Een kaart van Brussel uit 1555 met twee omwallingen, waarvan er maar een volledig zichtbaar is. Jacob van Deventer (1505–1575)/Pub. dom.

VUB-studie 'zwarte lagen' onthult details over vroege geschiedenis van Brussel

Het ontstaan en de vroege geschiedenis van Brussel zijn slecht gedocumenteerd bij gebrek aan betrouwbare geschreven bronnen. Archeologie is een andere mogelijke bron, maar de traditionele archeologie heeft het moeilijk om de zogenoemde 'zwarte lagen' te bestuderen. VUB-archeoloog  Yannick Devos heeft die zwarte lagen nu bestudeerd met methoden uit de geologie. Uit zijn onderzoek blijkt dat Brussel nog tot zeker in de 12e eeuw een sterk landelijk karakter had, en dat in de 14e en 15e eeuw de verstedelijking op gang kwam.

'Zwarte lagen' zijn in de archeologie dikke, donkergekleurde en homogene lagen die vaak grote oppervlakten bedekken, en die vaak bij laat-Romeinse en vroeg-middeleeuwse stedelijke nederzettingen voorkomen, vooral in Europa. Met het blote oog kan je niet zien wat er allemaal inzit, en met de traditionele archeologische methoden, truwelen en borsteltjes, kom je niet erg ver om ze te onderzoeken. 

Bij archeologen hebben zwarte lagen dan ook dikwijls een slechte reputatie, en ze stellen die vaak gelijk met verval en teloorgang. De zwarte lagen werden vaak beschouwd als een aanwijzing voor een periode van achteruitgang en overgang tussen de Romeinse steden en de eerste vroeg-middeleeuwse steden. 

Als de zwarte lagen echter bestudeerd worden met technieken uit de geologie, kunnen ze een schat aan informatie opleveren. Ze bevatten soms immers organisch materiaal dat een heel verhaal kan vertellen. Kleine houtdeeltjes kunnen alles zijn wat is overgebleven van een middeleeuwse houten vloer, sporen van bemesting wijzen op intensieve landbouw en overblijfselen van leer en metaal op marktplaatsen. 

Yannick Devos van de onderzoeksgroep archeologie (SKAR) van de Vrije Universiteit Brussel (VUB) paste in samenwerking met 'Urban.Brussels' deze zogenoemde geoarcheologie voor zijn doctoraat toe op zwarte lagen in Brussel. 

"De zwarte lagen zijn een uitzonderlijke bron voor het begrijpen van de pre-urbane fase en de omvang van de landbouwactiviteiten binnen de perimeter van de eerste stadsmuur. Ook voor latere fasen kunnen we dankzij deze methode activiteiten zoals het beheer van afval en tuinieren gaan documenteren. Hierdoor kunnen we de evolutie van de ruimtelijke organisatie van de activiteiten in middeleeuws Brussel in kaart brengen”, zei Devos in een persmededeling van de VUB.

(lees verder onder de foto)

Zwarte lagen - die niet donker moeten zijn -  in een onderzoeksput bij de Arme Klaren in Brussel. Y. Devos et al., Quaternary International · July 2016

Micromorfologisch onderzoek

Voor zijn onderzoek paste Devos verschillende analysemethodes toe, zoals observaties op de verschillende archeologische sites in de stad, chemische analyses en microscopie.

Een van de belangrijkste technieken is het micromorfologisch onderzoek: het onderzoeken van dunne plaatjes bodem en sediment onder de microscoop, waarbij alle componenten in hun originele positie worden bestudeerd. Dit laat toe om de ontstaansgeschiedenis van elke laag te achterhalen en ook welke menselijke activiteiten voor haar vorming verantwoordelijk zijn geweest.

Zo kan men de vorming van  de Grote Markt bestuderen of die van een tuin, een graanveld, een weiland en kan men ook vaststellen welke verschillende opeenvolgende activiteiten op een bepaalde plaats in een bepaalde periode hebben plaatsgevonden.  

“Bij gebrek aan betrouwbare schriftelijke bronnen debatteren historici al meer dan een eeuw over de opkomst en vroege ontwikkeling van Brussel. Aan de hand van de studie van de stedelijke bodem kunnen we vandaag voor het eerst een beeld geven van de ruimtelijke organisatie van Brussel in de 10de-13de eeuw en demonstreren hoe deze zich in de 14de-15de eeuw ontwikkelde", zei Devos.

"De synthese van de studie van de zwarte lagen toont aan dat Brussel nog tot zeker in de 12e eeuw een zeer ruraal karakter vertoont, waarbij akkers en weilanden het landschap domineren. Dit verandert in de 14e-15e eeuw, waar we de opkomst van tuinen, artisanale activiteiten, markten kunnen vaststellen, samen met een intensivering van de bouwactiviteiten”, aldus Devos.

“Verdere studie moet toelaten om de resultaten verder te verfijnen, want elke nieuwe zwarte laag die wordt aangesneden bij bouwwerken, vormt een nieuw puzzelstukje om de geschiedenis van de stad te gaan reconstrueren.”

Dit artikel is grotendeels gebaseerd op een persmededeling van de VUB.