Oud-premier Vanden Boeynants kijkt geamuseerd toe nadat Merckx net zijn laatste gele trui van de Tour 69 heeft aangetrokken.

Waarom blijft Merckx na vijftig jaar nog altijd tot de verbeelding spreken?

De Grand Départ van de Tour de France in Brussel dit weekend is een eerbetoon aan vijfvoudig winnaar Eddy Merckx. Zijn eerste Touroverwinning is dit jaar exact 50 jaar geleden. Na al die jaren, Merckx reed zijn laatste koers op 19 maart 1978 in Kemzeke in het Waasland, blijft de media-aandacht voor de Kannibaal enorm groot. Ook is hij in het buitenland nog altijd de bekendste nog levende Belg. En zijn absolute topseizoen 1969 heeft daar bijna alles mee te maken, schrijft Johny Vansevenant, auteur van het pas verschenen boek "1969 – Het jaar van Eddy Merckx". 

De eerste legendarische Touroverwinning van Eddy Merckx is dit jaar dus 50 jaar oud. Een overwinning die hij met net geen 18 minuten voorsprong op zijn tegenstanders had behaald. Er zouden nog vier zeges volgen.

Morgen wordt Merckx met zijn familie en zijn ploegmaats daarom ontvangen door koning Filip op het kasteel in Laken. Vijftig jaar geleden waren ze ook daar te gast, na de Tourzege van 69, toen nog bij koning Boudewijn. 

Eddy Merckx en zijn vrouw Claudine bij koning Boudewijn en koningin Fabiola

De machtsoverdracht

In 1969 wint Merckx 42 wedstrijden op de weg. In het voorseizoen fietst hij een nooit geziene zegereeks bijeen: Parijs-Nice, Milaan-Sanremo, de Ronde van Vlaanderen en Luik-Bastenaken-Luik. Ook de manier waarop hij wint, maakt indruk. Het begint al in Parijs-Nice. Tijdens de slottijdrit op de Col d’Èze haalt hij dé Monsieur Chrono, Jacques Anquetil, in. Die is in de jaren vijftig en zestig de absolute tijdritspecialist en had dan al vijf keer de Tour gewonnen, een topprestatie die Merckx als eerste na hem heeft overgedaan. Anquetil is in de tijdrit anderhalve minuut voor Merckx vertrokken. De Franse toprenner zegt aan de aankomst ontgoocheld: “Het was gedurende enkele ogenblikken alsof ik rechtstreeks in het hart geraakt was. Mijn generatie heeft afgedaan.”

Geweldenaar op de fiets Merckx rijdt met pijn in het hart zijn idool Anquetil voorbij

Daar op de flanken van de Col d’Èze vindt feitelijk de machtsoverdracht plaats. Geweldenaar op de fiets Merckx rijdt wel met pijn in het hart zijn idool Anquetil voorbij en durft hem niet in de ogen te kijken: “Ja, dat deed pijn. Ik had dat nooit willen doen, Anquetil inhalen in de tijdrit. Maar ik was verplicht van door te rijden, want in het klassement stond ik niet veel voor op Raymond Poulidor. Ik moest voluit gaan. Ik wist niet hoeveel ik voor was. Ik had geen oorkes of niks. In die periode wist ge uw tijd pas als ge over de meet kwam.’

Berekende risico’s

Merckx wint daarna zijn derde Milaan-Sanremo op vier deelnames. Aan de aankomst op de Via Roma, roept hij trots: “Dat is de schoonste van de drie. De eerste keer met voorsprong hè.” Tegen het einde van zijn carrière houdt hij het op zeven overwinningen op tien deelnames. Voor hem was de lenteklassieker dus geen loterij, in tegenstelling tot wat Jacques Anquetil ooit had beweerd. “Ge kunt geen zeven keer de lotto winnen op maar tien deelnames. Het is ook precies alsof ge naar een examen gaat. Als ge op tien keer zeven keer wint, dan hebt ge een goed examen afgelegd, hè.”

