Curieuze Collecties: het Clockarium in Schaarbeek herbergt een verrassende verzameling sierklokken

Misschien vertoeft u deze zomer niet in verre oorden, maar brengt u als "toerist in eigen land" de vakantiemaanden in België door. Bent u op zoek naar wat inspiratie voor een uitstap, maar wilt u de eeuwig weerkerende toeristische trekpleisters vermijden? Verlaat de platgetreden paden en ontdek met Lucas Vanclooster en Alexander Dumarey een van de tientallen kleine, verrassende musea die ons land rijk is. Vandaag: het Clockarium in Schaarbeek. Het strakke pand met art-deco-invloed aan de Reyerslaan is een verrassende locatie voor een museum van schouwgarnituurklokken. 

Conservator Jacques de Selliers van Clockarium in Schaarbeek is erin geslaagd om een heel uitgekiende opstelling te maken. Hij toont alles keurig en professioneel, soort bij soort, geen vloekende kleuren of stijlen. Dat deze soms excentrieke maar al met al bescheiden gebruiks- en siervoorwerpen ooit het pronkstuk waren van arbeidershuisjes en bourgeoiswoningen ontroert hem. Hij heeft geen voorkeursklok. Omdat ze gemaakt en gekozen werden vanuit het hart "vindt hij ze allemaal even mooi". Achter elke klok zit een sociaal en menselijk verhaal.  

De ingang van het Clockarium.

Dit zijn de mooiste voorwerpen ter wereld, wegens de fantastische creativiteit, de vele stijlen en het grote belang dat de eigenaars eraan hechtten  

Jacques de Selliers, eigenaar

De klokken staan werkelijk overal, ook langs en onder de trappen, drie etages hoog, en in de lichtput. Toch geeft het museum geen overladen, laat staan rommelige indruk. Het huis, ontworpen door architect Gustave Bossuyt in opdracht van een aannemer die zijn klanten met zijn eigen woning wilde overtuigen van zijn betrouwbaarheid, heeft een inkomhal met een fontein en een paar marmeren zitbanken. 

Met klokken gevulde rekken langs de trap.

De meubels zijn uit de jaren 30, of in de stijl van toen. Ongetwijfeld hebben hier ooit sowieso een paar sierklokken gestaan. Sinds 2000 is het een museum, de vitrine van een wilde verzamelwoede die in 1990 begon. Zo impulsief en gevoelsmatig als gewone mensen een klokgarnituur kochten, zo gedreven schuimde Jacques de Selliers na een toevallige vondst opeens rommelmarkten af. 

Een typische schouwklok.

Zoals het klokje thuis tikt, zo zwijgt het in het Clockarium

Alle klokken staan op 10 over 10, met de wijzers dus in glimlachpositie. En ze tikken niet, hoogstens op speciale aanvraag. De gewijde stilte in de heldere grote en kleine kamers draagt bij tot de door niets gestoorde ernst van de verzameling, tot de aanvaarding dat het hier gaat om een uitzonderlijke uiting van uniek en origineel, onverwacht vakmanschap. Meer dan 1.000 klokken staan tentoongesteld, 3.000 wachten in de garage.

Een deel van de collectie.

"Achter deze voorwerpen gaat een interessant stuk sociale geschiedenis schuil", vertelt Jacques de Selliers. Toen eind 19e eeuw duizenden mensen van het platteland naar de stad kwamen om er te werken, moesten ze de discipline van de tijd aanvaarden. Niet de zon, maar een toestel wees nu aan hoe laat het was, en niet "ongeveer", maar precies.

Er was dus een klok nodig in de woning, en wel op een cruciale plaats. De fabrieken van siervoorwerpen en garnituren in faience (geglazuurd aardewerk), marmer, hout en brons zagen het gat in de markt, en voegden aan hun louter decoratieve spullen iets nuttigs toe: een uurwerk. In de beginfase bestonden er van veel schoorsteenklokken nog versies zonder mechanisme. 

Klokvaste werkmensen en hoge heren

Omdat de klok belangrijk was, bleken arbeiders bereid om er het loon van een halve week werk aan te besteden. Die investering kwam centraal en goed zichtbaar op de schoorsteenmantel. Daarom is de achterkant altijd kaal uitgevoerd, niemand hoefde die te zien. De klok bestond uit drie elementen: een centraal groot stuk met de mechaniek geflankeerd door meestal twee identieke of harmonische zijdelen.

Zo stond meteen de hele schouw vol, en was de klok noch min noch meer hét prestigieuze object van het gezin. "De stedelijke arbeiders beïnvloedden vervolgens de boeren en achterblijvers in de dorpen, die ook zo'n mooie klok wilden", weet Jacques de Selliers, "de drie delen waren nog altijd goedkoper dan een zelfs banale wand- of hangklok of een staand meubel." 

