Foto: Kris Janssens

14 juli, de feestdag van de Barang: hoe Frans zijn Cambodja, Vietnam en Laos nog?

De Fransen vieren vandaag feest. Niet alleen in Parijs, maar ook ver daarbuiten zal de Marseillaise worden gezongen. Al is er één hoofdstuk in het verhaal van de Franse expansiedrang dat wat vergeten is geraakt: de geschiedenis van Indochina. Hoeveel enfants de la patrie hijsen er vandaag de blauw-wit-rode vlag in Cambodja, Vietnam of Laos?

Ze stapt op mij af met vaste tred. Haar hoofd, getooid met een typische Cambodjaanse kramaai-doek, houdt ze fier rechtop als ze praat. Het duurt even voor ik door heb dat deze oudere vrouw Frans tegen me spreekt. Ik ontmoet haar op de markt van Kien Svay in de Cambodjaanse provincie Kandal, op zo’n 20 kilometer van hoofdstad Phnom Penh. Daar heeft ze vroeger nog gewerkt, vertelt ze me. "Voor de Barang", zoals Fransen - en bij uitbreiding "vreemdelingen"- hier genoemd worden.

Ze gaat er van uit dat elke Europeaan Barang is en dus Frans begrijpt. Ze spreekt haar woorden heel keurig en voornaam uit, met een accent dat een beetje lijkt op dat van de Provence. Met iets meer nasale klanken dan nodig.

Maar er zijn niet veel Cambodjanen meer die zich het voormalige Frans Indochina nog herinneren. 

Zicht op de Stille Oceaan

De Fransen waren in de tweede helft van de negentiende eeuw naar Zuidoost-Azië gekomen "pour avoir un balcon sur le Pacifique" - om het met een omschrijving uit die tijd te zeggen. Ze wilden hun vlag in de regio planten, als tegengewicht voor de veroveringen van de Britten. Die waren onder meer neergestreken in India en Bangladesh en brachten kostbare specerijen mee naar huis. Parijs wilde ook een deel van de koek. 

Vietnam en Cambodja liggen letterlijk tussen India en China, en vormden dus een interessant gebied. Later ging ook Laos tot Indochina behoren. Thailand zou neutraal blijven en vormde een buffer tussen Brits en Frans gebied. 

Van "ambachtelijk" bestuur naar administratief

Vanuit de Vietnamese havenstad Saigon ontdekten de Fransen hun nieuw verworven gebied. Ze moesten bijvoorbeeld eerst uitzoeken of de Mekong-rivier, die dwars door Indochina loopt, voldoende bevaarbaar was voor het transport van goederen. Je kan de expeditie vergelijken met die van Stanley in Congo.

In de grensstreek tussen Cambodja en Laos, het zogenoemde gebied van de 4.000 eilanden, kan je nog een achtergelaten locomotief zien van het treinstel dat goederen over land tot voorbij dit woelige stroomgebied met veel watervallen moest brengen. 

Later, rond de eeuwwisseling, concentreerden de Fransen zich op het uitbouwen van een administratie. Verschillende woorden uit de Khmer-taal herinneren daar nog aan. Burgerlijke stand bijvoorbeeld is "etaa civel" (état civil), een contract is "congtraa" (opnieuw met die nasale klank) en wil je er je handtekening onder zetten, zeg je "signer". Boven een politiekantoor staat nog altijd "poste dela police", met "de" en "la" steevast aan elkaar geschreven. Een foute spelling die nooit gecorrigeerd is.

Copyright 2018 The Associated Press. All rights reserved.

Architecturale erfenis

Er is in die tijd heel wat gebouwd in "koloniale stijl". Sommige wijken van Hanoi lijken op het Europa van begin twintigste eeuw. Je vindt er ook de Lon Biên spoorbrug over de Rode Rivier, ontworpen door Gustave Eiffel. Tot aan de Vietnamese onafhankelijkheid in 1954 werd ze genoemd naar Paul Doumer, de toenmalige Franse gouverneur-generaal. De brug raakte zwaar beschadigd tijdens de jaren 70 en moest later worden heropgebouwd.

In Cambodja werd Phnom Penh uitgebouwd tot een glamoureuze hoofdstad, naar het voorbeeld van Parijs. Het huidige koninklijk paleis lijkt er al eeuwen te staan, maar werd pas gebouwd in de negentiende eeuw. De architectuur bevat zowel Europese als Cambodjaanse elementen. 

