Het Tour de France-woordenboek: dit wielerjargon kan u helpen om mee te praten over de Tour

De komende drie weken trekt de Tourkaravaan opnieuw door Frankrijk. Hoogdagen voor de wielerfans, maar misschien hebben wielerleken moeite om de Tourgesprekken te begrijpen. "Rode lantaarn", "koninginnenrit", "lead-out": stuk voor stuk woorden die misschien niet meteen een belletje doen rinkelen. Geen nood, om dat alles te begrijpen legt VRT NWS de meest gebruikte Tour de France-termen hapklaar voor u uit.

Wat is...

klik op de balkjes voor meer uitleg


col?

De gevreesde cols zijn een onmisbaar beeld in de Tour de France. Een col is een bergovergang; geen bergtop of eindpunt op een berg. In het wielerjargon wordt een col vaak gezien als de beklimming van een berg. De cols worden vervolgens in categorieën geplaatst volgens de verschillende moeilijkheidsgraden. Vaak speelt ook de plaats waar de col zich bevindt in de rit een rol.

De beklimmingen van vierde categorie zijn minder dan vijf kilometer lang – vaak nog een stuk korter – en hebben een stijgingspercentage van minder dan vijf procent.

De beklimmingen van derde categorie zijn ongeveer vijf kilometer lang, met een gemiddeld stijgingspercentage van vijf procent.

De beklimmingen van tweede categorie zijn vijf kilometer lang, met een gemiddeld stijgingspercentage van acht procent.

De beklimmingen van eerste categorie zijn twaalf tot twintig kilometer lang, met een gemiddeld stijgingspercentage van zes procent.

Verder zijn er nog de beklimmingen buiten categorie. Die gaan minimaal 1.000 meter in de hoogte, met een gemiddeld stijgingspercentage van zeven procent of meer.

de bus?

"De bus" is een wielerterm die wel pas tijdens de bergritten gebruikt wordt. Daarmee wordt de groep renners aangeduid die zich achteraan de wedstrijd bevindt. De bus bestaat uit renners – voornamelijk sprinters en tijdrijders – die geen belang hechten aan het algemene klassement, maar nog wel binnen de tijd willen eindigen. Een ervaren renner in deze groep voert meestal het tempo op, die renner noemt men de "buschauffeur".

demarrage?

Net als een col heeft de Nederlandse taal ook het Franse woord "demarrage" overgenomen in het wielerjargon. Een demarrage is een plotse versnelling of een ontsnapping van één of meerdere renners uit een grotere groep renners, vaak uit het peloton. Zo hopen die renners dat ze niet meer ingehaald worden, om uiteindelijk met een klein groepje voor de overwinning te kunnen spurten of alleen naar de overwinning te rijden.

etappe?

Een "etappe" is een van de absolute basisbegrippen wanneer het over de Tour de France gaat. Een rit van punt A naar punt B, die de renners steeds in een rechte lijn – zonder lussen of omwentelingen – moeten uitrijden. Er zijn in totaal 19 traditionele etappes in de Tour en twee tijdritten (zie verder bij het puntje "tijdrit", red.), verspreid over drie weken. Er wordt niet elke dag een etappe gereden: de Tour telt ook twee rustdagen. Dan krijgen de renners even tijd om uit te blazen.

gele trui, groene trui, bolletjestrui, witte trui?

Elke editie van de Tour de France kent – tijdens het merendeel van de ritten – vier renners die mogen pronken met bijzondere truitjes. De verschillende truien staan symbool voor de leider in een bepaald klassement. We sommen ze hieronder op:

De gele trui wordt gedragen door de leider in het algemene klassement: de renner die er in totaal het minst lang over doet om de verschillende etappes uit te rijden. Wie op het einde van de Tour de gele trui draagt, wordt gezien als de absolute winnaar. Een weetje: De kleur van de trui komt van de Franse krant "l'Auto", die de Tour in 1919 organiseerde. De krant werd toen op geel papier gedrukt.

De groene trui wordt gedragen door de beste sprinter, de leider in het puntenklassement. De groene trui gaat dus niet noodzakelijk naar de renner die de meeste etappes wint. Tijdens de etappes kunnen de renners punten verzamelen door als eerste over de eindmeet te rijden of door zogenoemde "tussensprints" – eindpunten waarna de rit gewoon verder gaat – te winnen. De kleur van de trui is afkomstig van de eerste sponsor: een toenmalig kledingbedrijf, dat groen gebruikte in zijn communicatie.

De bolletjestrui gaat naar de leider in het bergklassement, die beschouwd wordt als de beste klimmer. Ook voor de bolletjestrui vallen er punten te verdienen, maar in plaats van tussen- en eindsprints, proberen de renners als eerste een bergpas of een andere beklimming op te geraken. Op het einde van de Tour wordt de drager van de bolletjestrui ook wel "de bergkoning" genoemd.

De witte trui gaat naar de beste renner in het jongerenklassement. De voorwaarde om de witte trui te mogen dragen is dat de renner jonger is dan 25 jaar. Vroeger stond de witte trui voor de leider in verschillende kleuren. Nu is de witte trui vooral een vorm van erkenning voor jonge en beloftevolle wielrenners.

Een renner kan meerdere truien dragen, al draagt hij ze dan niet letterlijk. Wanneer de leider van het algemene klassement ook de leider is in het puntenklassement, het bergklassement of het jongerenklassement, rijdt hij telkens met de trui die "het hoogste aanzien heeft". Daarom rijden er tijdens de tweede etappe vaak maar één of twee truidragers mee, omdat ze de meeste punten bij de eindsprint kunnen verdienen.

koninginnenrit?

