De Kesterheide in Gooik: het verhaal van een leeg graf en een "IJzeren Man"

Geschiedenis is soms dichterbij dan je denkt: achter “gewone” plaatsen kunnen verrassende, onverwachte verhalen schuilen, het ene al onbekender dan het andere. Deze week nemen we u mee naar enkele plaatsen in ons land en vertellen we u de geschiedenis van dat kleine hoekje België. Vandaag: de Kesterheide in Gooik, Vlaams-Brabant: Het verhaal van een leeg graf en een "IJzeren Man".

Er zijn zo van die interessante plekken die afgelegen zijn en toch niet veraf, boeiend en toch niet meteen opvallend. De Kesterheide in Vlaams-Brabant is daar een prachtig voorbeeld van. Een plek vol onverwachte geschiedenis.

De Kesterheide ligt in het Pajottenland, vlak naast de oude steenweg Asse-Edingen. Wie op de E40 Brussel-Oostende de afrit Ternat neemt, komt meteen op deze weg. (klik rechtsonder op de + of - om in of uit te zoomen)

We nemen die weg in zuidelijke richting. Even voorbij Leerbeek, op het grondgebied van de gemeente Gooik, zien we links een bord dat het dorpje Kester aanduidt. We slaan de tegenovergestelde richting in en rijden op de Kesterweg. Enkele honderden meters verder is er al iets bijzonders. We staan voor een ultramodern complex met schitterend witte koepels. Het lijkt op een Marsbasis of zo, maar de afspanning doet meer aan een gevangenis denken. Er staat geen enkele uitleg bij. Het gaat om een stel telecommunicatie­antennes van de NAVO, maar dat is blijkbaar militair geheim. 

Met die “basis” aan de linkerzijde slaan we rechts een andere weg in, die zich iets verder splitst. Links van de splitsing gaat het omhoog. Die weg heet dan ook “Kesterheide”. We zijn er bijna. 

Bovenaan aan de weg staat een metalen toren, een grote antenne, daarnaast een cilindervormige betonnen constructie. Aan de andere kant van de weg staat een opvallend groot kruisbeeld. Het betonnen gebouw is geen bunker, maar een waterreservoir. Dat doet dienst als watertoren, vanwege de hoogte. 

We zijn hier inderdaad op de hoogste plek van de streek. De Kesterheide is een getuigenheuvel, een overblijfsel van een lange heuvelrug die vroeger langs de zuidkant van het huidige Vlaanderen liep.

Meer bekende getuigenheuvels zijn de Kluisberg en de Kemmelberg. In de Vlaamse laagvlakte zijn die heuvels vanop grote afstand zichtbaar, maar hier in het glooiende Brabantse landschap moet je al dichtbij komen om het hoogteverschil te merken. 

Het uitzicht op de top laat weinig twijfel over de hoogte. In het noordwesten is er een prachtig zicht op Brussel, dat in vogelvlucht op 20 km ligt. Bij goed weer kan je zonder veel moeite het Atomium, de basiliek van Koekelberg, de VRT-toren en de koepel van het Justitiepaleis herkennen. 

Ook in andere richtingen is het uitzicht spectaculair. De enorme televisiemast van Sint-Pieters-Leeuw valt nog het meest op. In het zuidoosten steekt de betonnen toren van het Hellend Vlak van Ronquières even boven de horizon uit. 

Enekele beelden met een telelens. Van links naar rechts: het centrum van Brussel, de televisietoren van Sint-Pieters-Leeuw en de top van het Hellend Vlak van Ronquières.

De hoogte van de top boven de zeespiegel bedraagt 112 meter, gemeten vanaf een punt dat voor topografische metingen wordt gebruikt. Dat punt is een metalen kogel, vastgemaakt op een stenen voetstuk, dat tegenwoordig verborgen ligt tussen de bomen en de bijnaam “IJzeren Man” heeft gekregen.  

Vroeger was die kogel van ver zichtbaar en dat was ook de bedoeling. Het Dépot de la guerre, de voorloper van het Nationaal Geografisch Instituut, plaatste die bol daar in 1867 als referentiepunt voor het maken van stafkaarten. Er zijn zo’n vierduizend dergelijke punten in België, de meeste op de top van kerktorens. Hun positie is gemeten met een precisie van enkele centimeters. 

De IJzeren Man, nu verborgen in het groen.

