Curieuze Collecties: Het Olens radiomuseum

Misschien vertoeft u deze zomer niet in verre oorden, maar brengt u als "toerist in eigen land" de vakantiemaanden in België door. Bent u op zoek naar wat inspiratie voor een uitstap, maar wilt u de eeuwig weerkerende toeristische trekpleisters vermijden? Verlaat de platgetreden paden en ontdek met Lucas Vanclooster en Alexander Dumarey een van de tientallen kleine, verrassende musea die ons land rijk is. Vandaag: het Olens radiomuseum. 

Het Olens radiomuseum

Het radiomuseum in Onze-Lieve-Vrouw OIen behandelt de geschiedenis van de radio en aanverwante toestellen en technieken vanaf het prille begin, rond 1900 dus, tot grosso modo 1950. Maar er zijn ook mooie en indrukwekkende apparaten uit de jaren 60. Daarbij komt zowel techniek als vorm aan bod. Honderden van die apparaten spelen nog, zelfs de alleroudste. Bij het museum hoort ook een werkplaats om lampenradio's te herstellen.

Wie elk toestel in het museum gedurende een minuut zou bekijken, kan hier de hele dag doorbrengen. De hoeveelheid apparaten is overrompelend en geeft de kamers een volgestouwde indruk. Het museum dat intussen een kwarteeuw bestaat, kreunt dan ook onder plaatsgebrek. Over twee jaar zouden alle objecten te zien moeten zijn in een grotere ruimte.

Een deel van de collectie.

Alex Coekelbergh, een gepensioneerde elektronicus en fervent Radio 2-luisteraar die als 15-jarige al zelf een radio in elkaar knutselde, woont in de buurt en bezocht het museum zes jaar geleden. "Ik was zo onder de indruk van de oude radiotechnieken dat ik meteen lid en vrijwilliger werd van de vereniging", zegt hij, "en intussen ben ik gids en voorzitter".

Hij redigeert het tijdschrift "De Marconist" dat in elk nummer een radio uit de collectie in de kijker zet.  Het museum telt 300 leden, enkele tientallen in het buitenland. 

Van kristalontvanger tot FM buisradio

Een kristalontvanger werkte met een element in kristal. Die ontvanger had geen elektriciteit nodig om via een antenne de altijd aanwezige energie uit radiogolven te puren. Zo'n toestel kon je alleen met een primitieve koptelefoon beluisteren, er was immers geen versterking. Daar heb je wel stroom voor nodig. Alex demonstreert hoe je met die energie in de kristalontvanger zelfs een TL-lamp kan laten branden, al was dat uiteraard niet de bedoeling . "Dit milieuvriendelijke systeem heeft het uiteindelijk niet gehaald wegens te instabiel", zegt Alex met wat spijt in de stem.  

Eén van de ruimtes in het museum.

Het duurde tot na de Eerste Wereldoorlog voor er overal ter wereld omroepen ontstonden, bij ons was dat de NIR, het "Nationaal Instituut voor de Radio", de voorloper van de VRT. Die stations met een vast zendschema gaven de ontwikkeling van radio's een boost. In de pioniersfase gingen uitzenden, ontvangen, opnemen en weergeven samen.

De eerste radiotoestellen bestonden alleen uit op een plank geschroefde techniek. De door Edison bedachte rol of cilinder in was of tin om klank op te nemen en uit te sturen doorheen een grote hoorn was essentieel. De apparaten lijken op gecombineerde radio's met platenspelers. Veel later maakte Agfa Gevaert de Gevaphone platen, erg primitieve schijven die goed op oude elpees lijken.  

Rechts op deze foto een Edison Phonogram met cylinder.

De draagbare radio van 50 kilogram

Al in de jaren 20 bestonden er draagbare radio's. "Ze hadden een batterij ter grootte van een bierkrat", lacht Alex. Foto's tonen mensen die zo'n primitieve radio op een kruiwagen naar een weide brengen om daar van muziek te genieten. "Eind jaren 20 brak de radio echt door, en begon Philips grote reeksen te produceren", legt Coekelbergh uit, "design werd opeens belangrijk". Philips maakte reclame op kleurrijke platen van email. Er ontstond een grote verscheidenheid aan luidsprekers, die nog een tijd los van de radio stonden; sommige leken op velgen van autowielen. Philips bedacht een mooi embleem met golven en sterren op de luidspreker, zoals je op de foto hieronder ziet.  

Radio's werkten normaal op vier lampen. Alex demonstreert hoe je net zoals bij een luchter lampjes kon losdraaien in de fitting, om zo minder te verbruiken. "Als je het deurtje bij bepaalde modellen sloot, gingen daarbinnen ook de lampjes achter het keuzepaneel en het groene oog uit: zuinig!"

