AFP or licensors

Daar zijn de ketonen weer in het wielerpeloton: het is geen doping, maar wat is het dan wel? En wie heeft er baat bij?

De jongste 48 uur zijn ketonen weer helemaal 'hot', omdat verschillende spelers in het peloton erover zijn beginnen te praten. Hoe zit het nu weer precies? En hoeveel beter kan je er nu eigenlijk van worden? "Er is een verschil tussen gewone sporters en topatleten, maar bij die laatste geldt dan weer dat zelfs het kleinste verschil de doorslag kan geven."

Wat is er de voorbije uren en dagen gebeurd?

Toen we begin mei uitgebreid over ketonen berichtten, wilden de atleten en begeleiders met wie we contact opnamen er liever niets over kwijt voor de camera, maar de laatste dagen gaat het plots snel in het Tourpeloton.  Een kleine reconstructie: eerst was er Lance Armstrong die in zijn podcast "The Move" uitdrukkelijk naar Deceuninck-Quick-Step wees als grote gebruiker van ketonen, maar wel met een vreemde conclusie (daarover later in dit artikel meer). 

Gisteren was er Tiesj Benoot (Lotto) die bij VTM Nieuws toegaf dat hij een van de renners is die het middel gebruikt, en meteen bevestigde dat de recuperatie beter is. De Nederlandse Jumbo-Visma-ploeg volgde, wat in Nederland veel ruchtbaarheid kreeg: Jumbo-Visma won de ploegentijdrit op de tweede dag van de Tour, in Brussel, en was tot nu toe al goed voor twee dagen gele trui en drie ritzeges met Mike Teunissen, Dylan Groenewegen en Wout Van Aert. Prompt reageerde een andere Nederlandse ploeg, Sunweb, dat zij ketonen voorlopig nog afweren omdat ze er nog geen brood in zien. En vanmiddag dan kwam de Belgische Lotto-ploeg over de brug: ploegdokter Servaas Bingé bevestigt dat ze het ook daar gebruiken: "Sommige renners doen het, anderen niet." 

Hoe groot is het effect nu eigenlijk?

Ketonen zijn geen dopingproduct. Ze zijn door het Wereldantidopingagentschap WADA destijds, na onderzoek, niet op de verboden lijst gezet, hoewel ze de prestaties wel degelijk flink kunnen verbeteren. Ze kunnen overigens nuttig zijn in gelijk welke duursport, niet enkel in wielrennen. 

Het is ook zo dat de ene atleet er beter zal op "reageren" dan een andere, en er dus meer of minder voordeel zal van hebben: de cijfers van Hespel hebben betrekking op gemiddeldes

Begin mei hadden we het over winstmarges tot 15 procent: duursporters zouden er bij zware belasting tussen 5 en 15 procent beter van kunnen worden. Die cijfers zijn klinisch onderzocht door het team van professor Peter Hespel, maar hebben betrekking op 'gewone', sportieve personen.

Je kan die 15 procent niet zomaar extrapoleren naar elite-atleten

De hamvraag is nu hoeveel topatleten, die al afgetraind zijn, er beter van kunnen worden. Bij hen zal dat effect veel lager liggen. In wielermiddens circuleert momenteel een cijfer van één tiende, anderhalf procent dus. Hespel spreekt dit niet tegen, net als een andere ketonenspecialist in België, sportarts Ruud Van Thienen. Maar daar is geen (openbaar) klinisch onderzoek van bekend. 

Peter Hespel: "Het zou belachelijk zijn om te concluderen dat ook topatleten 15 procent beter worden. Dat zou betekenen dat de wielrensters in het vrouwenpeloton plots sneller zouden gaan rijden dan de mannen, of dat Eliud Kipchoge, de recordhouder op de marathon, plots de marathon in 1 uur en 48 minuten zou gaan lopen (nu staat dat officieuze wereldrecord op 2 uur, 1 minuut en 39 seconden, in Berlijn 2018, en atleten bijten zich jarenlang de tanden stuk op de magische grens van 2 uur nvdr.). De topsport werkt niet met zulke grote verschillen, we mogen dit dus niet extrapoleren naar de elite. Maar ook al gaat het maar om een tiende, dan nog is het een zeer groot effect." 

Ex-topsprinter Robbie McEwen wees daar ook al op in "Vive le vélo": omdat in topsport elke seconde telt, kan anderhalf procent al een groot verschil maken. "Een Tour wordt gewonnen in 85 uur, en het verschil met de tweede is bijvoorbeeld twee minuten." (ter vergelijking: in dit voorbeeld zou anderhalve procent tijdswinst zowat 75 minuten zijn, maar er wordt uiteraard vaak in peloton gereden; in één aparte tijdrit met een eindtijd van een uur - waarin er constant vol wordt gereden - kan het ook al gaan om 54 seconden. (We gaan hierbij uit van 1,5% winst in tijd of snelheid, niet van het geleverde vermogen, want dan is er minder tijdswinst, nvdr.)

