Brusselaars met buitenlandse roots vinden moeilijker werk, zelfs met gelijk diploma

Brusselaars met niet-Europese roots raken veel moeilijker aan de bak dan Brusselaars van Belgische origine. Zelfs bij gelijke diploma's hebben Brusselaars van niet-Europese afkomst het moeilijker om een job te vinden. Dat blijkt uit een studie van view.brussels, het Brussels observatorium voor werk en opleiding.

In Brussel ligt het aandeel mensen van buitenlandse origine in de beroepsbevolking ligt merkelijk hoger dan in de andere steden van ons land. In de hoofdstad is driekwart van de mensen tussen 18 en 64 jaar van buitenlandse origine (zijzelf of minstens één van hun ouders hebben een buitenlandse nationaliteit). In Antwerpen, Luik en Charleroi is dat ongeveer de helft, in Gent zowat één op de drie.

De nieuwe studie (pdf) - gebaseerd op cijfers van de jaren 2013 tot 2016 - toont aan dat Brusselaars met roots buiten Europa oververtegenwoordigd zijn in de werkloosheidscijfers. De werkloosheidsgraad van Brusselaars met Maghrebijnse of Afrikaanse roots is drie tot vier keer hoger dan bij Brusselaars van Belgische origine.

Slechte doorstroming

Wat opvalt in de studie is dat bij gelijk opleidingsniveau de doorstroomcijfers naar werk minder hoog zijn dan bij de Brusselaars met Belgische roots. De niet-erkenning van buitenlandse diploma's is ook een probleem. Bij Afrikaanse jongeren met een buitenlands diploma doet meer dan een op de drie er langer dan twee jaar over om een duurzame job te vinden (die langer dan drie maanden duurt).

Vrouwen met afkomst buiten de Europese Unie zijn de meest kwetsbare groep. De ondertewerkstelling is het sterkst bij jonge vrouwen van Maghrebijnse en Turkse afkomst. Nochtans zijn ze gemiddeld hoger opgeleid dan hun mannelijke tegenhangers. Zij hebben af te rekenen met specifieke obstakels in hun zoektocht naar werk, zoals vooroordelen of problemen met het dragen van een hoofddoek. Afrikaanse vrouwen staan dan weer vaker aan het hoofd van een eenoudergezin, wat hun kansen op een job doet verminderen.

Structurele discriminatie

"We hebben nu wetenschappelijk bewijs dat discriminatie bestaat en dat ze structureel is", zegt Grégor Chapelle, topman van de gewestelijke dienst voor arbeidsbemiddeling Actiris.

De studie bevat een aantal aanbevelingsvoorstellen. Zo zouden de Brusselse overheidsdiensten - van gewesten en gemeenten - diversiteitsplannen met dwingende cijferdoelstellingen (met sancties dus) moeten uitwerken. Voor bedrijven zouden diversiteitsplannen een voorwaarde moeten worden voor het krijgen van aanwervingssteun.

Afscheidnemend minister Didier Gosuin (DéFI) merkt op dat bedrijven wat voluntaristischer mogen zijn voor wat het aanwerven van mensen met buitenlandse roots betreft. "Lokaal aanwerven is nochtans een goede zaak voor de economie", zegt Gosuin.

Beluister hier een gesprek met Jan de Brabanter van het Verbond van Ondernemingen in Brussel in "De wereld vandaag" op Radio 1:

Meest gelezen