Krijgt de socialistische premier Pedro Sánchez een nieuwe regering op de been? AFP or licensors

Krijgt Spanje deze week voor het eerst een coalitieregering?

Bijna drie maanden na de verkiezingen van 28 april stemt het Spaanse parlement vanaf vandaag over de kandidatuur van de aftredende socialistische premier Pedro Sánchez om zichzelf op te volgen. Sánchez leek af te stevenen op een coalitieregering met het radicaal-linkse Podemos. En dat zou de eerste coalitieregering in de democratische geschiedenis van Spanje zijn. Maar niets is zeker in dit spannende verhaal, zo bleek gisteravond nog maar eens.

analyse
Mieke Strynckx
Mieke Strynckx is buitenlandjournalist bij VRT NWS, gespecialiseerd in Spanje, Italië en migratie

In het verleden -dat wil zeggen sinds de overgang van dictatuur naar democratie eind jaren 70- was de Spaanse politiek relatief simpel. Er waren twee grote partijen: de conservatieve Partido Popular en de socialistische PSOE. Bij elke verkiezing won een van die twee de verkiezingen en belandde de ander in de oppositie.

Maar de laatste jaren zijn er kapers op de kust: het radicaal-linkse Podemos brak als eerste door in de nationale politiek, daarna volgde het rechts-liberale Ciudadanos en sinds de laatste verkiezing in april speelt ook het uiterst rechtse Vox mee op het hoogste niveau. Het werd dus moeilijker voor de twee grote partijen om nog een meerderheid te halen. 

De verkiezingsuitslag van 28 april dit jaar liet in theorie verschillende coalities toe die een absolute meerderheid hadden. Een coalitie tussen de twee grootste partijen PSOE en PP bijvoorbeeld, maar dat is een ideologisch zo goed als onmogelijke coalitie tussen twee traditionele tegenpolen.

Ook een coalitie tussen PSOE en Ciudadanos had een absolute meerderheid. Op papier leek dat niet onmogelijk, de twee partijen zijn in essentie centrumpartijen en hebben in principe op veel vlakken raakpunten. Binnen de Europese instellingen was dit ongetwijfeld ook de droomcoalitie die een stabiele regering moest opleveren in een van de grootste landen van Europa.

De Catalaanse kwestie

Maar Ciudadanos is de laatste jaren flink naar rechts opgeschoven, en dat heeft veel te maken met de Catalaanse kwestie. Ciudadanos is een Catalaanse partij die zich fel afzet tegen Catalaanse onafhankelijkheid. Die Catalaanse kwestie speelde een grote rol tijdens de verkiezingscampagne.

De emoties bij de bevolking waren erg hoog opgelaaid nadat de Catalanen twee jaar geleden een door het Grondwettelijk Hof verboden referendum hadden gehouden over onafhankelijkheid, en uiteindelijk ook eenzijdig die onafhankelijkheid uitriepen. 

De Catalaanse kwestie blijft tot kopzorgen leiden voor de Spaanse politiek AFP or licensors

Vanuit de erg conservatieve rechterflank van de Partido Popular was bovendien de uiterst rechtse partij Vox ontstaan, die zich erg anti-Catalaans positioneerde en zich zelfs burgerlijke partij stelde in het proces tegen de politieke leiders die het Catalaanse referendum hadden georganiseerd.

Er ontstond een opbod om zich om ter hardst op te stellen tegen de Catalanen, die een flink deel van de rest van het land de daver op het lijf hadden gejaagd. Tegen die achtergrond klonk Ciudadanos zich tijdens de verkiezingscampagne vast aan de twee andere rechtse partijen PP en Vox. 

Aan de andere kant van het politieke spectrum ontstond een links blok, tussen de socialistische PSOE en het radicaal-linkse Podemos. Maar niet alleen haalde geen enkele partij een absolute meerderheid bij de verkiezingen, noch het linkse noch het rechtse blok haalde samen de verhoopte 176 zetels.

Vermits Ciudadanos elke samenwerking met Sánchez bij voorbaat uitsloot, had de socialistische leider geen andere keus dan gesprekken aan te knopen met zijn "natuurlijke" bondgenoot Podemos, ook op vraag van zijn achterban, die de avond na de verkiezingen om een linkse regering schreeuwde. "Niet met Ciudadanos", scandeerden zijn aanhangers.

De kwestie Podemos

Maar die gesprekken verliepen moeizaam. Podemos stuurde aan op een coalitieregering, maar daar wilde Sánchez niet van weten. Niet alleen vreesde hij voor een te radicaal-links imago, bovendien lag ook de Catalaanse kwestie opnieuw moeilijk. Podemos vindt immers principieel dat de Catalanen zich in een referendum over onafhankelijkheid moeten kunnen uitspreken, terwijl daar voor Sánchez absoluut geen sprake van kan zijn.

Sánchez wilde dus liever gedoogsteun van Podemos, of desnoods een coalitieregering met onafhankelijke ministers die door Podemos aangeduid konden worden. Maar dat stuitte op verzet en de gesprekken kwamen telkens opnieuw op een dood spoor. Het leek erop dat Spanje opnieuw afstevende op verkiezingen, de vierde in vier jaar tijd.

