Docent KU Leuven: "Dijlewater kan 20 procent van woningen in Leuven verwarmen"

"Met warmte uit de Dijle zou je 20 procent van de woningen in Leuven kunnen verwarmen en de CO2-uitstoot als gevolg van verwarming met 50 procent verminderen. Voorwaarde is dat je ervoor zorgt dat er geen impact is op het ecosysteem van de rivier". Dat stelt docent Stijn De Jonge van Campus Groep T van de KU Leuven in de Campuskrant, het maandblad van de KU Leuven.

De Jonge begeleidt de studenten die deelnemen aan de studentencoöperatie CORE, dat in opdracht duurzame energieprojecten realiseert.

Naar aanleiding van de bouw van een nieuw schoolgebouw vroeg de stad Leuven aan CORE om een verwarmingssysteem te ontwerpen op basis van de beschikbare warmte in de Dijle. Sinds de oprichting van CORE in 2012 werd al aan verschillende projecten meegewerkt waarbij restwarmte gerecupereerd werd om gebouwen te verwarmen. Dat was onder meer het geval met het warmtenet in Eeklo met de restwarmte van een afvalverbrandingsoven.

In geval van rivierwater, zoals bij de Dijle, wordt warmte opgevangen en verder opgewarmd om er de vloer van gebouwen mee te verwarmen. In het buitenland zijn er al voorbeelden, zoals in Londen met de Thames.

"We doen nu onderzoek naar de gevolgen op de biodiversiteit in en rond het water. Er bestaan ook nog geen richtlijnen voor het gebruik van warmte uit rivierwater", aldus Thomas Holemans, student industrieel ingenieur.

De uitrusting van het nieuwe schoolgebouw met het systeem komt te vroeg, maar CORE is samen met de stad Leuven op zoek naar andere proeflocaties. Hierbij wordt onder meer gedacht aan de plannen die de stad koestert voor een openluchtzwembad.