan ook trots moeten zijn op haar personeelsleden die bereid zijn om dit symbool op te pinnen.

VRT NWS wil op vrtnws.be een bijdrage leveren aan het maatschappelijk debat over actuele thema’s. Omdat we het belangrijk vinden om verschillende stemmen en meningen te horen publiceren we regelmatig opinieteksten. Elke auteur schrijft in eigen naam of in die van zijn vereniging. Zij zijn verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst. Wilt u graag zelf een opiniestuk publiceren, contacteer dan VRT NWS via moderator@vrt.be.