België veroordeeld tot dwangsom van 5.000 euro omdat Brussel richtlijn over snel internet niet omzet 

België moet de Europese Commissie een dwangsom van 5.000 euro per dag betalen zolang het Brussels Gewest een richtlijn over de uitrol van snel internet niet heeft omgezet. De reden dat de richtlijn nog niet is omgezet, zou een bevoegdheidsgeschil zijn.

De Europese richtlijn dateert van 2014 en moest uiterlijk op 1 januari 2016 in nationale wetgeving omgezet zijn. De richtlijn is opgesteld om de uitrol van breedbandinternet te vergemakkelijken en te stimuleren zodat er overal snel internet kan zijn tegen lage prijzen. Ze houdt in dat lidstaten bestaande nutsinfrastructuur moeten gebruiken om dat internet te installeren in plaats van straten telkens te moeten openbreken. Op die manier kan de installatie van breedbandinternet sneller gaan.

Het Brussels Gewest heeft al inspanningen gedaan om de richtlijn om te zetten in lokale wetgeving, maar heeft dat nog niet volledig gedaan. Daarom heeft de Europese Commissie ons land voor het Europees Hof van Justitie gedaagd. Dat heeft ons land veroordeeld tot een dwangsom van 5.000 euro per dag zolang het Brussels Gewest de richtlijn niet volledig omzet.

De dwangsom was aanvankelijk veel hoger, zo'n 54.000 euro, maar is verlaagd omdat ons land intussen vooruitgang heeft geboekt. Ook Vlaanderen was aanvankelijk te laat met het omzetten van de richtlijn, maar heeft dat intussen wel gedaan. In Brussel is dat dus niet het geval.

Navraag leert dat het om een heel klein onderdeel van de richtlijn gaat dat nog niet is omgezet, met name over de inspectie van de infrastructuur. De reden dat dat onderdeel niet is omgezet, zou bovendien een bevoegdheidsconflict zijn tussen het Brussels Gewest en de federale overheid, dat nog altijd niet is beslecht.

Op het kabinet van minister van Telecommunicatie Philippe De Backer (Open VLD) luidt het dat het BIPT, het Belgisch Instituut voor Postdiensten en Telecommunicatie, de zaak onderzoekt. Het gaat na welk niveau nu eigenlijk bevoegd is en hoe het probleem zo snel mogelijk opgelost kan worden.

Primeur

België valt met deze zaak overigens een bedenkelijke primeur te beurt. Het is de eerste keer dat een lidstaat zo vroeg in een procedure die door de Commissie aangespannen is, veroordeeld wordt tot een dwangsom. Voor deze mogelijkheid door het Verdrag van Lissabon geboden werd, duurde het soms jaren voor een land dat in een eerste arrest veroordeeld was, in tweede instantie tot een dwangsom veroordeeld werd.

Door veel vroeger een financiële sanctie op te leggen, moeten lidstaten er nog sterker toe aangezet worden om Europese richtlijnen in nationale wetten om te zetten, is de redenering van het Hof. Wellicht krijgt de Belgische primeur navolging in andere arresten.