Sterven is bij voorkeur ‘ver van ons bed’: we denken er niet graag over na

Hoe wil ik dat mijn leven eindigt, als ik in een onomkeerbare coma beland? Wil ik dan euthanasie of niet? Kies ik voor een comfortbehandeling bij een terminale ziekte, of wordt het een levensverlengende behandeling? Het zijn dingen waar we op doodgewone dagen niet meteen mee bezig zijn. Maar na de recente gebeurtenissen in het dossier-Vincent Lambert, is de vraag stellen essentiëler dan ooit, stelt Benedikte Van Eeghem. Zij heeft haar keuzes gemaakt.

opinie
Benedikte Van Eeghem
De auteur is communicatiemedewerker bij OCMW Brugge, copywriter, tekstredacteur en blogger. Ze schrijft over de actualiteit, opvoeding, sociale thema's en de dingen die haar 'positief' wakker houden.

Voor wie het nieuws de jongste dagen niet op de voet volgde: Vincent Lambert is de Fransman die na een verkeersongeval in 2008 in een onomkeerbare coma belandde. Ondanks herhaalde verzoeken van zijn echtgenote en familie om behandelingen stop te zetten, werd hij toch in leven gehouden. Uiteindelijk besliste het Hof van Cassatie, in navolging van het Hof voor de Rechten van de Mens, dat de wens van Lamberts vrouw en naasten moest worden ingewilligd. Hij overleed op 11 juli 2019.

Een eenvoudige rekensom leert ons dat er in dit dossier bijna 11 jaar verstreken zijn. Meer dan een decennium heeft juridisch getouwtrek ervoor gezorgd dat een man in quasi vegetatieve toestand, tot leven werd verplicht. De morele last voor de betrokkenen was immens, net omdat dat ‘resterende’ leven geen kwaliteit meer bood aan de persoon in kwestie. Wanneer je niet meer kan bewegen of communiceren, is je (spreekwoordelijke) bewegingsvrijheid immers nihil. Voor cruciale beslissingen – ook over je levenseinde – ben je overgeleverd aan de wil van anderen.

Het dossier-Lambert drukt ons daardoor keihard met de neus op de feiten: leven is, jawel, een zeer eindig verhaal. Het stopt in een vingerknip en in het slechtste geval sterf je niet zachtjes, snel of comfortabel. Je belandt mogelijk in een uitzichtloze grijze zone, tussen leven en dood. Dan moeten anderen in jouw naam knopen doorhakken, zeker als er niks op papier staat. Maar die verantwoordelijkheid kan of wil niet iedereen dragen. 

Welk levenseinde wil ik?

Om het proces te verzachten, is er in België nochtans – of moet ik zeggen: gelukkig – een vergevorderd juridisch kader. Via officiële weg kun je, bij leven en welzijn, verklaren hoe jij je levenseinde tot op zekere hoogte graag geregisseerd ziet. Er bestaan wilsverklaringen voor euthanasie, comfortbehandeling, orgaandonatie en uitvaart. Je kunt ze bij elk stadsbestuur laten registreren, volgens jouw bepalingen. Het breekpunt is helaas dat we over die dingen niet graag nadenken of praten. Zeker niet als we nog kerngezond zijn en lengte van jaren en dagen voor ons hebben. Sterven is bij voorkeur: ver van ons bed. Niet voor morgen.

In de laatste maanden van zijn leven gaf mijn vader uitdrukkelijk te kennen dat hij niet wou lijden tot het einde.

En toch. Met amper 40 jaar op de teller heb ik een hele tijd geleden de denkoefening over mijn eigen einde wél rustig gemaakt. De aanzet was de ziekte van mijn vader – kort en onomkeerbaar – waardoor de dood in 2006 beleefd aan de deur klopte. In de laatste maanden van zijn leven gaf mijn vader uitdrukkelijk te kennen dat hij niet wou lijden tot het einde. De wilsverklaring euthanasie kwam er, zijn wens werd een paar maanden later ingewilligd. Het was het moment waarop ik besefte: het kan ook mij overkomen. Er staat geen leeftijd op ongeneeslijk ziek worden of in coma belanden. En ik wil, als het even kan, het lijden voor mezelf en de omstaanders op dat moment ook beperken.

Wilsverklaring biedt gemoedsrust

Intussen zijn we ruim 13 jaar verder. Ik heb de eerder vernoemde wilsverklaringen thuis in een kaft op een vertrouwde plek liggen. Er zijn getuigen aangeduid die mijn wens, als het zover komt, zullen helpen inwilligen. De huisarts is op de hoogte, intimi zijn dat ook. Die gedachte biedt me een stuk gemoedsrust, zeker omdat ik zonder partner door het leven ga. Niet dat ik snel mijn laatste adem wil uitblazen of het leven moe ben. Wel dat zulke documenten, ethische discussies bij voorbaat kunnen ontzenuwen. Ze zijn in zekere zin de krijtlijnen voor het levenseinde, wanneer het zich aandient. Als de invulling van de krijtlijnen ooit nodig blijkt, zal de last voor vrienden en familie hopelijk beperkt zijn en is juridisch getouwtrek niet aan de orde.

In het geval van Vincent Lambert lagen de kaarten anders. Het wettelijk kader voor levensbeëindiging en alles wat erbij hoort, is in Frankrijk ook een stuk minder uitgekiend dan het Belgische. Reden te meer om er hier wel gebruik van te maken, als je er belang aan hecht. Je zou kunnen zeggen: de dood is van ons allemaal. En dus hoeven we de denkoefening daarover eigenlijk maar één keer te maken. Hoeven, niet moeten.

VRT NWS wil op vrtnws.be een bijdrage leveren aan het maatschappelijk debat over actuele thema’s. Omdat we het belangrijk vinden om verschillende stemmen en meningen te horen publiceren we regelmatig opinieteksten. Elke auteur schrijft in eigen naam of in die van zijn vereniging. Zij zijn verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst. Wilt u graag zelf een opiniestuk publiceren, contacteer dan VRT NWS via moderator@vrt.be.