Net voor de top van de Poggio gooit Merckx zich naar beneden. Faema-ploegmanager Vincenzo Giacotto vertelde zus Micheline Merckx dat hij tijdens die afdaling niet naar zijn kopman durfde te kijken, bang als hij was dat die door keitjes op de weg de bocht zou uit vliegen. Merckx ging tot tegen het randje, tot op de millimeter. Het leek alsof hij niet besefte welke risico’s hij nam, want hij was zo in de mood om te winnen. Merckx relativeert: “Het waren berekende risico’s hè. Niet dat ge u onveilig voelde. Ik kon goed naar beneden rijden omdat ik me nog fris voelde na zo’n lange klassieker.”

Zijde naa zot?

De winst in Milaan-Sanremo met 12 seconden voorsprong is maar klein bier in vergelijking met wat hij in de Ronde van Vlaanderen 1969 presteert. Op 70 kilometer van de aankomst springt hij weg uit een kopgroep die hij gevormd heeft na een valpartij in het peloton in Torhout en dat op 170 kilometer van de meet. Na een wedstrijd in regen en wind komt Merckx aan de aankomststreep in Gentbrugge met maar liefst 5’36” voorsprong op zijn rivaal Felice Gimondi. De achtervolgende groep verliest meer dan 8 minuten met daarin grote namen zoals Marino Basso, Franco Bitossi, Michele Dancelli, Barry Hoban en Frans Verbeeck.

Merckx’ nieuwe, grootsprakerige sportbestuurder Lomme Driessens kent de kracht van zijn kopman nog niet. Luid claxonnerend rijdt hij naar de ontsnapte Merckx en roept hem toe: “Wat zijde naa aan het doen? Zijde naa zot?” Merckx zei ons: “Ik heb hem naar de kloten gestuurd! Aan de Muur van Geraardsbergen waren enkele medevluchters gelost. Er waren er ook heel veel die niet meer op kop reden, die zich aan het sparen waren. En achteraf was het nog juust de Varent en dan was het gedaan met de hindernissen. Dan geraakte ik niet meer weg. Ik zei tegen mezelf: als ik nu niet wegrij en altijd op kop blijf rijden, dan win ik niet hè. En het peloton dreigde terug te komen. Ik wist wat ik deed. Van Ninove tot Nederbrakel had ik wind op kop, dat is lang alleen. Maar het was de enigste manier. Ik was wel zeker dat ik zou volhouden. Na de Varent stond de wind meer van opzij. Ik hield vol omdat ik sterker was als d’anderen.”

Opvallend: op de archiefbeelden zien we op een meter of twintig van de aankomst dat Merckx plots achter zich kijkt richting de Faema-auto met Driessens achter het stuur. Hij kijkt hem recht in het gezicht met als boodschap “wat ga je nu vertellen?”. Of Merckx dan geen last had van de kou, de regen en de wind? “Ik kon goed tegen slecht weer. Ik kon goed tegen goed weer. Als ge jong zijt, kunde tegen alles. Als ge oud zijt, kunde tegen niets meer. (lacht)”

Het zal geen zwans zijn!

Merckx rijdt soms ook puur op revanche. Eerstejaarsprof en enfant terrible Roger De Vlaeminck is zijn grootste uitdager. Voor hem telt een overwinning op Merckx voor drie op een andere renner. In de Waalse Pijl gaat De Vlaeminck Merckx iedere keer halen en als hij het gat dicht gereden heeft, weigert hij mee te werken. Uiteindelijk wint Jos Huysmans. Merckx is zo kwaad dat hij aan zijn manager Jean Van Buggenhout zegt: “Jean, ze gaan in Luik-Bastenaken-Luik verschieten. Ik zal ze allemaal eens tonen wat koersen is. Het zal geen zwans zijn.”

Het is geen zwans geworden. Op 100 kilometer van de meet gaat hij in de aanval. Hij raakt weg met zijn ploegmaat Vic Van Schil. Ze komen met 8’05” voorsprong aan op de piste van Rocourt. De Brit Barry Hoban wint voor Eric Leman de sprint voor de derde plaats. Vooroorlogse tijdsverschillen! En dan moest Merckx zich nog inhouden om zijn Faema-teamgenoot Van Schil er niet af te rijden. De menselijke kant van de kampioen komt dan naar boven. Hij zegt: “Kom Vic, bijt op de tanden, jong, ge hebt heel de dag al zo fantastisch gewerkt dat ge nu ook in schoonheid moet eindigen. Eet en drinkt wat en als het te rap gaat, dan roept ge maar.”

