Curieuze Collecties: het Draaiorgelmuseum in Westerlo

Misschien vertoeft u deze zomer niet in verre oorden, maar brengt u als "toerist in eigen land" de vakantiemaanden in België door. Bent u op zoek naar wat inspiratie voor een uitstap, maar wilt u de eeuwig weerkerende toeristische trekpleisters vermijden? Verlaat de platgetreden paden en ontdek met Lucas Vanclooster en Alexander Dumarey een van de tientallen kleine, verrassende musea die ons land rijk is. Vandaag: het Draaiorgelmuseum in Voortkapel, Westerlo. 

Het Draaiorgelmuseum is het amusante resultaat van de uit de hand gelopen passie van Luc Peeters, die al 65 jaar met mechanische muziekinstrumenten bezig is. Achter zijn café en in zijn voormalige fietsen- en centrale verwarmingswerkplaats zit de ruimte stikvol historische orgels. De Decaps zijn de meest indrukwekkende. Belgisch vakmanschap van een erg origineel en volksverbonden soort. 

Het draaiorgelmuseum

Elk apparaat speelt nog trouwens. Peeters plakt zelf muziekboeken voor draai- en Decap-orgels, zelfs voor verzending naar Japan, en restaureert de reusachtige instrumenten. Op verzoek gaat hij waar dan ook aan het straatorgel draaien. En, de toekomst is verzekerd, tijdens ons bezoek krijgt hij assistentie van zijn bijna 12-jarige kleinzoon Stef, die de orgels aan- en uitschakelt.   

La Esterella en prins Laurent

Toen hij 15 was, begon Peeters muziekdozen te verzamelen en accordeon te spelen. Ooit knutselde hij zelf een orgel in elkaar.  Tientallen jaren later gidst hij bezoekers. Er komen soms illustere gasten, op foto's prijken La Esterella en prins Laurent. 

Een deel van de collectie.

In zijn lange leven was Luc Peeters getuige van de bloei en het verval van het orkestrion en het dancingorgel. De firma Decap bestaat nog wel. In Herentals maken de drie broers Decap nog computergestuurde accordeons, dus niet aangedreven via een boek, maar een disc. Eén exemplaar kost 12.500 euro. 

Video player inladen...

Oorverdovend

Het meest trots is Peeters op een orgel uit 1923 van het bedrijf Mortier, dat nog ouder is dan Decap. Dit soort orgels heeft meestal houten pijpen, in esdoorn. Peeters laat ze nog regelmatig door de ruimte schallen, ook om de gevreesde houtworm weg te houden. "Een ongebruikt orgel op een zolder of in een schuur wordt in een mum van tijd onherroepelijk aangetast", weet hij. Mortier produceerde de toestellen van in de 19e eeuw tot in 1952. Decap begon in 1902.  

Een Mortierorgel uit 1923

Een ander uniek exemplaar is het Decap-orgel dat 35 jaar in de roemruchte danszaal "De 14 Billekens" in Zandhoven heeft getoeterd. De eigenaar had 7 dochters ... (heb je 'm?) De kern van het kleurrijke lichtgevende apparaat is een half-elektronische Hammond. "Iedereen Beroemd" op Eén besteedde er vorig jaar aandacht aan. 

Video player inladen...

Het museum bezit heel wat rariteiten, onder meer een miniatuur kermiscarrousel met namaakorgeltje. Vroeger speelde in een draai- of paardenmolen inderdaad een mechanisch orgel. Dat waren meestal Franse Limonaire-orgels, van rond 1920. De meeste grote orgels zijn uitbundig versierd met allerlei figuren, vaak Laurel en Hardy. 

Een ouder Decap-orgel

"Come on baby, do the jukebox jive"

Het Draaiorgelmuseum heeft ook een collectie jukeboxen. Een van de zeldzaamste is een Ami uit 1948, met 78-toeren grammofoonplaten. Een pianola is een mechanische piano. De toetsen bewegen op de gaatjes in het draaiende muziekboek. Een tingeltangel uit 1895 werkt op een cilinder waar de muziek op uitsteeksels staat, niet op gaatjes in het karton dus zoals bij draaiorgels. Steek er vijf cent in en het maakt geluid.

Er bestonden destijds ook instrumenten om het publiek bij de neus te nemen. Luc Peeters toont een gewoon ogende accordeon. Maar eigenlijk werkt die ook automatisch op een systeem met rollen onder de balg. 

Muziekponskaarten voor orgels

In dit museum val je van de ene verrassing in de andere en de contrasten zijn groot. De naam en het productiejaar van de unieke objecten staan in stift op bierkaartjes. Piepkleine muziekdoosjes flankeren monumentale stukken muziek-architectuur.      

Hij gaat naar kroeg noch orgelkot

De meeste Decap en aanverwante orkestrions werden "in situ" gebouwd, precies passend op het podium of tegen een muur van een danszaal. De toetsen en knoppen van saxofoons, jazzfluiten en trombones bewegen, maar de klank komt uit pijpen. Het excentrieke ontwerp vertoont voorts zuilen en art-decoletters, en her en der schijnt een kunstmatig lichtgroen of paars-rozig licht achter een plastic paneel. "Op zich steekt zo'n orgel eenvoudig in elkaar", vertelt Peeters uit eigen ervaring, "twee handige mensen kunnen het in een paar uur demonteren of opbouwen." En ze gaan nooit helemaal stuk.

Decap-orgel de 14 Billekens

Al die instrumenten, 15 of 16, die samen spelen, en de muziek die uit de pijpen komt: prachtig toch  

Luc Peeters, eigenaar

Een ronduit historisch exemplaar is het Decap-orgel van danszaal Castel in Willebroek, nu Carré. Die zaal was gebouwd met elementen van het Côte d'Or-paviljoen op Expo 58. Duizenden busladingen toeristen hebben in de Castel gedanst op dit relatief modern ogend gedeeltelijk glimmend zwart exemplaar. 

De klank was zo fenomenaal goed dat er verscheidene langspeelplaten op het label MFP, Music for Pleasure, mee werden opgenomen. Die liggen ook in het Draaiorgelmuseum. Dit apparaat kostte in de jaren 70 meer dan 1 miljoen frank. Een heus orgel was een ware investering. Decap bouwde een stuk of 20  volwassen exemplaren per jaar. Het bedrijf had in de gloriedagen 12 werknemers. 

Het Decap-orgel uit Danszaal Castel

Vergane, maar onvergetelijke glorie

Op dit ogenblik is er in Vlaanderen nog één dancing met een Decap-orgel, de Parasol in Velzeke. Er werkt één spiegeltent met een orkestrion. De toestellen van de orgelbouwers Mortier en Decap produceren een enorm geluid dat de hele ruimte probleemloos vult. Alle bewegende elementen volgen - pianotoetsen, slagwerkstokjes, accordeons en pianoklavieren - is een boeiende bezigheid. De registers klinken erg verschillend. Geluid en stijl komen wonderlijk overeen. Onvergetelijk historisch erfgoed.    

In 2010 suggereerde "Man bijt hond" op Eén om stembureaus te installeren op ongewone plaatsen, bij voorbeeld in het Draaiorgelmuseum. Verdere info zwengelt u hier aan. 

Video player inladen...