Veel nationale en regionale feestdagen deze periode, maar vanwaar komen die? En waarvoor staan ze? 

De Verenigde Staten, Vlaanderen, Frankrijk en België. Allemaal vieren ze deze maand hun nationale of regionale feestdag. En ook in de rest van de wereld wordt er wel een keer per jaar de natie gevierd. Maar vanwaar komt dat? En waarvoor staan ze eigenlijk? "De ochtend" vroeg het aan historicus Marc Reynebeau.

Beluister hieronder de uitleg van Marc Reynebeau of lees verder onder de audio:

1. Vanwaar komen die nationale of regionale feestdagen?

"De nationale of regionale feestdagen komen uit een lange traditie van collectieve feesten", zegt historicus Marc Reynebeau in "De ochtend" op Radio 1. "Ook in de vorige eeuwen waren er al feesten, al waren dat vaak religieuze feesten die draaiden rond een patroonheilige die symbool stond voor een gemeenschap."

De feestdagen zoals we ze nu kennen, ontstonden toen de koninklijke regimes verdwenen en vervangen werden door natiestaten. "Die natiestaten waren nieuw en moesten hun bestaan legitimeren. En dan komen nationale feestdagen van pas. De samenhorigheid wordt daardoor versterkt, want de mensen van zo'n natie hadden eigenlijk weinig met elkaar te maken."

2. Vieren ze altijd de onafhankelijkheid?

Neen, al zijn er wel heel wat naties die op hun feestdag hun onafhankelijkheid vieren. Enkele willekeurige voorbeelden, maar het lijstje is véél langer:

  • Verenigde staten, 4 juli: riep op die dag in 1776 de onafhankelijkheid uit. De dag wordt dan ook Independence Day genoemd.
  • Congo, 30 juni: op die dag onafhankelijk geworden van België in 1960.
  • Burundi, 1 juli: op die dag onafhankelijk geworden van België in 1962.
  • IJsland, 17 juni: op die dag onafhankelijk geworden van Denemarken in 1944.

3. Wat viert de rest dan?

Maar dus niet élk land of regio viert op zijn nationale feestdag de onafhankelijkheid. "Er is geen bepaalde regel rond. Eigenlijk kan elke reden worden gebruikt", zegt Reynebeau daarover. Enkele voorbeelden: 

  • Frankrijk, 14 juli: herdenking van de bestorming op de gevangenis Bastille in Parijs in 1789, wat wordt gezien als het begin van de Franse Revolutie. 
  • Nederland: geen echte vaste nationale feestdag, wordt vervangen door koningsdag en is dus afhankelijk van de verjaardag van de koning die op dat moment op de troon zit.
  • België, 21 juli: op die dag in 1831 legde Leopold I als eerste koning in België de eed af. 
  • Vlaanderen, 11 juli: herdenking van de Guldensporenslag in 1302.
  • Franse Gemeenschap, 27 september: op die dag in 1830 wonnen de patriotten op de Hollandse troepen in het park van Brussel. Daarmee vieren ze ook de Belgische onafhankelijkheid. 
  • Waalse Gewest: viert elke derde zondag van september, onder meer omdat het dan sowieso een vrije dag is, niet echt een bepaalde reden. 
  • Duitstalige Gemeenschap, 15 november: valt samen met Koningsdag in België. 
  • Brussel, 8 mei: oorspronkelijk het feest van de patroonheilige van Brussel. Later zijn daar nog enkele redenen bij gekomen, zoals het einde van de Tweede Wereldoorlog (wat ook op 8 mei viel) en de Iris - het symbool van Brussel - bloeit in die periode ten volle. 

4. Hebben zulke feestdagen nog zin?

"Ik vind van wel", zegt Reynebeau. "Het is goed om zo'n moment te hebben, waarbij het ook wordt uitgesproken dat mensen die in dezelfde regio wonen tot dezelfde natie behoren. De aanleiding daarvoor maakt op zich weinig uit."