Pedro Sánchez van de PSOE en Pablo Iglesias van Podemos op 9 juli, toen nog dikke vrienden AFP or licensors

Maar afgelopen vrijdag kwam er een doorbraak toen de leider en het gezicht van Podemos, Pablo Iglesias, aankondigde dat hij zelf geen minister hoefde te worden. Wellicht komt wel de nummer twee van de partij in de regering, Irene Montero, tevens de vriendin van Iglesias. Podemos wil minstens vijf ministerposten. Maar een echt akkoord tussen beide partijen is er nog niet.

Bitse woordenwisseling

Aftredend premier Sánchez is dus zonder akkoord begonnen aan het parlementaire debat over zijn kandidatuur om opnieuw premier te worden. En dat is niet zonder risico. Want het wantrouwen tussen beide partijen is nog bijzonder groot, zo bleek gisteren tijdens dat debat.

Het kwam tot een bitse woordenwisseling tussen beide partijleiders, nadat Sánchez nog altijd een alternatief leek te zoeken voor een coalitie met Podemos. Iglesias bleek ook niet tevreden met wat de socialisten bereid waren zijn partij te bieden.

"U gedraagt zich alsof u de absolute meerderheid hebt", zei Iglesias. En hij waarschuwde Sánchez dat Podemos niet van plan was een "louter decoratief element" te worden in de regering. "We zullen ons niet laten vernederen, zei hij.  En na afloop tweette Podemos: "Sánchez heeft alleen maar neen gezegd. Zo onderhandel je niet."

AFP OR LICENSORS

De verbaasde commentatoren noteerden dat het moeizaam bereikte verbond tussen Sánchez en Podemos live voor hun ogen leek te verkruimelen. Het is dus de vraag hoe dit afloopt. Maar als de plooien nog gladgestreken raken, haalt Sánchez misschien donderdag zijn slag thuis. En krijgt Spanje misschien voor het eerst in zijn recente geschiedenis een coalitieregering.

De stemming

Technisch gezien gaat dat als volgt. Als een kandidaat-premier in Spanje denkt dat hij een regering kan vormen, trekt hij naar het parlement om zijn project te verdedigen. Bij een eerste stemronde moet de kandidaat een absolute meerderheid achter zich krijgen. Lukt dat niet, dan volgt er 48 uur later een tweede ronde, en dan is een relatieve meerderheid genoeg. Dat wil zeggen dat de kandidaat meer ja- dan neen-stemmen achter zich moet verzamelen.

Vandaag stemt het Spaanse parlement een eerste keer over de kandidatuur van Sánchez. De PSOE heeft samen met Podemos geen absolute meerderheid, en haalt het dus wellicht niet in de eerste stemronde. Maar ook de tweede stemronde donderdag wordt geen fluitje van een cent.

In het verleden konden minderheidsregeringen vaak worden gevormd doordat andere (grote) partijen zich bij de tweede stemming onthielden. Op die manier kwam een grote partij die geen meerderheid had, toch aan meer ja- dan neen-stemmen. Maar nu hebben de drie grote rechtse partijen alle drie al aangekondigd dat ze tegen zullen stemmen. Geen onthoudingen dus. Samen hebben ze 147 zetels.

Pedro Sánchez maakt in het parlement een zegegebaar na de speech waarin hij zijn kandidatuur voor het premierschap verdedigde AFP or licensors

En alweer de Catalanen

Dat betekent dat Sánchez en Podemos – die, áls hun verbond standhoudt, samen 165 zetels hebben en dus 11 zetels te kort – andere partijen moeten overtuigen om hun steun uit te spreken dan wel zich te onthouden bij de stemming. Het zou al flink helpen als ERC dat zou doen, de grootste "kleine" partij, ze heeft 15 zetels. Dat is een linkse partij, die dus ideologisch aanleunt bij dit regeringsproject. Maar het is ook een Catalaanse partij die voor onafhankelijkheid is.

ERC laat nog niet helemaal in zijn kaarten kijken. De partij wil de kandidatuur van Sánchez naar eigen zeggen niet blokkeren, maar wil ook niet de enige nationalistische partij zijn die zich onthoudt en dus niet tegenstemt. Ze zoekt daarvoor steun bij andere linkse nationalisten, in Baskenland bijvoorbeeld. In ruil voor onthouding verwacht de partij wel "een geste" van Sánchez. Maar die wil koste wat het kost vermijden dat hij afhankelijk wordt van Catalaanse separatisten. Hij wil dus liever steun zoeken bij andere kleine partijen en onafhankelijken. 

Donderdag zal blijken of Sánchez in zijn opzet slaagt, en op welke manier. Mocht het toch niet lukken, dan volgen er nog twee maanden waarin een regering kan worden gevormd, daarna gaat Spanje in november onherroepelijk nieuwe verkiezingen tegemoet, voor de vierde keer in evenveel jaren dus.