Ook Bagan, "de stad van duizenden tempels" in Myanmar, is werelderfgoed van Unesco

Naast de oude stad Babylon in Irak, heeft de cultuurorganisatie van de Verenigde Naties ook de tempelstad Bagan in Myanmar opgenomen in de lijst van werelderfgoed. 

Bagan (of Pagan) in het centrum van Myanmar (Birma) is bij veel toeristen meer bekend dan het oudere Babylon. Meer nog: er is relatief veel bewaard gebleven in goede staat. Dat slaat dan op de meer dan tweeduizend boeddhistische stoepa's, tempels en kloosters, verspreid over de hele stad.

De stad wordt voor het eerst vermeld in het jaar 849, maar werd pas belangrijk als hoofdstad van het eerste Birmaanse rijk van Bagan, iets na het jaar 1000. De Birmanen -nu nog altijd de meerderheid in Myanmar- overheersten toen 250 jaar lang andere bevolkingsgroepen die hen voorgingen zoals de Mon en Pyu. 

Was dat rijk in het begin nogal heterogeen met meerdere talen en culturen en met zowel hindoeïsme, mahayana- en theravada-boeddhisme; dan zou de steun van het koningshuis daar gaandeweg verandering in brengen. De koningen van Bagan steunden voluit het uit Sri Lanka ingevoerde theravada-boeddhisme en dat verklaart hun grote investeringen in religieuze gebouwen in Bagan. (Lees verder onder de foto).

Een typisch Birmaanse boeddha in een heiligdom in Bagan.

Bagan hertekende Zuidoost-Azië

De heersers van Bagan legden de basis voor het huidige Myanmar en breidden hun rijk uit tot de kusten van de Golf van Bengalen en het schiereiland van Malakka. 

Tegelijk was Bagan cruciaal voor de formatie van de Birmaanse cultuur in een periode dat zowel de taal, de architectuur en het Birmaanse schrift dominant werden in het land. Bagan gaf ook een "boost" aan het boeddhisme van de theravada-school dat toen op terugweg leek, maar nadien de dominante religie werd, ook bij de Mon en in buurlanden zoals Thailand, Laos en het Khmer-rijk van Cambodja. (Lees verder onder de foto).

Duizenden toeristen hebben niet gewacht op de erkenning door Unesco om Bagan te bezoeken.

Het rijk van Bagan was echter al in verval toen de inwoners in 1287 op de vlucht sloegen voor een invasie van de Mongoolse troepen van Kublai Khan. Dat verklaart ook de geringe verwoesting nadat de Mongolen Bagan tijdelijk in handen kregen. Het zou tot in de 16e eeuw duren vooraleer nieuwe dynastieën zoals die van Taungoo (1544-1752) en Konbaung (1752-1885) het Birmaanse rijk opnieuw zouden vestigen. 

De erkenning van Bagan als werelderfgoed door Unesco stond al jaren op de agenda, maar raakte op de achtergrond door de militaire dictatuur die decennialang het land overheerste. Het is wel een meevaller, want in 2016 werden de monumenten in Bagan zwaar beschadigd door een aardbeving met een magnitude van 6.8. Door de erkenning door Unesco komt er ook gemakkelijker geld vrij voor de herstelling van de monumenten in Bagan. 

Copyright 2018 The Associated Press. All rights reserved.