Een schouwklok met een kat.

Werkmensen kochten een goedkoop ensemble in faience, rijkere mensen kozen voor een meer exclusief geheel in marmer. Zij vervingen hun klok ook sneller. Maar omdat mensen die voorwerpen zelfs als ze stuk waren nog mooi vonden, gooiden ze die niet weg. De klokken kwamen op zolder terecht, vanwaar ze vanaf de jaren 80 op rommelmarkten verzeilden en waar Jacques de Selliers ze van tussen de echte "brol" plukte. Erg duur zijn die antieke stukken niet; de prijzen variëren van 20 tot 100 euro, of meer voor grote speciale ontwerpen. 

Een deel van de collectie.

Typisch Belgisch

De wereldhoofdstad van de faienceklok was Warmuël vlakbij Bergen, in de Borinage. Alle grondstoffen en energiebronnen waren ter plaatse aanwezig, en het artistiek-technische onderwijs vormde de werkkrachten. Ook elders in België en in aan ons land grenzende regio's van Frankrijk, Nederland en Duitsland werden die klokken gemaakt. Tsjecho-Slowakije produceerde alleen voor de uitvoer naar ons, de Tsjecho-Slowaken hadden geen schoorsteen om klokken op te plaatsen, zij verwarmden met een kachel in het midden van de woonkamer. "Duitse keramische klokken hebben altijd een rond uurwerk achter een vlak glas, bij Franse exemplaren zijn allerlei vormen mogelijk, achter een bolle bedekking", toont Jacques de Selliers.   

Een schouwklok met vissen

Klokken die bepaalde mensen lelijk vinden, noemen anderen wondermooi. Het is schoonheid voor wie geen artistieke opvoeding kreeg, de klokken spreken tot het hart 

Jacques de Selliers

Het verhaal van de productie van faience en marmeren klokken is kort. De topperiode van de massaproductie zit in het interbellum. Na WO II sluit de ene na de andere fabriek. Het belang van de schoorsteen verminderde snel na de komst van de centrale verwarming en mensen leerden nu ook hoe laat het was op hun polshorloge.

Anoniem meesterschap

De meeste klokken zijn ontworpen, gemaakt en beschilderd door anonieme ambachtslui. Onafhankelijke ontwerpers stelden hun plan aan een fabriek voor, die er dan mee aan de slag ging. Naast de driedelige garnituren bestaan er ook uit één stuk. Misschien stond bij die klanten ook nog een stolp met een heiligenbeeld op de schouw of een ingekaderde familiefoto. De creatieve wildgroei is adembenemend, de vormentaal gaat alle richtingen uit, de gebakken kleuren zijn vaak erg kunstmatig.  

Een deel van de collectie.

Veel klokgarnituren zijn beschilderd met landschappen en abstracte motieven, waarin de inspiratie van Kandinsky, Paul Klee of futuristische meesters doorschemert. Soms gaat het om sculpturen met een klok in verwerkt. Er is er een in de vorm van de pakketboot Normandie. Of van andere vaartuigen, matrozen, vissers, net zo goed als paardenrennen, allerlei dieren (pauwen, papegaaien, zwaluwen, vissen, reeën...), motieven die naar Venetië, Egypte, de Alpen en andere plekken verwijzen. Vreemd genoeg heel weinig religieuze, reclame- of politieke taferelen. 

Een Kandinsky-achtige schouwklok.

Berghutten in Delfts blauw

Allerlei schakeringen van diepe en onnatuurlijke kleuren ontstonden door een driptechniek van gesmolten kleurstof, en die drupte soms ook op een andere klok in een afwijkende tint die er bij de productie onder stond. Er zijn semi-barokke ontwerpen, rococo, art nouveau en Delfts blauw. Nederlandse fabrikanten brachten uiteraard allerlei molens. Ook de craquelétechniek, schijnbaar gebarsten oppervlakken dus, waren populair, en bij de nevenstukken van de set heb je kelken, zuilen, zonnestralen, blokkendozen en kandelaars, van erg sober tot bourgeois. 

Barok aandoende schouwklokken.

En uiteraard zijn er al of niet ongewilde gekkigheden en folietjes, een klok in de vorm van een olifant, berghut of kruiwagen, en keukenmodellen die tegelijk een bruikbare opbergpot zijn. Het is een echte explosie van vindingrijkheid, humor, verbijsterende en flamboyante vormen, innemend nostalgisch, heel toegankelijk en in de onvolmaaktheid ook erg menselijk. Voor wie geïnteresseerd is in het ontstaansproces en de productie van al dat fraais staat er een didactische presentatietafel. Kijk hier om te weten hoe laat het is. 

De didactische presentatietafel.

Op de erfgoeddag 2013 ging "De Zevende Dag" op Eén op bezoek in het Clockarium. 

Video player inladen...