De koninginnenrit – of de "étape reine" – wordt tijdens de Tour de France gezien als de meest uitdagende etappe. De rit is ieder jaar anders en telt vaak meerdere beklimmingen. De koninginnenrit is de zwaarste uitdaging voor de renners, daardoor wordt er telkens verwacht dat de uitslag van de rit heel wat gevolgen zal hebben voor het algemene klassement. Dit jaar is de 18e etappe de koninginnenrit, wanneer de renners in de Franse Alpen van Embrun naar Valloire rijden en zich wagen aan de Izoard en de Galibier, twee loodzware beklimmingen.

lead-out?

Wanneer het einde van de etappe nadert en het peloton nog samen rijdt, proberen de verschillende ploegen treintjes te maken. Het doel van zulke treintjes is om de sprinter van de ploeg zo goed mogelijk naar voren te begeleiden, zodat hij zijn sprint voor de eindoverwinning kan inzetten. Dat verloopt als volgt: telkens geeft de eerste in de rij het beste van zichzelf voor enkele honderden meters, waarna hij zich naar achteren laat zakken en mogelijk nog in de weg gaat rijden van de andere ploegen. De voorlaatste renner in de rij moet de sprinter – de laatste renner – zo dicht mogelijk bij de eindmeet brengen, zodat hij zijn sprint kan aanvatten. Die renner noemt men de lead-out man.

peloton?

Het peloton is de grootste groep renners die samen rijdt tijdens een etappe, zoals ze aan de rit is begonnen. Het peloton houdt zich steeds compact samen om uit de wind te rijden en sneller te gaan. Net zoals bij een treintje, rijden enkele renners een tijdlang vooraan, om zich vervolgens naar achteren te laten zakken. Renners blijven in het peloton rijden om energie te sparen.

prijs voor de strijdlust?

Naast de verschillende truien, heeft de Tour de France ook een prijs voor de strijdlust, ook wel het rode rugnummer genoemd. Die wordt iedere dag na de etappe toegekend door een achtkoppige jury. De renner die het vaakst in de aanval is gegaan en zich heeft proberen losrukken van de grote groep renners, wordt beloond met deze prijs en een geldsom van 2.000 euro. De volgende dag rijdt die renner met een rood rugnummer. De wielrenner die tijdens de gehele Tour de France deze prijs het vaakst wint, ontvangt de prijs voor de "superstrijdlust", waar zo’n 20.000 euro aan vasthangt.

rode lantaarn?

Net zoals er termen zijn voor de eerste plaats in de verschillende klassementen, is er ook een benaming voor de laatste in de stand. Die laatste renner noemen we de "rode lantaarn". Hoewel de laatste in de stand misschien wat negatief klinkt, verdient ook die plek veel lof. Het uitrijden van de Tour is niet zo vanzelfsprekend: de rode lantaarn moet net als de andere renners steeds binnen de tijd aankomen. Die tijd hangt af van de gemiddelde snelheid van de renners, de categorie van de etappe en het moment wanneer de eerste renner de finish haalt. Bovendien kan de "winnaar" van de rode lantaarn steeds op heel wat publiciteit rekenen.

tijdrit?

Naast de traditionele etappes zitten er ook twee tijdritten in het parcours van de Tour. Daarbij rijden renners zo snel mogelijk – beurtelings – een kort parcours. Tijdens de tijdrit dragen renners vaak andere outfits, andere helmen en rijden ze met andere fietsen, omdat de aerodynamica een grotere rol speelt.

Een tijdrit wordt onderverdeeld in twee soorten: een ploegentijdrit en een individuele tijdrit. Tijdens de individuele tijdrit rijden de renners om de beurt met een vast interval een korte rit. Daarbij start de laatste renner in het klassement als eerste en de eerste renner als laatste. Bij de ploegentijdrit geldt hetzelfde principe, maar wordt dat parcours in ploeg afgelegd. Daarbij komt ook heel wat tactiek kijken: zo mogen de renners "stayeren" (in elkaars wiel rijden om uit de wind te blijven, red.).

Tourkaravaan?

Een etappe van de Tour de France brengt een hele stoet aan wagens met zich mee: van volgauto’s tot organisatorenwagens, renners en ook reclamewagens. Dat volledige ensemble noemt men de Tourkaravaan. Iedereen heeft zijn eigen functie in de karavaan, om de etappe zo goed mogelijk te laten verlopen. Ook de pers maakt deel uit van dat ensemble. De karavaan lokt meestal heel wat toeschouwers, omdat reclamewagens vaak tal van wielerattributen meenemen om in de menigte te gooien.

treintje?

Zoals elke sport zijn tactiek heeft, is dat bij wielrennen niet anders. Het "treintje" valt daarbij niet weg te denken: een groep wielrenners die zeer dicht achter elkaar gaan rijden – of "stayeren" om uit de wind te blijven. De renners wisselen meestal beurtelings af om aan kop te rijden, zodat er telkens maar één iemand gedurende een korte tijd het zware werk moet opknappen. Ten tijde van Eddy Merckx reed iedere renner voor zich. Door de jaren heen zijn steeds meer wielerploegen overgeschakeld naar dit tactisch systeem om meer kans te maken op de overwinning.

vlucht van de dag?

De vlucht van de dag is de meest opvallende – en vaak ook langste – aanval van de etappe. Een renner, of groep renners, komt los van het peloton (zie verder bij het puntje "peloton", red.) en houdt het dan het vaakst een lange tijd alleen vol. Niet elke etappe heeft een vlucht van de dag: soms blijft het peloton een hele rit samen rijden.