Nicolas Maeterlinck

Heeft VRT NWS goed bericht over de zaak-Van Dijck?

Het was natuurlijk lastig voor de VRT-journalisten op 11 juli. Het einde van de Vlaamse feestdag op het Brusselse stadhuis verliep helemaal anders dan gepland. VRT-journalisten moesten daardoor wel aandacht geven aan berichten die ze niet zelf hadden kunnen controleren. Maar de voorwaarde blijft wel dat de zaak zo snel mogelijk tot de juiste proporties wordt herleid. En dat had af en toe wat beter gekund. Een evaluatie in vijf punten.

1. "Een ongecheckt bericht de wereld insturen"

Tijdens een live-uitzending wordt de voorzitter van het Vlaams Parlement ineens weggeleid uit de zaal. Na een kort besloten overleg stapt hij zonder een woord in een auto. Beloofde interviews worden ineens afgezegd. Dat is niet hoe een 11 juliviering normaal verloopt. Zeker in een live-uitzending kunnen journalisten weinig anders dan zeggen dat er bepaalde dingen gebeuren en uitleggen waarom ze gebeuren. Onvermijdelijk geven ze daarmee aandacht aan berichten die op dat moment niet gecontroleerd kunnen worden. Een tiental kijkers had daar moeite mee. “Jullie moeten toch alles checken en dubbelchecken?”

Maar wezenlijk hebben de aanwezige journalisten alleen maar gezegd wat ze wel degelijk zeker wisten: de voorzitter van het Vlaams Parlement loopt weg op een 11 juliviering wegens een op dat moment niet te controleren verhaal op de website P-magazine.   

“Het was een lastige keuze”, zegt Linda De Win me, “maar we konden ook niet doen alsof het niet gebeurde. We hebben wel uitdrukkelijk gezegd dat we het verhaal van P-magazine op dat moment niet konden checken en we hebben uiteraard Kris Van Dijck onmiddellijk wederwoord proberen te geven. Hij koos ervoor om daar niet op in te gaan.”

Had Villa Politica op dat moment de indruk gecreëerd dat er niets aan de hand was, dan waren er allicht net zo goed klachten gekomen.

2. Journalisten als onderdeel van de “machinatie”

Bart Sturtewagen schreef de dag nadien in De Standaard dat de zaak “ongetwijfeld een gevolg was van een machinatie”. P-Magazine zelf zei in Gazet van Antwerpen dat de redactie weken had gewerkt aan de zaak en dat het toeval was dat ze net werd gepubliceerd toen Van Dijck voor de live-camera’s zijn 11 juli toespraak hield. 

Hoe dan ook worden journalisten soms geconfronteerd met informatie die met kwade bedoelingen wordt gelekt. Dat betekent nog niet dat die informatie niet maatschappelijk relevant zou kunnen zijn of dat er niet over bericht zou mogen worden. 

Maar de journalistieke deontologie kent wel het principe van het “wederhoor”. Wanneer een medium ernstige beschuldigingen publiceert die de eer en de goede naam betreffen, is het aangewezen dat de betrokkene vooraf wordt gecontacteerd. U vindt er meer over in artikel 20 van de code van de Raad voor de Journalistiek. Het is aan P-magazine om uit te leggen waarom dat in dit geval niet is gebeurd.

De VRT-journalisten hebben in elk geval geprobeerd om Kris Van Dijck zo snel mogelijk de kans te geven zijn versie van de feiten te geven. Maar sommige kijkers vonden dat precies een probleem. Ze ergerden zich aan de beelden waarop de voorzitter vragen kreeg terwijl hij in de auto stapte en duidelijk geen zin had om te antwoorden. Maar die vragen zijn op dat moment eigenlijk een journalistieke plicht en dat de voorzitter niet wil antwoorden is op dat moment relevant. Dus worden de beelden ook uitgezonden. Ik weet uit eigen ervaring dat je als tv-journalist ook niet altijd gelukkig wordt van wat je op dat moment moet doen. Maar je moet het wel doen.

