Video player inladen...

Bosbranden boven de poolcirkel: een zelfversterkend effect van de klimaatopwarming

Terwijl in onze streken warmterecords gebroken worden en wij puffen onder de hitte, zijn er boven de noordpoolcirkel bosbranden aan de gang die de klimaatopwarming nog verergeren. Het is een goed voorbeeld van een zelfversterkend effect van de klimaatopwarming, zegt Sara Vicca van de UAntwerpen. 

Het noorden van Rusland en Canada wordt getroffen door enorme bos- en veenbranden. Satellietfoto’s tonen branden die al sinds juni aan de gang zijn en die enorme hoeveelheden CO2 de lucht inpompen. Ver van mijn bed? Op het eerste gezicht wel. Maar de gevolgen ervan reiken –met wat vertraging- ook tot bij ons.

“Branden in die regio zijn typisch voor de zomer”, zegt Sara Vicca. “Maar dit jaar is het echt abnormaal veel en ze begonnen ook al in juni, wat vroeger is dan normaal. De branden worden veroorzaakt door de extreme hitte. 2019 was de warmste juni ooit met abnormaal hoge temperaturen in onder meer Alaska.”

Positieve klimaatfeedback

Volgens Sara Vicca zijn de branden een voorbeeld van een zichzelf versterkend effect van de klimaatopwarming. In het vakjargon heet dat “positieve klimaatfeedback”. Dat klinkt positief maar is het niet: “Die veenbranden zijn extra interessant en belangrijk voor de klimaatfeedback omdat ze heel lang blijven branden en enorm moeilijk te blussen zijn. Veen of turf is een goeie brandstof, en werd daar vroeger ook massaal voor gebruikt. Satellietbeelden bewijzen dat de branden wekenlang op dezelfde plaatsen woeden. Dat wijst erop dat ook de ondergrond er smeult.”

“Bij die branden komen gigantische hoeveelheden CO2 vrij, niet enkel uit de vegetatie, maar ook uit de koolstofrijke veenbodems die zich in de loop van duizenden jaren daar gevormd hebben. Koolstof die duizenden jaren opgeslagen zat, komt zo in de atmosfeer terecht.”

Een gewone brand is niet noodzakelijk negatief voor de natuur, omdat die zorgt voor verjonging van de begroeiing, en voor een heel aantal soorten zelfs essentieel is. Maar met veenbranden is het fundamenteel anders. Veenbranden dringen door tot diep in zeer koolstofrijke bodems. Die bodems, en dus ook de CO2 opslag erin, herstellen niet in een paar jaar. 

Versterkend effect

Het versterkend effect van de bosbranden zit ook in het feit dat daardoor de permafrost, de permanent bevroren ondergrond, sneller ontdooit.

In die permafrost zit methaan, en als de bodem ontdooit, komt die vrij. Methaan is een broeikasgas dat voor de klimaatopwarming nog schadelijker is dan CO2.

Het roet van de branden dat op de ijskappen terechtkomt, kleurt het ijs donkerder, waardoor het ijs minder zonlicht weerkaatst, meer warmte absorbeert en de ijskap sneller smelt.

Als bovendien delen van het poolijs gesmolten zijn, zal er meer water en land bloot liggen. IJs weerkaatst zonnestralen meer dan water of land. Daardoor warmen noordelijke gebieden nog sneller op.

Vochtige bodems uitgedroogd

Normaal is veen heel vochtig. Maar door de opwarming drogen veenbodems uit, waardoor de kans op brand vergroot. “De branden zijn waarschijnlijk niet aangestoken. Ze zijn natuurlijk,” zegt Vicca. “Meestal ontstaan ze door blikseminslagen. Blussen is moeilijk omdat het materiaal op sommige plaatsen tot diep in de grond smeult en omdat het gebieden zijn waar men amper of niet geraakt om te blussen.”

De schade voor het klimaat is enorm. Wildfire expert Mark Parrington van het Copernicus project van het Europese Centrum van de weersverwachtingen, ECMWF,  berekende dat de branden van juni ongeveer 50 megaton CO2 in de lucht brachten, wat meer is dan alle juni-branden voor 2010-2018 opgeteld. Van 1 juni tot 21 juli zitten we al aan 100 megaton CO2, wat overeenkomt met de huidige jaarlijkse CO2-uitstoot van België. 

Streep door de rekening

De hoeveelheid CO2 die de branden aan de noordpool uitstoten, is een streep door de rekening van onze moeizame plannen om CO2-uitstoot te verminderen. Klimaatopwarming is rechtstreeks gelinkt aan CO2-uitstoot. Hoe meer we uitstoten, hoe meer de aarde opwarmt.

Het IPCC (de groep van wetenschappers van over de hele wereld die de klimaatsverandering onderzoeken) publiceerde eind vorig jaar twee kaartjes om te illustreren welke opwarming ons nog te wachten staat. Dat er ons nog meer opwarming te wachten staat, staat vast. Die opwarming is het resultaat van de verbranding van fossiele brandstoffen van pakweg 1830 tot nu. Het effect daarvan krijgen we met vertraging. (lees de uitleg onder de kaartjes) 

UItleg bij de kaartjes:

  • De opwarming die ons nog te wachten staat, zal afhangen van hoe snel we stoppen met CO2 uit te stoten. In de praktijk betekent dat vooral: stoppen met fossiele brandstoffen te gebruiken.
  • Het linkerkaartje toont de opwarming tussen 2000 en 2100 als we zo snel mogelijk stoppen met het gebruiken van fossiele brandstoffen. Hoe geler of roder, hoe hoger de opwarming. De kleuren komen overeen met de stijging van het aantal graden Celsius. 
  • Het rechterkaartje toont wat ons te wachten staat als we verder doen zoals we bezig zijn.
  • Op die kaartjes is ook te zien dat de aarde overal opwarmt, maar dat de opwarming aan de noordpool -in alle scenario’s- groter is dan in de rest van de wereld.
  • Hoe langer we wachten met onze consumptie van fossiele brandstof (bruinkool, steenkool, olie, gas) te verminderen, hoe groter de opwarming die ons nog te wachten staat, en dus ook hoe groter de kans dat zelfversterkende effecten zoals de bosbranden in het hoge noorden onze inspanningen tenietdoen. 

Bekijk hieronder satellietbeelden van de bosbranden:

Video player inladen...