Op een kilometer van de meet vraagt Eddy aan Vic: “Wie wint er?” Van Schil antwoordt: “Eddy jongen, wat een stomme vraag is dat nu? Als ge valt en ge breekt uw been, ik zal u nog over de aankomst dragen.” Op de piste van Rocourt komt Merckx net voor Vic over de streep. Ze steken gelijktijdig hun rechterarm omhoog. Daarna pakken ze mekaar vast. Zo rijden ze een tiental meter over de piste met de hoofden dicht bij elkaar. Merckx hield jarenlang zijn ploegmaats en ook na zijn carrière waren het fietsvrienden of werkten ze bij hem in zijn racefietsenfabriek. 

Ik koers niet meer!

De Ronde van Italië eindigt dan weer in mineur voor Merckx. Hij speelt twee weken lang met de tegenstanders. Hij wint vier ritten en staat na zijn tijdritzege in San Marino, 1’41” voor Felice Gimondi en 3’54” op Italo Zilioli. De zege lijkt binnen handbereik. Na de rustdag in Cesenatico is er een vlakke rit naar Savona waarin Merckx 36ste eindigt. Als rozetruidrager legt hij voor de negende keer een dopingcontrole af. 

Beelden van de snikkende Merckx gaan de wereld rond

Een half uur voor de volgende rit van start gaat, ligt Merckx met de koersbroek al aan nog wat op het hotelbed. Zijn manager Giacotto komt de kamer binnen en zegt dat hij niet meer mag starten. In Merckx’ urine van de dag voordien is Reactivan gevonden, een amfetamine. Merckx begint te huilen en ontkent dat hij iets genomen heeft. Beelden van de snikkende Merckx gaan de wereld rond.

“Wat wilt ge? De wereld zakte in mekaar. Ik dacht: het is gedaan. Ik koers niet meer!” Uiteindelijk komt hij op de beslissing terug. Hij krijgt 10.000 brieven van supporters die erop aandringen dat hij voortdoet. De Belgen scharen zich ook achter hem en gewagen van Italiaanse maffiastreken.

Een koffer met geld

Merckx wijst erop dat hij als rozetruidrager als enige wist dat hij gecontroleerd zou worden. Bovendien was hij in die Giro al acht keer negatief geweest. Het is eigenaardig dat hij de negende keer op doping betrapt wordt in een onbelangrijke rit. Ook hadden de controleurs ’s nachts het B-staal al onderzocht zonder dat hij daar iets van wist. Merckx vertelt dat Rudi Altig, een ploegmaat van de latere winnaar Gimondi, twee dagen voordien, bij hem was gekomen met een koffer met geld om de Giro te verkopen. Is het geld voor iets anders gebruikt is dan de vraag

Merckx weet het ook niet. Hij krijgt alvast een maand schorsing waardoor hij de Tour mag vergeten. Uiteindelijk geeft de FICP, de beroepsrennersvereniging van de Internationale Wielerunie hem het voordeel van de twijfel, zodat hij toch kan starten in de Tour. Daarna begint Merckx keihard te trainen achter de motorfiets van zijn verzorger Guillaume Michiels om klaar te zijn voor de Tour: “We deden tochten van 250 kilometer naar Marche-en-Famenne en terug. Ik wou weerwraak nemen. Dat had ik er wel voor over, hé.”

Een voorsmaakje van zijn superioriteit

Na zes dagen Tour neemt Merckx de gele trui voorgoed. Op de Ballon d’Alsace ontsnapt hij met Rudi Altig, Rini Wagtmans, Joaquim Galera en Roger De Vlaeminck. Tijdens de beklimming rijdt Merckx er iedereen af. Rudi Altig kan nog het langst stand houden. Merckx herinnert zich nog hoe hij de Duitser kwijtspeelde: “Ik rij op kop en Altig zegt: “Ow”. Ik peins in mijn eigen: Ow? Ik zal wachten, zeker? En ik zeg “oui”, ik zal nog een tandje bijsteken. Het was gebeurd. Zo ben ik weggereden."