3. Het belang van precies formuleren

Hoe je een beschuldiging juist formuleert, is erg belangrijk. Ik heb natuurlijk het voordeel van de tijd. Maar ik probeer even heel precies te zeggen waar de zaak-Van Dijck nu over ging.

De voorzitter van het Vlaams Parlement heeft mogelijk een inbreuk gepleegd op de deontologische code van zijn eigen parlement. Hij vroeg namelijk aan de minister om “enige spoed” te zetten achter een heel specifiek dossier van iemand met wie hij een relatie had. De deontologische code van het parlement gaat ervan uit dat het bespoedigen van het ene dossier neerkomt op het benadelen van het andere. Toch zijn experts het er niet over eens of de voorzitter hier nu echt een fout heeft gemaakt. De zaak zou eigenlijk bekeken moeten worden door een commissie in het Vlaams Parlement, maar die is nog niet samengekomen. 

De parlementsvoorzitter raakte door zijn brief ook betrokken bij mogelijke oplichting van de sociale zekerheid. De dame voor wie hij de brief schreef, heeft uiteindelijk meer dan 5000 euro ontvangen van het FSO. Dat is een fonds voor werknemers die gedupeerd raken bij een bedrijfssluiting. Maar de zaakvoerder van het betrokken bedrijf zegt in het Nieuwsblad dat de dame nooit echt heeft gewerkt voor het bedrijf en dat ze ook geen loon kreeg. Het is niet duidelijk of de parlementsvoorzitter daarvan op de hoogte was. 

Er wordt nu onderzocht of de dame mogelijk ook ten onrechte een werkloosheidsuitkering heeft gekregen. 

De parlementsvoorzitter, die al eerder in opspraak was omdat hij dronken achter het stuur zat, heeft ontslag genomen.

Dat Linda De Win, overvallen door de feiten, niet veel meer kon dan de nogal lapidaire titel van P-magazine citeren, is begrijpelijk. Maar later op de dag moeten de formuleringen preciezer en genuanceerder worden. En dan ben ik niet helemaal gelukkig met wat er in het belangrijkste artikel over de zaak stond en nog steeds staat, op het moment dat ik deze column publiceer: 

“Volgens P-magazine zou Van Dijck samen met een prostituee fraude hebben willen plegen. Van Dijck laat weten dat hij nooit iets gedaan heeft dat tegen de wet ingaat.”

P-magazine schrijft dat de voorzitter van het Vlaams Parlement geprobeerd zou hebben om op frauduleuze wijze een escortmeisje een uitkering te bezorgen.

Die formuleringen gaan er eigenlijk van uit dat P-magazine beweert dat Kris van Dijck wist dat er gefraudeerd werd. In het wat gechargeerde artikel van P-magazine lijkt dat geïmpliceerd te worden, maar het wordt niet echt gezégd en er worden ook geen argumenten voor aangebracht. Er zijn voorlopig ook geen andere argumenten voor aan het licht gekomen. Ik vind daarom dat de formuleringen in het VRT-artikel genuanceerder hadden gekund.

4. Heeft Kris Van Dijck nu een fout begaan of niet?

Zodra een journalist goed geformuleerd heeft wat er mogelijk fout is gegaan, moet hij natuurlijk op zoek naar feiten en gezaghebbende standpunten daarover. 

In zijn mededeling schrijft Kris Van Dijck dat hij “niets onwettigs” heeft gedaan. Zijn advocaat spreekt later zelfs van “bewijzen van onschuld”. Het zal moeten blijken of dat klopt. Zelfs als iets geen inbreuk zou zijn op de wet, mogen en moeten journalisten nog altijd ethische vragen stellen: kan je dit wel maken? 

Maar het duurde erg lang voor die ethische vragen aan bod kwamen. Pas in het radiojournaal van 21.00 uur kwam professor Johan Ackaert aan het woord, die wees op de deontologische code van Vlaams Parlementsleden. 