Maar los van het fysieke, zijn er ook andere voordelen van ketonen: een betere 'natuurlijke' honger, sterker beendergestel enz. Ketonen worden vaak genoemd als een van de marginal gains, de kleine dingen die mee het verschil maken, maar die niet de hoofdmoot van het succes vormen. Het gaat daarbij om b.v. de positie op de fiets, materiaal, kledij, trainingsmethodes, voeding, voedingssupplementen enz. Al kan je natuurlijk discussiëren over het feit dat anderhalve procent (gemiddeld, want het verschilt van atleet tot atleet) nog wel "marginaal" is.

Zelfs bij een winst van 'maar' anderhalve procent, kan dat in een tijdrit van een uur een winst betekenen van 54 seconden

(Lees verder onder de video)

Wie neemt het?

Een ander belangrijk gegeven is dat niet iedereen het gebruikt in het peloton. Dat bleek al uit de getuigenissen van Jumbo-Visma (wél) versus Sunweb, het team van ex-Giro-winnaar Tom Dumoulin (niét) bijvoorbeeld. 

Het kan ook afhangen van het land: in Frankrijk zijn teams naar verluidt niet zo happig op ketonen, bevestigde Oliver Naesen (AG2R) eerder al. Hij wil het wel eens proberen, maar krijgt geen toestemming van de ploegleiding, vertelde hij in "Vive le vélo". Het gaat ook om geld: het product is heel duur (ongeveer 30 euro voor één dosis, en je kan er per dag twee tot drie gebruiken), en niet elke renner of ploeg kan dat zomaar betalen. Als een ploeg financieel moet helpen, zullen ze daarom kiezen voor de betere renners, de toppers. 

Maar er is meer. Sommige renners gebruiken het product liever niet, omdat ze er liever niet van weten, en anderen "verteren" het minder goed. Het kan immers een effect hebben op de vertering, zeker als ketonen net voor of tijdens de wedstrijd worden genomen. 

Hoeveel procent van het peloton aan de ketonen zit, is niet bekend, want veel renners zelf blijven weigerachtig om erover te praten. Ze vrezen dat een goede prestatie zal worden toegeschreven aan ketonen, terwijl dat maar "een deeltje van de puzzel" is, en delen een mogelijk voordeel waarvoor ze zelf gewerkt hebben, liever niet. Er circuleert een cijfer van 50 procent van het peloton, maar dat is dus niet bevestigd.  

Het product is heel duur, en daarom niet voor iedereen weggelegd. Zelfs binnen een zelfde ploeg zijn er renners die ketonen nemen, en anderen niet

Weet iedereen wel wat ze moeten doen?

Ketonen hebben nog niet zo lang algemeen ingang gevonden. Het is voor renners daarom niet altijd makkelijk om het product, als ze erin investeren, correct te gebruiken. Sommigen kiezen daarvoor voor een aparte "ketonenbegeleider" om het echt te laten renderen. Want er zijn valkuilen. 

Het onderzoek van Peter Hespel heeft het effect op de recuperatie onderzocht, specifiek met toediening van ketonen na de prestatie en voor het slapengaan. Ketonen nemen net voor de wedstrijd of zelfs tijdens, is iets helemaal anders. Zoals we eerder berichtten, werken ketonen vooral bij een submaximale inspanning: dus niet als een atleet in het rood gaat, maar dus bij een iets lagere hartslag, onder de maximale.

Na de publicatie van de artikels werd ik opgebeld door andere ploegen

Dat Armstrong in zijn podcast aangeeft dat Julian Alaphilippe (Deceuninck- Quickstep) net voor de finale een drinkbus ging halen met ketonen in, klinkt in dat verband vreemd. Want het zou niet echt slim zijn van Alaphilippe, die rijdt in de ploeg die Peter Hespel met raad en daad bijstaat. Ketonen nemen in de finale van de wedstrijd, of bijvoorbeeld voor de Koppenberg en de Paterberg, zou dus geen goed idee zijn. 

Het is wel zo dat wie ketonen neemt tijdens of net voor een wedstrijd, wellicht het voordeel heeft dat het lichaam eerst en vooral de ketonen zal aanspreken. De glycogeenvoorraden in onze spieren blijven daardoor nog even buiten schot, waardoor een atleet na een lange wedstrijd op het einde nog wat over zal hebben. In het wielrennen kan een renner bijvoorbeeld ketonen nemen voor de start en hopen op een rustige aanloop.

Tijd brengt raad, maar expertise ontbreekt vaak nog, blijkt ook uit het feit dat Hespel na de publicatie van onze artikelenreeks in mei verschillende telefoontjes kreeg van andere ploegen met de vraag om hen raad te geven. Maar Hespel werkt tot nader order enkel voor Deceuninck-Quick-Step in het peloton. 

Kijk hieronder naar een fragment uit "Vive le vélo" waarin Marijn De Vries, Jolien Verschueren en Staf Scheirlinckx het over ketonen hebben: "Nu de sport cleaner wordt, gaan we meer en meer zoeken naar de kleine details om het verschil te maken. Dit is een bewijs dat de sport cleaner wordt". 

Video player inladen...