Alle grote favorieten mogen de Tourzege al na een week vergeten

Merckx rijdt op de Ballon d’Alsace alle grote favorieten op meer dan 4 minuten. Roger Pingeon, Raymond Poulidor, Felice Gimondi en Jan Janssen mogen de Tourzege al na een week vergeten. Vlaamse kranten koppen enthousiast: EDDY MERCKX ZET DE TOURZEGE DE ZESDE DAG AL OP EEN KIER, OP BALLON D’ALSACE GEEFT ’S WERELDS BESTE RENNER EEN VOORSMAAKJE VAN ZIJN SUPERIORITEIT.

In de rit naar de Ballon d’Alsace kan de Duitser Rudi Altig als laatste bij Merckx blijven.

Willem Van Wijnendaele, krantenjournalist en zoon van de stichter van de Ronde van Vlaanderen Karel, laat zich goed gaan in zijn commentaar: "Fietsbeul Eddy Merckx heeft vandaag op het schavot van de Ballon d’Alsace al zijn Ronderivalen onthoofd. De rit is in onze ogen de roemrijkste dag geweest die we in de Ronde van Frankrijk sedert de Bevrijding hebben beleefd."

Daarna gaat Merckx de ene keer in de aanval met Roger Pingeon, de andere keer met Felice Gimondi. Zo duwt hij zijn tegenstanders alsmaar op een grotere afstand in het algemeen klassement. Voor de start van de koninginnenrit in de Pyreneeën naar Mourenx over de Tourmalet en de Aubisque heeft hij al 8 minuten voorsprong. In die etappe ontsnapt hij in de afdaling van de Tourmalet op 140 kilometer van de meet. Aan de aankomst in Mourenx heeft hij bijna 8 minuten voorsprong op de dichtstbijzijnde achtervolgers zoals Roger Pingeon, Raymond Poulidor, Michele Dancelli en Merckx’ superieure klimploegmaat Martin Van den Bossche die de selectie had doorgevoerd.

Wa ne zot zijde gij?

De gele trui al hebben met 8 minuten voorsprong en er in één rit nog eens 8 minuten bovenop doen, is ongezien. Door dat soort topprestaties praten we nu nog over Merckx. Hij wou duidelijk de puntjes op de i zetten na zijn uitsluiting in de Giro. Toch zegt Merckx nu dat hij als bij toeval is weggereden in de afdaling van de Tourmalet. Beneden had hij al bijna 2 minuten voorsprong. Zijn tegenstanders waren al zo murw gereden dat ze niet meer dichter geraakten. Op de top van Aubisque had Merckx al 7 minuten voorsprong. Het was dan nog meer dan 70 kilometer tot aan Mourenx.

De gele trui al hebben met 8 minuten voorsprong en er in één rit nog eens 8 minuten bovenop doen. Door dat soort topprestaties praten we nu nog over Merckx

“Ik kan u verzekeren dat op het laatste, met de hitte, het zwaar in de benen zat.” Uiteindelijk wint hij met 7’56” voorsprong. Als we hem vragen of hij er geen sprintje kon uitpersen om er 8 minuten van te maken, antwoordt hij lachend: “Is 7’56” niet genoeg misschien?” Wat denkt hij nu achteraf van die ontsnapping van 140 kilometer in de bergen met temperaturen tot 38 graden? “Wa ne zot zijde gij? Dom hè. Dat is risico nemen voor niks, want ik had de gele trui. Bijna 8 minuten nemen op je tegenstanders is natuurlijk goed. Een ontsnapping waarin Roger Pingeon meer dan zestien minuten zou nemen, was onmogelijk. Zonder tegenslag was ik zeker van de Tourzege.”

Merckx’ voorsprong is hier al opgelopen tot 6’30” in de legendarische Pyreneeënrit naar Mourenx.

Kippenvel en koude rillingen

De slottijdrit eindigt op de wielerbaan van Vincennes. Alle 25.000 plaatsen zijn uitverkocht. Het zijn vooral Belgen die met speciaal door de NMBS ingezette treinen naar Parijs zijn gekomen. Ze juichen de binnenstormende Merckx toe, die nog tijdens de tijdrit al naar het publiek zwaait. Hij is er nog altijd door ontroerd: “Dat was ongelofelijk, hè. Daar krijgde kippenvel van. Dan komt ge binnen in die velodroom van Vincennes, waar 25.000 man uw voornaam scandeert. (blaast) Dat is iets dat u pakt. Ge krijgt er koude rillingen van. Van alles gaat door u heen. De Giro van 69… Een moment van euforie dat ge eigenlijk niet kunt vergeten. De Tour van 69, ik heb het al dikwijls gezegd, dat is en blijft voor de mij de mooiste overwinning in mijn loopbaan. Die eerste Tour de France, dat is het hoogtepunt."