Die uitspraak werd ook herhaald in het radionieuws van de volgende dag én besproken in De Ochtend.  Maar VRT NWS nam dit niet over op andere platformen. Het gaat nochtans om de kern van de zaak. Als Kris Van Dijck echt iets verweten kan worden, is het (mogelijk) dat.

Deontologie-expert Stijn Verbist (UHasselt) vond op zaterdag in De Standaard dan weer dat de beslissing om de dame uit te betalen toch al was genomen en dat er wezenlijk geen fout was. Ook dat werd niet opgepikt.

VRT Radio interviewde wel nog andere politici over dienstbetoon op de radio, en dat werd wel overgenomen op de website. 

Maar in die interviews zat geen enkel concreet element en geen concreet standpunt over de zaak-Van Dijck. Het lijkt wel alsof de redactie eigenlijk niet geïnteresseerd was in de vraag of Van Dijck nu een ethische fout heeft gemaakt of niet. Het radio-interview dat daarover wel degelijk een uitspraak deed, met Johan Ackaert, werd niet overgenomen of opgevolgd.

Ook over de mogelijke oplichting van de sociale zekerheid bleef ik wat op mijn honger zitten. Ik zat in het buitenland, een beetje aan de smartphone gekluisterd, zoals zovelen. Toen ik hoorde dat er een vennootschap betrokken was bij de mogelijke fraude, verwachtte ik snel nieuws van VRT. Een vennootschap heeft sporen in het Staatsblad en verantwoordelijken. Een faillissement heeft een curator. De kranten lieten die mensen aan het woord en brachten meer nieuws aan. VRT NWS was goed in zijn politieke verslaggeving maar reed minder aan de kop voor die aspecten.

5. Wat is het grote plaatje?

Goede journalistiek slaagt er ook in om van het incident naar het grotere plaatje te gaan. Als ik de elementen “parlementsvoorzitter” en “escortdame” weglaat, blijft er ongeveer dit over: 

Je kan in dit land een tegemoetkoming krijgen van het FSO zonder dat je echt werknemer bent geweest. Dat fonds dient nochtans voor gedupeerde werknemers bij bedrijfssluitingen. De zaakvoerder van het bedrijf geeft in de krant toe dat het eigenlijk om schijntewerkstelling ging. De curator van het bedrijf had overigens het parket op de hoogte gebracht, lezen we ook weer in de kranten. Hij vreesde voor een frauduleus faillissement. De vennootschap had een gebrekkige boekhouding en nauwelijks activa. Het parket vond het uiteindelijk niet nodig te vervolgen, maar heeft allicht de mogelijke schijntewerkstelling niet grondig bekeken. De tip van de curator stierf ook een stille dood bij het parket. Het FSO wist er niet van en deed zelf kennelijk geen grondig onderzoek. Ook de RVA en de arbeidsinspectie waren niet op de hoogte. Ze openen nu een onderzoek, maar de vraag blijft waarom dat vijf jaar geleden niet gebeurde.

Kijk, daar zou een journalist vragen bij kunnen stellen. Want dat gaat over het functioneren van ons staatsapparaat. Maar die vragen kwamen naar mijn aanvoelen nog iets te weinig aan bod bij VRT NWS.

Conclusie

De zaak-Van Dijck is lastig voor redacties. Het gebeurt live voor de camera, maar het is gebaseerd op onbevestigde en eenzijdige berichten. De gebeurtenissen volgen elkaar snel op. Er is de politieke context die geduid moet worden, wat overigens goed gebeurd is. Maar er had nog iets meer gewerkt kunnen worden op de kern van de zaak. Zoals wel vaker bij dit soort zaken, blijf je achteraf soms achter met het gevoel: “Waar ging het nu eigenlijk over?” Het totaal van de berichtgeving van VRT NWS had op dat vlak hier en daar wat beter gekund.