De Kesterheide heeft een lange geschiedenis. Er zijn zelfs resten uit de oude steentijd opgegraven. De naam Kester komt waarschijnlijk van castrum, het Latijn voor kamp, en men vermoedt dat er een Romeins kamp of nederzetting heeft gelegen. Best mogelijk, want de nabije steenweg is een oude Romeinse heirbaan, die naar het zuiden doorliep tot in Bavay, de oude hoofdstad van de Nerviërs, even over de Franse grens. In de buurt zijn trouwens resten van Romeinse soldatenverblijven opgegraven.

Veel recenter zijn de betonnen verdedigingswerken die in en rond de heuvel snel aangelegd werden in 1939 tegen een eventuele Duitse aanval. Ze moesten de vijandelijke tanks tegenhouden, maar hebben uiteindelijk nooit dienstgedaan.

De grote antenne is de opvolger van een oudere, die in 1952 werd opgericht voor de militaire telecommunicatie. Daarvoor moest het grote kruisbeeld, dat aanvankelijk op die plek stond, enkele tientallen meters worden verplaatst. Dat kruisbeeld dateert uit het begin van vorige eeuw, toen de parochianen van Kester een jaarlijkse bedevaart gingen organiseren. Een gewoonte die de Eerste Wereldoorlog niet heeft overleefd. 

De "landdagen" van Staf De Clercq

De meest opvallende gebeurtenissen uit de recente geschiedenis van de Kesterheide zijn de Vlaams-nationalistische bijeenkomsten die er na de Eerste Wereldoorlog geregeld werden gehouden.

Aanvankelijk was het een louter plaatselijk initiatief van de Vlaamsgezinde politicus Staf De Clercq, die een tijd schepen van Kester was.  Maar door zijn organisatietalent en uitstraling kwam na enkele jaren een menigte uit heel Vlaanderen naar wat de “Vlaamsch Nationale Landdag” werd genoemd. Duizenden mensen verzamelden zich op de heuvelflank om te zingen en te luisteren naar toespraken. 

Staf De Clercq spreekt een landdag op de Kesterheide toe

Aanvankelijk hadden die “landdagen” een hoog kermisgehalte, maar de stijl veranderde nadat Staf De Clercq de “Leider” was geworden van het autoritaire antidemocratische Vlaamsch-Nationaal Verbond (VNV). De bijeenkomsten werden nu op fascistische leest geschoeide manifestaties, met uniformen en  gestrekte armen... Overigens werd de toch wat afgelegen Kesterheide na 1936 niet langer voor de “landdagen” gebruikt. Ze hadden voortaan plaats in Gent, hoewel antifascisten probeerden ze te laten verbieden.

De gestrekte armen die de landdag een fascistische uitstraling gaven. Rechts (met baard) Staf De Clercq. Op de foto bovenaan de pagina is de delta te zien, het symbool van het VNV.

Staf De Clercq , die al voor de oorlog contacten met nazi-Duitsland had, ging tijdens de Duitse bezetting met zijn VNV collaboreren. Hij overleed in 1942, in volle bezetting, en kreeg een speciaal graf op de Kesterheide.

Bij de bevrijding (1944) brak het plaatselijk verzet het graf open en haalde het stoffelijk overschot weg om het weinig respectvol te behandelen en later elders te begraven. Het (lege) graf bleef echter over. Het werd later gerestaureerd en wordt nog steeds onderhouden door een extreemrechtse organisatie. Van alle bezienswaardigheden op de heuvel is dit wel de meest omstreden en de meest onverwachte voor wie niet van het verleden van de Kesterheide op de hoogte is.  

Het lege en gerestaureerde graf van Staf De Clercq.

De helling voor het kruisbeeld heeft intussen een minder omstreden bestemming gekregen. Sinds een twintigtal jaar ligt daar een parkje onder de naam Pervivo (Latijn voor “ik leef verder”), voor de nagedachtenis aan kinderen die aan een (zeldzame) stofwisselingsziekte overleden zijn. Voor elk overleden kind is er een boompje geplant en sinds 2012 staat er ook een monument voor hen.

Het monument van Pervivo

Mocht er een café op de Kesterheide hebben gestaan, dan zou zich dat wellicht hebben ontwikkeld tot een drukbezochte taverne/restaurant/brasserie met speeltuin voor kinderen en een grote parkeerplaats, en met ik weet niet wat voor attracties. De heuveltop zou een populaire plaats in de weekends zijn geworden. 

Maar dat is niet gebeurd. Het is er nog altijd bijzonder kalm. Wel zijn er rond de top steeds meer woningen gekomen, soms dure villa’s, die het zicht dreigen te beperken. Maar hoe dan ook is het zeker de moeite waard er eens te gaan kijken.