Proximus en Orange gaan masten, antennes en basisstations delen

Telecombedrijven Proximus en Orange gaan hun mobiele toegangsnetwerken delen, zeg maar masten, antennes en basisstations. Ze willen op die manier een betere dekking aanbieden en in de toekomst 5G sneller en breder uitrollen. Ontslagnemend minister van Telecom Philippe De Backer (Open VLD) zegt in een reactie dat hij erover wil waken dat er voldoende concurrentie blijft. 

Proximus en Orange Belgium gaan voor hun samenwerking een joint venture oprichten waarin elk van beide bedrijven voor de helft participeert. Bedoeling is dus om de toegangsnetwerken te delen, dat wil onder meer zeggen masten, antennes en basisstations.

Het samenwerkingsakkoord is nog niet definitief. Het is de bedoeling om het tegen het einde van het jaar te finaliseren, de voorbereidende werkzaamheden zouden dan in het eerste trimester van 2020 kunnen beginnen. Volgens een bron dicht bij het dossier maken in een eerste fase 70 tot 80 werknemers van Proximus de overstap naar de nieuwe entiteit.

Door delen van hun infrastructuur te delen, willen Proximus en Orange naar eigen zeggen hun netwerk efficiënter kunnen gebruiken en beter gewapend zijn voor investeringen in nieuwe technologieën. Er zullen bijvoorbeeld minder antennesites nodig zijn, goed voor een energiebesparing van 20 procent, luidt het. Ook de onderhoudskosten van het netwerk zullen dalen.

De joint venture zal niets veranderen aan de producten en de diensten die de twee operatoren aanbieden. Proximus en Orange benadrukken in een mededeling dat ze "onafhankelijke concurrenten op het vlak van diensten en prijzen blijven". Proximus benadrukt ook dat de joint venture niets vandoen heeft met het aangekondigde herstructureringsplan, waardoor 1900 mensen het bedrijf moeten verlaten.

Minister De Backer: "Prijzen mogen niet stijgen"

Ontslagnemend minister van Telecom Philippe De Backer heeft het in een reactie over een "logische stap voor beide bedrijven", die goed nieuws kan zijn voor de consumenten, maar hij is waakzaam: "Ik blijf waakzaam voor voldoende concurrentie op onze telecommarkt. Want minder concurrentie leidt per definitie tot minder investeringen en nog hogere prijzen. Dat bewijzen de studies over onze eigen Belgische markt ook keer op keer.”

De minister erkent ook dat de samenwerking belangrijk kan zijn voor de uitrol van 5G in ons land, maar ook daar doemt volgens hem het spook van de (verminderde) concurrentie op, in dit geval voor de bedrijven: "Bij de grotere bedrijven, de eerste potentiële 5G-klanten, beschikken Proximus en Orange samen over een quasi-monopolie. (...). Door een gebrek aan concurrentie zou de uitrol van een industrieel en zakelijk netwerk wel eens zéér traag kunnen gebeuren en zouden de prijzen zéér hoog kunnen zijn."