Nicolas Maeterlinck

Hoort u het in Keulen donderen bij de vele bestuurs­instellingen in Brussel? Wij leggen het voor u uit

Nu het Brussels Gewest een nieuwe regering heeft en een naam op de verschillende politieke functies is gekleefd blijkt eens te meer hoe ingewikkeld de politieke instellingen van onze hoofdstad zijn. Dit is een gps die u wegwijs moet maken in het politieke labyrint van de hoofdstad.

Elke Van den Brandt (Groen) wordt niet alleen minister in de Brusselse regering, maar wordt ook voorzitter van de Vlaamse Gemeenschapscommissie (VGC). Barbara Trachte (Ecolo) wordt dan weer staatssecretaris en voorzitter van de Franse Gemeenschapscommissie (Cocof). Waartoe dienen die instellingen en hoe verhouden ze zich tot het Brusselse parlement en de Brusselse regering? Het antwoord op die vraag moeten we zoeken in de verschillende staatshervormingen.

Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest is een van de drie gewesten van ons land, maar kreeg pas 10 jaar na het Vlaamse en het Waalse Gewest eigen instellingen. Dat werden het Brussels Hoofdstedelijk Parlement en de Brusselse Hoofdstedelijke regering. Om de rechten van de Vlamingen te vrijwaren hebben zij een gewaarborgd aantal zetels in het parlement en is de regering paritair samengesteld. Parlement en regering in de hoofdstad zijn bevoegd voor gewestelijke materies.

Persoonsgebonden materies, zei u?

Ons land kent niet alleen drie gewesten, maar ook drie gemeenschappen. De Vlaamse, de Franse en de Duitstalige Gemeenschap zijn verantwoordelijk voor zaken zoals onderwijs, welzijn, sport, media en cultuur: dingen die verbonden zijn aan mensen of zogenoemde persoonsgebonden materies.

Nu wordt het pas ingewikkeld: omdat het Brussels Gewest tweetalig is, zijn zowel de Vlaamse als de Franse Gemeenschap bevoegd voor de persoonsgebonden materies. Die bevoegdheden worden in de hoofdstad uitgeoefend via de Vlaamse Gemeenschapscommissie (VGC) en de Franse Gemeenschapscommissie (Cocof).

In overeenstemming met de gewestelijke instellingen bestaan zowel de VGC als de Cocof uit een Raad of parlement (wetgevend orgaan) en een College (uitvoerend orgaan). Het College van de Vlaamse Gemeenschapscommissie bestaat uit de Nederlandstalige ministers en staatssecretarissen uit de Brusselse Gewestregering, het College van de Cocof bestaat uit de Franstalige ministers en staatssecretarissen. De Raden van beide gemeenschapscommissies worden samengesteld door de parlementsleden van hun taalgroep.

En het wordt nog ingewikkelder, want je hebt ook nog een Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie (GGC), die bevoegd is voor personen en gemeenschapsinstellingen die niet exclusief onder één gemeenschap vallen. Ook de GGC heeft een wetgevend en een uitvoerend orgaan: de Verenigde Vergadering en het Verenigd College. Zowel vergadering als college worden samengesteld uit respectievelijk alle Brusselse parlementsleden en alle Brusselse regeringsleden. Daarnaast hebben een Brussels lid van de Vlaamse regering en van de Franse Gemeenschapsregering een raadgevende stem in het Verenigd College.

Sterk gewest of veredeld gemeentebestuur?

Door de versnippering van bevoegdheden is de Brusselse regering in het verleden niet altijd een toonbeeld van daadkracht gebleken. Daarbij komt nog dat het Gewest, dat zo'n 1,2 miljoen inwoners telt, nog eens in 19 verschillende gemeenten en 6 verschillende politiezones is opgedeeld. Al die gemeenten en politiezones zijn erg gesteld op hun eigen autonomie, en die belangen lopen niet noodzakelijk gelijk met de gewestelijke belangen.

Een mooi voorbeeld is de aangekondigde invoering van de zone 30 in het hele gewest. Dat mag dan wel in het regeerakkoord van de nieuwe Brusselse regering staan, voor de effectieve uitvoering is de medewerking nodig van de verschillende gemeenten, verantwoordelijk voor de verkeersinfrastructuur, en van de verschillende politiezones, verantwoordelijk voor de handhaving. Allicht geldt hier ook dat "the proof of the pudding is in the eating".

Een opheffing van de 19 gemeentelijke "baronieën" is niet voor morgen. In het regeerakkoord staat dat erover zal worden gepraat en dat er ten vroegste in september 2021 een verslag zal worden opgemaakt. Er kan al over worden gepraat - dat is al iets - maar of al dat gepraat ergens toe zal leiden, is nog maar de vraag. Over de eventuele samensmelting van de politiezones staat zo goed als niets in het regeerakkoord.

De Brusselse regering is het zwakke broertje naast het grotere Vlaanderen en Wallonië en moet bovendien rekening houden met de gevoeligheden in 19 gemeenten. De Vlaamse leeuw kan klauwen, de Waalse haan kan kraaien, maar wat vermag de Brusselse iris?