Koloniale zucht naar exotisme

Ook elders in het land vind je die Franse invloed terug. De noordelijke stad Battambang, op zo’n 160 kilometer van de tempels van Angkor Wat, kreeg net als Phnom Penh het stratenpatroon van een dambord en een overdekte markt in art deco-stijl. Als je er rondloopt, kan je je zo voorstellen hoe het eind jaren 1930 moet geweest zijn om hier het exotisme op te zoeken, ver weg van la patrie.

Frans chanson

De Fransen gaven les in hun eigen taal en creëerden zo een elite die de beter betaalde jobs kon krijgen. Na hun vertrek bleef het onderwijs nog lange tijd in het Frans, eenvoudigweg omdat er geen andere schoolboeken voorhanden waren. Wie écht wilde studeren, probeerde naar Frankrijk te gaan. Een diploma van een Parijse universiteit staat nog altijd goed op je cv als je in Cambodja indruk wil maken.

Ook de muziek van de voormalige bezetter bleef naklinken. In de jaren 1960 brachten Cambodjaanse artiesten een eigen versie van Franse chansons. Zoals deze "Et pourtant" van Charles Aznavour uit 1963, gebracht door Sinn Sisamouth.

Beluister hieronder de twee v ersies van het nummer "Et pourtant":

Cambodjaanse rock-'n-roll

Tijdens de Vietnam-oorlog introduceerden Amerikaanse soldaten soul en rock in Zuidoost-Azië. Die invloeden werden gretig door de Cambodjanen overgenomen en vermengd met hun eigen muziekstijl. Diezelfde Sinn Sisamouth zou bijvoorbeeld ook Elvis Presley coveren. 

Sisamouth is overleden tijdens de Rode Khmer-periode, maar de precieze omstandigheden van zijn dood zijn niet duidelijk. Je ziet zijn portret vandaag nog op veel plaatsen opduiken als herinnering aan die gouden periode van de Cambodjaanse rock-'n-roll.

Zanger Sinn Sisamouth op een recente muurschildering in Phnom Penh. (Foto: Kris Janssens)

Vietnam-oorlog

In 1966, ruim tien jaar na de Cambodjaanse onafhankelijkheid, brengt Charles de Gaulle een memorabel bezoek aan Phnom Penh. Hij krijgt er een warm welkom door prins Norodom Sihanouk die enorm naar de generaal opkijkt. 

De Gaulle heeft het in zijn toespraak over vrede, verwijzend naar de Amerikanen die op dat moment in buurland Vietnam het communisme bestrijden.

Die oorlog, die in Vietnam zelf de "Amerika-oorlog" genoemd wordt, heeft grote gevolgen voor de hele regio. 

Bommentapijten over (vermeende) communistische doelwitten in Cambodja treffen vooral de plattelandsbevolking. De Rode Khmer kan dat ongenoegen kanaliseren, neemt in 1975 de macht over en maakt een brutaal einde aan elke buitenlandse inmenging. 

Woelige decennia

Pas begin jaren 1990 kan een overgangsbestuur van de Verenigde Naties weer rust en stabiliteit in het land brengen. 

De vredesmacht  brengt de Amerikaanse dollar met zich mee, waar nog altijd mee betaald wordt in Cambodja, en de Engelstalige (pop)cultuur.

Laos wordt na de Vietnam-oorlog een communistische staat en veel intellectuelen vluchten weg. De plattelandsbevolking plooit op zichzelf terug. Het voormalige Indochina is door al die omwentelingen en oorlogen in enkele decennia tijd dusdanig veranderd dat de Franse periode veraf lijkt. 

Et maintenant?

"Comment s'appelle toi", hoor ik in Phnom Penh af en toe zeggen. Geen idee wie deze verbastering van "Comment tu t’appelles?" ooit geïntroduceerd heeft, maar het is voor veel Cambodjanen het enige zinnetje "Frans" dat ze desgevraagd kunnen produceren.

Maar de internationale taal is het Engels.

Hoewel, in de drie landen merk ik dat een jonge generatie graag opnieuw Frans leert. 

Uit interesse voor dat deel van hun geschiedenis, als ticket naar Europa of om aansluiting te zoeken bij de Franse expat-gemeenschap. 

Bovenstaande "Son te sok muk kuch" is een recente Cambodjaanse cover van de Franse oerklassieker "Aline". De tekst verwijst niet naar een in het zand getekend portret dat verdwijnt in een zomerstorm, maar naar een liefje dat door iemand anders wordt ingepikt. Al zullen veel Cambodjanen het origineel niet kennen. 

Het exotisme werkt vandaag in de omgekeerde richting: het staat "cool" of "chique" om een mondje Frans te spreken. Maar het balkon op de Pacific bestaat al lang niet meer.

Kris Janssens is correspondent Zuidoost-Azië. Hij woont in Phnom Penh.