Heel vroeg bestonden er ook al autoradio's. Die waren erg lomp en loodzwaar en hingen aan passagierszijde in het interieur. De bediening door de bestuurder gebeurde met een knoppenmechaniek aan een lange draad. 

Linksonder een speaker met Philips-logo.

Blijkbaar vonden veel cliënten en producenten de losse delen van een radio niet mooi. Ze verborgen ze in een burgerlijk meubel. Alex toont een idyllisch schilderijtje waarachter een antenne verborgen zit. De grondstof van de meubels kon het moderne bakeliet of het traditionele hout zijn. 

Thematische opdeling

Het museum werkt thematisch. Er is een Belgische kamer met toestellen van Echoradio uit Leuven, Lifona uit Lier, Bell dat tot 1963 bestond en maar liefst 200 types in verschillende kleurschakeringen aanbood, en voorts ACEC, SBR, Siera, Novak en Saba.

Draagbare radio's, onder andere van ACEC.

Voor de Tweede Wereldoorlog waren er heel wat kleine radioconstructeurs die alles samen in enkele jaren maar 300 exemplaren maakten. Er is een Philips-hoek uit de jaren 30. Het topmodel kostte omgerekend 200 euro. "Veel geld als je bedenkt dat er toen bescheiden woningen bestonden die goed 1.000 euro kostten", zegt Alex Coekelbergh. Al die apparaten spelen alleen op de intussen afgeschafte middengolf.

Alex wijst trots naar enkele didactische schema's om de werking van een radio uit te leggen. Pronkstuk is een Fontaine L'Evêque van het merk Rubis in art déco. Maar de bezoeker komt ook "vertrouwde" namen tegen als Telefunken en Nordmende.

Kapellen en torengebouwen

Wat Alex Coeckelbergh ook fascineert, is dat radio's modes volgden. Er zijn toestellen in kapel- en kathedraalvorm. Vaak herken je duidelijk de invloed van de hedendaagse architectuur, zij het met wat vertraging. Philips had in 1940 een grammofoonspeler in de vorm van een hoedendoos. Vanaf 1958 deden de transistor en cassettespeler hun intrede, wat weer een lawine aan nieuwe merken, types en kleuren veroorzaakte. En dan zijn er gadget-radio's, in de vorm van horloges en klokken, auto's, flessen, petten en hebbedingen in doorzichtig fel gekleurd plastic. Ook de Zuid-Afrikaanse opwindradio voor townships zonder stroom is present.  

Een deel van de collectie.

Hoe een radio er uitzag, had veel te maken met de mode en de kunst van dat ogenblik   

Alex Coekelbergh, voorzitter Olens Radiomuseum

Het merk Scarabee had bijvoorbeeld een blinkende gevleugelde tor in de luidspreker. Fascinerend zijn de keuzeborden met de namen van omroepen: Beograd, Pozna, Graz, Beromunster, Dantzig en Kortrijk. En Berlijn. Hitler bedacht de "Volksontvanger" om iedereen naar zijn toespraken te laten luisteren. Die eenvoudige volksradio's waren in tegenstelling tot de Volkswagens wel bedoeld om effectief op de markt en in de huiskamer te komen.  

Keuzebord met namen van omroepen.

Krankzinnige en virtuoze combinaties

Een houten dressoir kon een heel assortiment aan toestellen verbergen. Achter verschuif- en draaibare panelen staken een radio, platenspeler, bandopnemer, zelfs een 16mm-filmprojector, de radiocinéphone, demonstreert Alex. Bandopnemers werkten op magneetband of op een onbrandbare dunne ijzeren draad, zoals nu nog altijd in de zwarte dozen van vliegtuigen. 

Toestel met combinatie van projector, radio en platendraaier.

Het Olens radiomuseum toont ook een pak technische zaken die van ver of dicht met radio te maken hebben: micro's, antwoordapparaten, jukeboxen en de eerste dictafoons met een wassen opneemrol. Een viool met een versterkingstechniek en een hoorn om ze beter te laten klinken bij een opname van een orkest: veel gekker moet het niet worden.   

Een deel van de collectie.

Het Olens radiomuseum is een wonderlijke combinatie van mooie toestellen, nostalgische apparaten, leuke rommel en randprullaria. Een aantal primitieve technische oplossingen bewijzen dat onze tablet en smartphone niet zomaar uit de lucht zijn komen vallen, dat slimme prutsers 100 jaar geleden al dingen bedachten die veel later beter zouden renderen. Kortom, trots op wat wij ook als Belgen ooit hebben uitgevonden en gemaakt, bescheiden omdat we dwergen zijn op de schouders van radioreuzen.

Meer info over het Olens Radiomuseum vindt u hier.      

En in 2005 besteedde "Histories" op Canvas aandacht aan de geschiedenis van de radio, en ging daarvoor ook even op bezoek in Olen. 

Video player inladen...