Koning Filip en koningin Mathilde bezoeken concentratiekamp Buchenwald in Duitsland

Koning Filip en koningin Mathilde hebben een bezoek gebracht aan het concentratiekamp van Buchenwald, in de buurt van Weimar in Duitsland. Ze brachten onder meer hulde aan de slachtoffers van WO II en lieten zich informeren over de Belgen die destijds in het kamp gevangen zaten.

De weersomstandigheden pasten zich vandaag aan de donkere geschiedenis van Buchenwald aan: de koning en de koningin bezochten het kamp onder een zwaarbewolkte hemel, waaruit zelfs een spatje regen viel.

Ze brachten onder meer een bezoek aan het crematorium en aan een tentoonstelling over het kamp, legden samen met minister-president van de Duitstalige gemeenschap Oliver Paasch een krans neer om de slachtoffers van het concentratiekamp te herdenken, en woonden de overhandiging bij van de gevangenistenue van baron André Simonart aan de stichting Buchenwald.

Simonart was een Belgische hoogleraar farmacologie aan de Katholieke Universiteit Leuven, die tijdens de Tweede Wereldoorlog werd gevangengezet in de vesting Breendonk en het concentratiekamp Buchenwald. Na de oorlog werd hij voorzitter van het Nationaal Gedenkteken van het Fort van Breendonk. Zijn familie wilde zijn gevangeniskledij al langer aan de stichting overhandigen, en het koninklijk bezoek aan Thüringen was daarvoor het uitgelezen moment.

Symbolisch

"Sinds zijn terugkeer uit Buchenwald heeft onze familie de oorlog, die ons koude rillingen geeft, met zich meegedragen, eerst de generatie van onze vader, later ook wij. Sinds we klein waren werden we ondergedompeld in de verhalen van de oorlog", zegt kleinzoon André-Manuel Simonart. "Vandaag is een nieuwe generatie op komst en we hebben beslist dat het tijd wordt om onszelf te bevrijden van dat gewicht. Daarom hebben we het kledingstuk symbolisch willen teruggeven, het hoort hier."

Simonart was een van de meer dan 4.200 Belgische mannen die vanaf 1940 tot de bevrijding in 1945 in Buchenwald of in een van de vele satellietkampen werden opgesloten. Ook minstens 130 Belgische vrouwen werden er opgesloten. Meer dan 500 Belgen stierven in die kampen.

De meeste Belgen werden opgesloten als politieke gevangenen, al kwamen bijvoorbeeld ook Belgische Joden en homoseksuelen in de kampen terecht. De arrestaties hielden vaak verband met de toegenomen represailles van de veiligheidspolitie in Brussel tegen het Belgische verzet.

De grootste groep Belgen arriveerde vanaf mei 1944: 920 Belgen werden overgebracht nadat het kamp in Breendonk op 8 mei werd gesloten, en nog eens meer dan 2.200 Belgische gevangenen van de veiligheidspolitie volgden in de daaropvolgende drie maanden.

De bewoners van het kamp gingen onder meer werken in nabijgelegen steengroeves of in wapenfabrieken, of werden naar Weimar gestuurd om op bouwwerven te gaan werken. Tussen 1937 en 1945 werden in totaal 280.000 mensen in de kampen opgesloten, van wie er 56.000 overleden. Zowat 50 nationaliteiten leefden samen in het kamp.

Na de bevrijding in 1945 diende het kamp nog enkele jaren als gevangenenkamp van de Sovjets voor onder meer nazi's, alvorens het in 1950 werd overgedragen aan de DDR.