Hij heeft dan ook die 56ste Tour met een nooit geziene dominantie gewonnen. Het is van de tijd van Fausto Coppi geleden dat de tijdsverschillen in de eindstand zo groot waren. De tweede, Roger Pingeon, strandt op welgeteld 17’54”, Raymond Poulidor is derde op maar liefst 22’13”. De winnaar van de Ronde van Italië, Felice Gimondi, is vierde op 29’24”. Jan Janssen die het jaar voordien won, eindigt tiende op 52’56”, en Tourdebutant en toekomstig Rondewinnaar Lucien Van Impe is twaalfde op 56’17”. Merckx wint dan ook nog eens de groene trui van het puntenklassement, de witte van de combiné en daarbovenop het bergklassement en de strijdlust. Zijn Faema-ploeg, de enige die voltallig Vincennes bereikt, wint de gele petjes van het ploegenklassement.

Een unicum in de geschiedenis van de wielersport

Na Merckx’ overwinning in Mourenx met bijna 8 minuten voorsprong schrijft Tourbaas én journalist Jacques Goddet al het woord “Merckxissimo” boven zijn artikel, een samentrekking van Merckx en campionissimo, de ultieme kampioen. Goddet, die zijn 35ste Tour volgt, is lyrisch over de geletruidrager tijdens die formidabele Ronde van Frankrijk: “Ik meen dat Eddy Merckx een unicum zal blijken te zijn in de geschiedenis van de wielersport. Vijfendertig jaar heb ik de Ronde gezien en ik heb moeten wachten tot nu om een vrijwel ideale leider te ontmoeten."

Merckx domineert zijn generatie niet, hij staat er eenvoudigweg buiten

"Hoeveel generaties zullen er nog moeten aanrukken om een nieuwe Merckx te produceren? Het enige nadeel met een figuur zoals hij, is dat de anderen gedwongen worden tot een figurantenrol. Ik ben er dankbaar om dat ze bereid werden gevonden om hun rol met alle overgave te spelen. Roger Pingeon en Felice Gimondi komt alle eerbied toe die we aan hun talent verschuldigd zijn. Hoe hoog hun achterstand ook zal oplopen, nooit kunnen ze belachelijk gemaakt worden, precies omdat zij de eersten zijn in de wielergeschiedenis die stuiten op een fenomeen zoals de wielersport er nooit een gekend heeft. Merckx domineert zijn generatie niet, hij staat er eenvoudigweg buiten."

Tourhistorie

Ook radiojournalist Jan Wauters is euforisch tijdens zijn slotreportage vanuit Vincennes: ‘Daar wordt nu een laatste gele trui over het hoofd van Eddy Merckx getrokken. (Er stijgt gejuich op.) De langverwachte Belgische eindoverwinnaar van de Ronde van Frankrijk. Van de 56ste Ronde, de Ronde 69. Een nieuwe Ronde, een grote Ronde, een revolutionaire Ronde. Dat allemaal dankt deze Ronde aan Eddy Merckx. Ten minste vijf keer zal Eddy Merckx hier de ereronde moeten rijden, want hij komt uit deze wedstrijd ook als de strijdlustigste. En ook daaraan is een nieuwe ereronde verbonden. Eddy Merckx die alles wint, wil winnen. Eddy Merckx die geen vrede kan nemen met een tweede plaats."

"Wij hebben drie weken lang niets anders in de mond gehad dan deze naam, een naam die nu in de geschiedenis treedt. Eddy Merckx is meer dan een legende. Het is werkelijk Tourhistorie, Tourhistorie die hij in de voorbije drie weken heeft geschreven, zo meesterlijk dat wij in ons ganse leven dat niet zullen vergeten. Dames en heren, (er is gejuich te horen) dit is Vincennes met op het hoogste erepodium Eddy Merckx, de nieuwe laureaat van de Ronde van Frankrijk 1969. Vanuit Vincennes, een goede avond, terug naar de studio in Brussel."